‘We moeten onze manier van leven beschermen’, zei staatssecretaris Tuinman tegen een gehoor van honderden ambtenaren. ‘Waarbij beschermen vaak wel de harde kant is: meer mensen, meer spullen – tanks, vliegtuigen – maar het vraagt ook meer ruimte. En dat dierbare, dat is voor heel veel mensen je fysieke leefomgeving.’
‘Elke dag als je de deur uitgaat, word je geconfronteerd met hoe Nederland eruitziet’, vervolgde hij. ‘Dat geeft je wel of niet de energie om er iets moois van te maken.’
Tuinman heeft net het Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie door de ministerraad geloodst. De krijgsmacht moet groeien van 75.000 naar 100.000 mensen in 2030. ‘En mocht de situatie verslechteren, dan kunnen we zelfs verdubbelen.’
‘We moeten onze militaire slagkracht versterken. Meer mensen, meer materieel en dus ook ruimte. Oefenen betekent ruimte nodig hebben. En dat hebben we in Nederland gewoon niet zomaar.’
Tegelijk is het Defensievastgoed verouderd en zijn nieuwe locaties nodig. ‘Niet duurzaam, niet klaar voor de toekomst. Er is 1,8 miljard voor verduurzaming en 18 miljard voor de vastgoedportefeuille beschikbaar.'
Functies delen
Toch hoeft volgens Tuinman uitbreiding niet altijd ten koste te gaan van andere functies. ‘Mooi voorbeeld is Staphorst. Daar is munitieopslagcapaciteit gepland, in samenhang met ruimte voor natuur. Zo’n locatie heeft weinig bedrijvigheid nodig, en dat is goed voor biodiversiteit.’
Tuinman ziet ook kansen in het gedeeld gebruik van bestaande voorzieningen. ‘De meeste sporthallen worden uiteindelijk in het weekend gebruikt’, zei hij. Daarom wil hij samen met minister Keijzer onderzoeken welke kaders moeten worden aangepast om onder meer maatschappelijke functies op kazernes te faciliteren.
Ruimtegebrek dwingt tot keuzes
De druk op de ruimte in Nederland neemt alleen maar toe, zei Keijzer, ook zonder Defensie. ‘Als het zo doorgaat, zitten we op 22 miljoen inwoners in 2050. Dan heb je bijna twee miljoen woningen extra nodig. We hebben nu acht miljoen woningen. Een toename van twintig procent in dertig jaar. Dat gaat niet passen.’
‘Neem de energietransitie. Daarvoor zijn hoogspanningsstation nodig. Dat zijn tien voetbalvelden per keer. Maar ook groen voor recreatie, ruimte voor circulaire economie en waterberging – allemaal nodig. Je kunt daar geen woningen plaatsen zoals we gewend zijn.’
‘We zullen het anders moeten doen’, zei Keijzer. ‘Functies scheiden, dat gaat niet meer. We moeten combineren. De beste ruimtelijke ordening is de vijand geworden van goede ruimtelijke ordening. Daar moeten we uitbreken.’
Nota Ruimte
Keijzer kondigde aan dat het kabinet voor de zomer de ontwerpversie van de Nota Ruimte wil vaststellen. ‘In de zomer komt de planMER, na de zomer ligt het ter inzage. Er zit een uitvoeringsagenda aan vast met rugnummers: wie waarvoor aan de lat staat.’
Volgens haar biedt de nota richting tot 2100. ‘De energie moet gaan naar het niveau van de leefomgeving. De buurt, het landschap. Er moet iets blijven waar mensen zich thuis voelen.’ Daarvoor is functies combineren belangrijk, zei ze. Niet alleen met Defensie, maar ook op een manier dat bijvoorbeeld industrie en wonen samengaan.
‘HafenCity, in het Duitse Hamburg, is een containerterminal met constant geluid van treinen. Maar daar wonen ook mensen. Die hebben een contract getekend dat ze niet gaan klagen en procederen. Prachtig huis, prachtig uitzicht op de haven in bedrijf. Ik hou daar ook van. Wat in Hamburg kan, kan toch ook bij ons?’
‘Ik ben jurist van huis uit, dus ik weet dat dat best ingewikkeld is, maar we zijn met collega’s aan het uitzoeken hoe we dat voor elkaar krijgen.’
‘Kom uit de eigen schuttersputjes’, zei Keijzer. ‘Er ligt een rapport, STOER, bedoeld om te kijken of het een tandje minder kan. In plaats van uitleggen waarom een regel belangrijk is – wat ik wel weet – zorgt de stapeling ervoor dat het lang duurt. Je zult echt moeten combineren.’
Rogier Krabbendam, directeur VNO-NCW West, is blij dat Keijzer regie heeft genomen over ruimtelijke ordening, maar nu zijn de provincies aan de beurt. 'Provinciaal worden regels bedacht die economische ruimte juist beperken.’
Ondernemers worden volgens hem geremd door stikstofregels, trage vergunningverlening, netcongestie en een krappe arbeidsmarkt. ‘Kan ik blijven op deze plek, waar ik geen stroom krijg en moeilijk personeel vind? Die onzekerheid zet ondernemers nou niet aan tot investeren.’
Volgens Krabbendam is de ruimte voor economische ontwikkeling in Noord- en Zuid-Holland extra schaars. Tegelijk is het proces om nieuwe bedrijventerreinen te realiseren te traag. ‘Van concept tot opening duurt het soms dertig jaar. In de haven van Rotterdam is in 2030 geen ruimte meer. En 2,6 procent van de ruimte levert dertig procent van de werkgelegenheid en veertig procent van het inkomen op.’
In Zuid-Holland is tot 2030 nog ruimte voor economie, daarna niet meer. ‘Tegelijk hebben we veertig procent extra ruimte nodig voor de circulaire economie. Dat gaat niet passen. Hoe lokaler je komt, hoe ingewikkelder het wordt. Maar lokaal moet het gebeuren.’
Voorbeelden Noord-Brabant
Gedeputeerde Wilma Dirken (provincie Noord-Brabant) is het daarmee eens. Ze noemde de ruimtedruk in haar provincie ‘2,5 keer Brabant’. ‘Toen zijn we gestopt. Toen dachten we: dit gaat gewoon niet passen.’
‘We hebben gevraagd aan de verschillende ministeries: is het te doen dat jullie eens naar ons komen? Dat hebben ze gedaan. We hebben met vijftien DG’s in een veel te klein zaaltje – maar wel heel gezellig – met elkaar besproken: wat zijn nu de verschillende vragen die liggen? Zijn er zaken die we kunnen combineren?’
‘Daar is ook echt het gesprek gestart, en dat zal uiteindelijk in de Nota Ruimte denk ik ook wel terugkomen: hoe doe je dat nou goed met elkaar?’ Daarbij hoort creatief denken, gaf ze aan.
‘Kun je niet drie of vier functies met elkaar combineren in de hoogte? Niet alle bedrijven zijn in milieucategorie 5. Je kunt beginnen met een bedrijf, daar winkels bovenop, daar woningen bovenop. Ik heb wel eens geroepen: en dan is er zelfs nog ruimte voor koeien op het dak. Dat was dan meteen de krantenkop', lachtte Dirken.
Wethouders maken keuzes
Wethouder Bas van der Pol (Tilburg) zei: ‘Tilburg heeft een profiel gekregen van logistiek. Kijk hoeveel ruimte die gebruiken. We hebben een keuze gemaakt voor maakindustrie. Logistiek is belangrijk, maar dat doorslepen van spullen moeten we anders organiseren.’
Hij wees ook op de inzet van de gemeente op binnenstedelijke verdichting. ‘We hebben een verdichtingsopgave. De gemeenteraad is daar unaniem in. Het kan wel: natuur en wonen samen.’
Volgens Van der Pol vraagt dat om gebiedsgericht werken, waarbij functies slim worden verweven. ‘Je moet bereid zijn de ruimte dubbel te gebruiken. Dat is niet alleen noodzakelijk, maar ook haalbaar in bestaande buurten.’
Wethouder Danny Dingemans van Moerdijk heeft een ander vraagstuk. ‘We hebben elf stadjes en dorpen. Vier hebben toekomst. De rest is lastig. Geen kerk, geen scholen, geen voetbal.’
Dirken vulde aan: ‘Kijk in de bestaande voorraad welke grote eensgezinswoningen zijn te splitsen. Kijk naar optoppen. Dat kan veel extra woonruimte opleveren.’
Ruimte en verantwoordelijkheid delen
Tuinman benadrukte dat Defensie draagvlak wil. ‘We hebben mensen aan de keukentafel gesproken, in bedrijfshallen gestaan, in het veld gekeken. We hebben informatiebijeenkomsten gehouden, webinars met gemeenten en provincies. En ja, we hebben zo’n 15.000 pagina’s onderzoek.’
‘Uiteindelijk willen we dat mensen kunnen wonen, werken, recreëren in een prettige leefomgeving. Uw inwoners zijn mijn medewerkers, en andersom. We hebben het over dezelfde mensen.’
‘Officieel zijn we vrijgesteld van planMER-eisen. In theorie hadden we vrijdag kunnen aanbellen en zeggen: we hebben uw grond op het oog. Maar dat willen we niet. Als je het netjes doet, is het op individueel niveau extreem ingrijpend en pijnlijk. Van die impact ben ik me bewust.’
‘We willen een goede buur zijn. Maar uiteindelijk is onze verantwoordelijkheid een sterke krijgsmacht. Voor veiligheid, vrijheid en waardigheid van iedereen in Nederland.’


