Stedelijke ontwikkeling werkt ook in agrarische gebieden

Grip op het platteland in Wierden

Gebiedsontwikkeling Landelijk gebied
Koeien in Wierden Foto: Michiel Cappendijk
Auteur Marko Faas

15 juli 2025 om 14:04, Leestijd ca. 8 minuten


In het Overijsselse Wierden pakken boeren en gemeente samen de regie over het landelijk gebied. Met een feitelijke benadering op basis van vertrouwen en samenwerking gaan grondbeheer, financiële haalbaarheid en maatschappelijke doelen hand in hand. Een model uit de stedelijke gebiedsontwikkeling blijkt verrassend goed toepasbaar op het platteland.

Koeien in Wierden
Foto: Michiel Cappendijk

‘We moeten af van alle emotie. Het gaat erom dat je samen op basis van feiten kijkt naar wat er echt speelt’, zegt melkveehouder Gerrit van der Kolk. Hij is secretaris van de Coöperatie Agrarisch Terreinbeheer (CATB). Deze Wierdense boerenorganisatie is drie jaar geleden ontstaan uit onvrede over de schaderegelingen van waterbedrijf Vitens na drie opeenvolgende droge jaren. ‘Dat moest anders’, zegt Van der Kolk.

De waterwerkgroep van Wierdense boeren bracht ontbrekende feiten in kaart en stelde in drie jaar zeven rapporten op over een nieuwe schaderegeling. Vitens, dat veel drinkwater onttrekt uit de ondergrond van Wierden, ging akkoord. ‘Die aanpak beviel goed’, zegt Van der Kolk. De CATB werd opgericht voor meer samenwerking tussen boeren in Wierden. Inmiddels zijn vijftig van de ongeveer negentig Wierdense boerenbedrijven lid.

Stikstofkaartje

De oprichting van de boerenorganisatie bood kansen voor de plattelandsgemeente Wierden: er was een serieuze gesprekspartner die op basis van feiten wil communiceren. Juist het beruchte kaartje van voormalig stikstofminister Christianne van der Wal, waarmee de omvang en urgentie van de stikstofproblematiek duidelijk werden, bracht gemeente en boeren dichter bij elkaar.

‘Dat was voor boeren en gemeente aanleiding om samen de regie te pakken en integraal naar de opgaven binnen de gemeente te kijken’, zegt de Wierdense wethouder Richard Kortenhoeven, verantwoordelijk voor landbouw en landelijk gebied. Hij ging enkele jaren geleden om tafel met een groep boeren, nu verenigd in de CATB. ‘We spraken af dat, als je iets wilt bereiken, je het van onderop moet aanpakken.’

‘Onze grootste uitdaging is zorgen voor meer verdienmodellen voor de boeren’

Kortenhoeven wijst erop dat gemeenten, zoals de zijne, meerdere opgaven, zoals stikstof, natuur, water, bodem en mest, moeten bundelen in één samenhangend plan. ‘Wij hebben een oudere bevolkingssamenstelling, veel landelijke ruimte en willen inzetten op een toekomstbestendige agrarische sector in onze gemeente.’

Niet alleen voor de boeren, voegt de wethouder toe. Ook voor andere sectoren, zoals recreatie is het platteland belangrijk, zegt hij. ‘Toeristen komen naar Twente om koeien in de wei te zien. Daarvoor is cruciaal dat er inzicht komt in de huidige boerenstand. Onze grootste uitdaging is zorgen voor meer verdienmodellen voor de boeren. Het gaat erom dat ze een fatsoenlijk inkomen behouden.’

Integrale gebiedsaanpak

De gemeente haalde voor beter inzicht meerdere partijen aan tafel. Het Kadaster voor de actuele en verwachte grondposities, DLV advies voor agrarische verdienmodellen en meststromen, Eeckhof voor keukentafelgesprekken, en TwynstraGudde voor de organisatie en de financiële onderbouwing.

Adviseur Michiel Cappendijk van TwynstraGudde: ‘Je kijkt naar het samenspel van factoren die het buitengebied vormen en dat vertaalt zich naar concrete cijfers en kaarten.’ Dan gaat het om wensen als het continueren van gezinsbedrijven in Wierden, bij voorkeur met een circulaire bedrijfsvoering, maar ook het versterken van het landschap en het uitbreiden van de groenblauwe dooradering.

De adviseur legt uit dat de basis van de nieuwe aanpak is dat in vertrouwen wordt samengewerkt, en dat de materie abstract wordt gepresenteerd. Geografische kaarten worden omgezet naar grafieken met bouwstenen en zogeheten stempels, ofwel puntjes die ieder een hectare verbeelden.Met kleuren wordt aangegeven wat het grondgebruik van die hectare is: blijvend of tijdelijk grasland, akkerbouwgrond, natuurgebied, bebouwing, et cetera.

 ‘Daar komt een berekening uit en als dat positief is, is het haalbaar. Zo niet, dan moeten we terug naar de tekentafel.’ 

Ook zijn de meest voorkomende typen agrarische bedrijven in de stempels zichtbaar gemaakt. Op die manier worden losse opgaven uiteindelijk integraal bekeken, terwijl het uitgangspunt van het verdienmodel van agrarische bedrijven blijft.

Vervolgens worden voor alle gewenste wijzigingen in het gebied de kosten en opbrengsten op een rij gezet. ‘Daar komt een berekening uit en als dat positief is, is het haalbaar. Zo niet, dan moeten we terug naar de tekentafel.’ Als wijzigingen inderdaad financieel haalbaar zijn, volgt een verdelingsvraagstuk.

Daarmee worden kosten en opbrengsten eerlijk verdeeld tussen alle betrokken, zowel publiek als privaat, legt Cappendijk uit. ‘Daarna is het zaak een uitgekiende ontwikkelstrategie op te zetten en dat te borgen via een robuuste uitvoeringsorganisatie.’

Deze aanpak lijkt sterk op de manier waarop een gebiedsontwikkelaar een woningbouwlocatie of industrieterrein onderbouwt. ‘Dat betekent dat je ruimtelijke plannen koppelt aan financiële stromen, investeringen, en opbrengsten. Zo ontstaat een helder en integraal beeld.’ TwynstraGudde gebruikt het model al langer in reguliere gebiedsontwikkelingen. De toepassing op een plattelandsgemeente is nieuw.

Emotie

‘Die bouwstenen en stempels halen de emotie uit het gesprek’, zegt Gerard Sluiskes, beleidsadviseur van de gemeente Wierden. ‘Je praat niet over individuele percelen, maar over bedrijfsmodellen en grondgebruik.’

Dat maakt het mogelijk voor zowel de gemeente als de boeren om scenario’s snel door te rekenen en inzicht te krijgen in grondvoorraad, opgaven en financiering. ‘De systematiek geeft ons een objectief en toetsbaar kader. Daardoor kunnen we discussies beter voeren en raakvlakken tussen belangen duidelijker maken.’

‘Je praat niet over individuele percelen, maar over bedrijfsmodellen en grondgebruik’

Jan ten Tije, ook beleidsadviseur van de gemeente Wierden, legt uit dat de aanpak gebaseerd is op het combineren van verschillende data. ‘We brengen grondgebruik, eigendom en milieukaders samen en koppelen dat aan de bedrijfsmodellen van boeren. Daardoor kunnen we scenario’s maken die ruimtelijk én economisch haalbaar zijn.’

Het model is zo ontwikkeld dat het mogelijk is om snel door te rekenen wat de effecten zijn van veranderingen, zoals het stoppen van een boer of het toevoegen van nieuwe verdienmodellen. Het gebruikte rekenmodel maakt het vervolgens mogelijk om ‘op verschillende schaalniveaus te werken’, of het nu om een buurt, cluster of het hele gebied gaat. ‘Dat helpt om keuzes te maken op basis van feiten.’

Toekomstige verdienmodellen

In alle wensen zit een financiële onderbouwing. Er wordt uitgegaan van een hele lange adem van zeker tien of twintig jaar en de uitkomsten moeten tegen een stootje kunnen zoals te verwachten bestuurswisselingen of economische crises, zegt Cappendijk. Hij benadrukt het belang van transparantie: ‘Iedereen kan zien hoe keuzes worden gemaakt, welke aannames eraan ten grondslag liggen en wat de impact is van verschillende scenario’s.’

Ook maatschappelijke baten worden zo zichtbaar. ‘Je kunt laten zien wat de bijdrage is van gebruiksvormen aan biodiversiteit, waterkwaliteit en recreatie, en wat de kosten en opbrengsten zijn. Dat is cruciaal voor draagvlak en gefundeerde keuzes’, aldus Cappendijk.

De nieuwe werkwijze gaf Van der Kolk en zijn collega’s in de CATB onder meer het verhelderende inzicht dat ze verder zijn met maatschappelijke opgaven dan eerder gedacht. Zo moeten melkveehouders van het Rijk meer grond per dier hebben en moeten de koeien vaker en langer in de wei staan. Dat is voor veel boeren lastige opdracht. Van der Kolk: ‘Door deze methode bleek dat we die opgave om te extensiveren al lang hebben gehaald.’

Stoppende boeren

Het model laat ook zien wat de gevolgen en mogelijkheden zijn als agrarische bedrijven verdwijnen. ‘We weten dat boeren stoppen: ze hebben geen opvolging of ze worden - om wat voor redenen dan ook – weggekocht’, zegt wethouder Kortenhoeven.

’Die zijn er ook, en dat moeten we accepteren. Maar we hebben ook boeren die een opvolger aan tafel hebben zitten en die graag samen de voedselvoorziening in Nederland willen voortzetten.’

Van der Kolk: ‘Partijen met veel geld kopen hier grond. We moeten verzinnen hoe we die grond in Wierden kunnen behouden voor onze boerengezinnen.’ Daarom werken CATB samen met gemeente en adviseurs aan een grondbank met een transparant herverdelingssysteem.

'We moeten verzinnen hoe we die grond in Wierden kunnen behouden voor onze boerengezinnen’

‘Ons eerste succes is een samenwerking met natuurorganisatie Stichting Twents Reggedal. Onze leden mochten 65 hectare verdelen. De stichting trad daarbij op als een soort rentmeester en verdeelde de grond. Dat werkte goed omdat het een objectieve toewijzing was’, aldus Van der Kolk.

De CATB voerde de gesprekken met potentiële pachters en stelde samen met de stichting Twents Reggedal en de gemeente de kaders op. Ook de provincie, die toeziet op het natuurbeheer, is betrokken bij deze samenwerking. Dit model wordt verder uitgerold om toekomstbestendig grondbeheer te borgen.

Andere verdienmodellen

Doordat de methodiek van TwynstraGudde inzicht biedt in de beschikbare gebieden binnen Wierden en de bijbehorende plannen, ondersteunt het boeren ook bij het ontwikkelen van andere verdienmodellen. Van der Kolk: ‘Zoals mestvergisting, grondgebruik dat bijdraagt aan drinkwaterwinning of beheer van natuurgronden.’

Ten Tije: ‘Het landschap is het resultaat van menselijk handelen. Goede randvoorwaarden zijn essentieel om het buitengebied vitaal en aantrekkelijk te houden.’ Deze aanpak vraagt om stabiele, langdurige en betrouwbare samenwerking. Wethouder Kortenhoeven heeft daarom een vast budget dat hij structureel kan inzetten voor de integrale gebiedsontwikkeling in zijn gemeente.

Transparantie en respect en het delen van informatie is de sleutel, zeggen alle betrokkenen. Van der Kolk ziet dat inmiddels andere gemeenten kijken naar de unieke werkwijze in Wierden, maar geeft wel een waarschuwing mee: ‘Grond is emotie en dit model werkt alleen als je vertrouwen hebt én geeft.’

Gerelateerde Artikelen