Digitalisering vraagt om een andere wijze van werken

Heruitvinden van de ruimtelijke planning

Data en digitalisering Gebiedsontwikkeling Omgevingswetgeving
Gezamenlijke taal is essentieel om tot schaalbare oplossingen te komen, wat weer nodig is om de potentie te verzilveren. De Dutch Societal Innovation Hub (DSIH) werkt aan de opgave om tot meer gestandaardiseerde indicatoren en gezamenlijke taal komen
Auteur Jan-Willem Wesselink

10 juli 2025 om 18:21, Leestijd ca. 9 minuten


Terwijl de opgaven in de ruimtelijke ordening zich opstapelen, verandert het vak maar traag. Woningbouw, energietransitie, klimaatadaptatie en mobiliteit, ze vragen om integrale keuzes in een steeds schaarser wordende ruimte. Digitalisering biedt daarvoor radicaal nieuwe mogelijkheden, maar die worden nog niet veel toegepast. Rick Klooster, Elena Chevtchenko en Michiel Oomen zien de kansen wel en laten zien dat digitalisering niet alleen een technische, maar vooral een sociale en organisatorische opgave is.

Gezamenlijke taal is essentieel om tot schaalbare oplossingen te komen, wat weer nodig is om de potentie te verzilveren. De Dutch Societal Innovation Hub (DSIH) werkt aan de opgave om tot meer gestandaardiseerde indicatoren en gezamenlijke taal komen
Jan-Wilem Wesselink is redacteur van ROmagazine. Dit artikel staat in ROm juli 2025. ROm is een maandelijks vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Voor informatie over abonnementen klik hier

‘Wat we nu doen met de computer is eigenlijk wat we veertig jaar geleden ook al deden, maar dan digitaal’, zegt Rick Klooster, geo-informaticus en medeoprichter van Future Insight. ‘Toen schreven we brieven, nu typen we ze in Word en mailen we ze. Maar het blijft eenzelfde soort lineair proces.’ In zijn ogen zijn de meeste gebiedsontwikkelingen nog steeds georganiseerd met wat hij ‘Outlook, Excel en gele briefjes’ noemt. ‘En dat werkt niet. Niet omdat mensen hun werk niet goed willen doen, maar omdat de middelen niet goed genoeg zijn. Terwijl we ze wel hebben.’ Ook Elena Chevtchenko ziet in haar werk bij stedenbouwkundig bureau Posad Maxwan hoe de traditionele werkwijze tekortschiet. ‘Tegen de tijd dat je een rapport hebt afgerond, is de informatie waarop het is gebaseerd alweer achterhaald. Omdat het een momentopname is, moet je elke keer opnieuw beginnen.’

‘Uit angst om te falen, houden mensen vast aan oude routines’

De vraag is dan: waarom blijft het werkveld zo vasthouden aan verouderde routines? Volgens Chevtchenko heeft dat te maken met wat zij ‘de fixed mindset’ noemt: ‘Veel mensen denken: als ik iets nieuws probeer en ik faal, dan tast dat mijn competentie aan. Dus houden ze liever vast aan de bekende manier van werken, waar ze in het verleden voor zijn beloond.’

Sociale transitie

De digitale transitie vraagt dus meer dan alleen nieuwe software. Het vraagt om een cultuurverandering. ‘Wat je nodig hebt is iemand die zegt: “Zo gaan we het doen.” Dan doet iedereen mee’, aldus Klooster. Hij ziet vooral een rol weggelegd voor de projectmanager: ‘Die heeft het probleem én de positie om iets te veranderen. Want uiteindelijk moet iemand de knoop doorhakken en zeggen: we proberen het gewoon.’
Ook Michiel Oomen, innovator bij Gemeente Eindhoven, ziet dat een technologische innovatie alleen slaagt als mensen zich erin herkennen. ‘Je moet het ontwikkelen voor en door de ruimtelijke professionals. Anders haakt men af.’

In Eindhoven probeert hij dat voor elkaar te krijgen als programmaleider van Urban Planning Reimagined binnen het Urban Development Initiative. ‘Het digitale helpt, maar het moet altijd in dienst staan van het proces, van de professionals, van de opgave.’ Chevtchenko: ‘Als mensen zeggen dat ze data niet vertrouwen, is mijn antwoord: nu nemen we ook al beslissingen, maar dan op gevoel. Wat je met digitalisering doet, is dat je dat expliciteert en inzichtelijk maakt.’

Fragment van het Ontwikkelperspectief Eindhoven 2050. ‘Op een kaart met interactieve lagen wordt zichtbaar waar opgaven stapelen, waar conflicten ontstaan. Je kunt dan makkelijker scenario’s doorrekenen en afwegen.’ Beeld PosadMaxwan

Digitale ondergrond

De sleutel tot betere samenwerking ligt volgens de drie experts in het delen van data op een begrijpelijke, bruikbare en actuele manier. ‘Je draait het proces eigenlijk om,’ zegt Klooster. ‘In plaats van dat iedereen zijn eigen data verzamelt en daar een plan omheen bouwt, maak je één centrale plek met gedeelde informatie. Daar bouw je vervolgens samen je plan op.’ Zo’n centrale plek kan een digital twin zijn, of een kaart met interactieve lagen. ‘Iedereen kijkt dan naar dezelfde ondergrond,’ legt Chevtchenko uit. ‘En dan wordt zichtbaar waar opgaven stapelen, waar conflicten ontstaan. Je kunt dan makkelijker scenario’s doorrekenen en afwegen.’

Volgens Oomen maakt dat visualisatie essentieel: ‘In plaats van dat je alles in rapporten stopt, kun je met elkaar op het scherm kijken naar de scenario’s. Je ziet meteen wat het effect is van een keuze – op mobiliteit, op geluid, op luchtkwaliteit. Dat maakt het werk niet alleen beter, maar ook leuker.’

Proces als uitgangspunt

Belangrijk is wel dat technologie het proces volgt en niet andersom. ‘Een tool maken om de tool, dat werkt niet,’ stelt Chevtchenko. ‘Het moet passen in het bestaande werkproces, anders wordt het niet gebruikt.’ Dat sluit aan bij de werkwijze in Eindhoven, waar Oomen het ontwikkelperspectief van de stad heeft vertaald naar een digitaal instrument. ‘We hadden ook gewoon een rapport kunnen maken. Maar we wilden dat het perspectief daadwerkelijk sturing kan geven. Dus hebben we het ook digitaal vormgegeven, zodat je ermee kunt werken, kunt itereren, kunt doorrekenen.’

Klooster benadrukt eveneens het belang van een goed procesontwerp: ‘Wat wij doen, is samen met de betrokkenen het proces schetsen en vervolgens zo inrichten dat ze het ook echt zo kunnen uitvoeren. Dan blijkt vaak dat het proces helemaal niet handig is ingericht en je dit moet optimaliseren. Handiger is dus om meteen te beginnen bij de werkpraktijk van mensen.’

Nieuwe professionaliteit

De digitale omslag verandert niet alleen de tools, maar ook de rol van professionals in de ruimtelijke ordening. Waar kennis vroeger impliciet was en in hoofden zat, wordt deze nu expliciet gedeeld, gevisualiseerd en gedocumenteerd. Dat roept soms weerstand op. ‘Mensen zijn bang dat ze niet meer nodig zijn,’ constateert Rick Klooster. ‘Ik zeg dan: als we zorgen dat de data er is, kunnen we het weer over de echte dingen hebben – over het ontwerp, de kwaliteit, de moeilijke keuzes.’

Digitalisering verandert de tools én de rol van professionals in de ruimtelijke ordening

Elena Chevtchenko omarmt die verschuiving juist. ‘Ik ben een hacker,’ zegt ze. ‘Altijd nieuwsgierig en tegendraads als dingen “altijd al zo gedaan zijn”.’ Volgens haar zit de kracht van digitalisering niet in techniek, maar in het vermogen om veronderstellingen en ambities zichtbaar te maken en bespreekbaar te maken. ‘Innoveren doe je niet in een kamertje; dat gebeurt in de projecten zelf.’ Michiel Oomen sluit zich daarbij aan. ‘Het moet ontwikkeld worden voor en door ruimtelijke professionals. Niet vanuit technologie, maar vanuit de praktijk. Dan ontstaat er eigenaarschap, en dan wordt het echt gebruikt.’ In zijn optiek blijft het vak van ruimtelijke ordening overeind, maar verandert het karakter: integraler, sneller iteratief en gedragen door data. ‘Je hebt een meer eenduidig vertrekpunt waarin disciplines samenkomen en je scenario’s en effecten meteen zichtbaar kunt maken. Dat maakt het werk uiteindelijk alleen maar interessanter. Dit is het heruitvinden van de ruimtelijke planning.’

Schaal en standaardisatie

De lokale initiatieven zijn er. Maar om echt door te pakken, is landelijke regie nodig, zeggen de drie experts. ‘Als iedereen zijn eigen indicatoren hanteert, kunnen we niet goed vergelijken. Dan weten we eigenlijk niet waar we naar kijken,’ stelt Oomen. Hij pleit voor standaardisatie van indicatoren en datamodellen, zodat beleid, ontwerp en uitvoering beter op elkaar aansluiten. Chevtchenko ziet dat net zo: ‘Als elke gemeente zelf het wiel uitvindt, heb je straks geen auto, maar een verzameling wielen. We hebben sturing van het Rijk nodig.’
Het DMI-ecosysteem kan daarin een verbindende rol spelen. ‘DMI is opgericht om de pilots – de kleine wieltjes – bij elkaar te brengen en op te schalen,’ aldus Chevtchenko. Oomen pleit voor een ‘drietrapsraket’: ruimte geven aan lokale initiatieven, leren van elkaars ervaringen in een proeftuin met frontrunners die hun behoeften tenslotte inbrengen in nationale innovatieplatforms zoals het DMI-ecosysteem. ‘Dan kom je voorbij het punt van discussie óf we dit gaan doen. Dan gaat het alleen nog over hóe en in welk tempo.’

Naar een gedeelde taal

De integrale ruimtelijke planning van de toekomst vraagt om digitale tools en een gezamenlijke taal. ‘We praten vaak langs elkaar heen,’ zegt Oomen. ‘Iedere discipline heeft zijn eigen jargon. Maar als we data, beleid en ontwerp met elkaar willen verbinden, moeten we beter gaan samenwerken en elkaar beter begrijpen.’
Chevtchenko vult aan: ‘De ruimte is eindig. De tijd ook. Alle, maar dan ook echt alle, opgaven en ambities komen in de ruimte, op de kaart, samen. Als we goede keuzes willen maken, moeten we durven tekenen, durven rekenen en durven delen. Dat is de toekomst van ons vak.’ Klooster tot slot: ‘We hoeven het alleen nog maar te doen. En het kan morgen.’

Over de experts

Rick Klooster. Vanuit zijn achtergrond in grote infrastructurele projecten werkt hij aan het verbeteren van samenwerking in de leefomgeving door het ontwikkelen en implementeren van digitale werkwijzen. Als technisch directeur van Future Insight zet hij zich in voor het standaardiseren van dataprocessen en het toegankelijk maken van complexe informatie voor alle betrokken disciplines. Zijn missie: ‘Niet harder werken, maar slimmer organiseren.’
Elena Chevtchenko. Zij is stedenbouwkundige met een sterke focus op digitalisering en integrale samenwerking. Als coördinator van het team ‘Digital Cities’ bij Posad Maxwan werkt zij aan de ontwikkeling van digitale instrumenten die helpen bij ruimtelijke besluitvorming. Vanuit haar ontwerpachtergrond pleit zij voor meer experimenteerruimte en een ‘growth mindset’ in het werkveld: ‘Innoveren doe je niet op papier, maar in het project.’
Michiel Oomen. Als innovator werkzaam bij gemeente Eindhoven en trekker van het UDI Urban Planning Reimagined programma. Zijn werkzaamheden richten zich op het heruitvinden van ruimtelijke planning; een integrale en digitale nieuwe manier van werken die sneller, efficiënter, kwalitatief hoogwaardiger en co-creatiever is. Zijn aanpak verbindt lokale experimenten aan structurele veranderingen en landelijke standaarden. ‘Digitalisering is geen techniekfeest, maar een manier om ruimtelijke kwaliteit en samenhang te verbeteren.’

 

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord