Dit artikel staat in ROm juli 2025. ROm is een maandelijks vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Voor informatie over abonnementen klik hier.
‘Richt je als stad op stuwende, dat wil zeggen krachtige op export gerichte activiteiten, want die zorgen dankzij het geld dat je ermee verdient voor groei’. Dat schrijft bijzonder hoogleraar sociale geografie aan de Radboud Universiteit Gert-Jan Hospers in zijn onlangs verschenen Handboek stedelijke economie – theorie, praktijk en beleid.
Recent onderzoek van Platform31 (Verkenning woon-werkbalans: steden en regio’s op zoek naar evenwicht) wijst uit dat het aantal banen per 1000 inwoners in new towns Almere en Zoetermeer lager ligt dan in Oss, Zaanstad, Delft en Tilburg, al valt het verschil mee. Een ander kenmerk van new towns is dat verzorgende en dienstverlenende bedrijven de overhand hebben, vaak gericht op de ‘moederstad.’
‘Realiteit is dat de Almeerse economie nu té eenzijdig gericht is op verzorgende en dienstverlenende bedrijven die gebruik maken van het arbeidsreservaat dat in de Flevoland zit. En daarnaast veel mensen in flexbanen telt die geen arbeidszekerheid hebben’, zegt econoom en zelfstandig adviseur Walter Manshanden (NEO Observatory). ‘Dat gaat met name om functies op mbo niveau-4. Nog steeds wonen veel Schipholwerkers in Almere. Dat maakt de economie niet alleen minder krachtig, maar ook volatiel.’
Almere herbergt echter prachtige tech-bedrijven zoals laadpalenproducten Alfen, chipmachinebouwer ASM en toeleverancier in de halfgeleiderindustrie Levitech. Manshanden ziet veel potentieel voor de Almeerse techsector. Het ministerie van Economische Zaken ziet Almere als opvanggebied voor techbedrijven die elders ruimtelijk klem zitten. Zelf koestert de stad de ambitie om ‘vijfde high tech-hotspot’ van Nederland te worden, waarover zo meer.
Tragiek van middelgrote stad
‘Economie is moeilijk te sturen’, schrijven onderzoekers Jorn Koelemaij en Tim Ronaldus van Platform 31 in boven aangehaald onderzoek uit maart. Daarin staat dat alle middelgrote steden inclusief voormalige groeikernen geconfronteerd worden met het feit dat werk zich steeds meer concentreert in de grote steden.
Ondanks dat bepleiten de Koelemaij en Ronaldus een beleid dat gericht is op economische spreiding. Al was het maar omdat concentratie van werk in combinatie met deconcentratie van wonen negatieve bijeffecten heeft. Zoals grote pendelstromen richting Amsterdam en de Haarlemmermeer in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en een daaraan gekoppelde overbelasting van het mobiliteitssysteem, vervoersongelijkheid, arbeidstekorten en sociale ongelijkheid.
’Onvoltooid project’
New towns staan op het moment extra in de belangstelling omdat ze worden gezien als ‘onvoltooid project’. Maar zowel in vorig jaar november gepubliceerd onderzoek Zorgen voor New Towns; van groeikern tot aandachtsgebied van het Verwey-Jonker Instituut en Platform31, als in een recent essay over new towns van architectuurhistoricus Michelle Provoost (directeur International New Town Institute), gaat de aandacht vooral naar sociale problemen en leefbaarheid, en minder naar de economie.
ROm-hoofdredacteur Marcel Bayer pleitte in zijn commentaar in ROm december voor een noodzakelijk ‘tweede leven’ en een ‘nationaal programma’ voor groeikernen als antwoord op de sociale- en leefbaarheidsopgaven. Terwijl er ook economisch een kans ligt op een ‘tweede leven’ voor (voormalige) groeikernen die nadat het groeikernenbeleid medio jaren 80 tot een abrupt einde kwam nooit volwaardige steden zijn geworden. Almere is daarbij een vreemde eend in bijt omdat de polderstad nooit is opgehouden te groeien. Economisch is de stad wel achtergebleven.
Almere is nooit opgehouden te groeien, maar wordt bij een conjuncturele dip als eerste geraakt
Het aantrekken van nieuwe bedrijven is een nadrukkelijke voorwaarde die het stadsbestuur van Almere verbindt aan een schaalsprong naar ongeveer 400.000 inwoners. Maar hoe trek je naast mensen bedrijven aan, en het liefst ‘stuwende’ bedrijven? Hoe kan Almere gespecialiseerde satelliet worden binnen de MRA? Manshanden en economisch geograaf Gerlof Rienstra (Rienstra beleidsonderzoek en beleidsadvies) concludeerden in de studie Het vestigingsklimaat van Almere voor bedrijven die ze in 2019 in opdracht van Almere uitvoerden dat ‘als conjunctureel het water maar hoog genoeg staat, er water stroomt naar Almere’.
Conjuncturele dip
Het tegengestelde is ook waar. Bij een conjuncturele dip wordt Almere als eerste geraakt. Dat komt door de sectorstructuur van Almere waarin arbeidsbemiddeling voor flexibele arbeid oververtegenwoordigd is. Groothandel, informatie- en communicatietechnologie (ICT) en industrie vormen na arbeidsbemiddeling opgeteld de tweede sector: ‘Groothandel genereert weinig spinoff, maar hoogwaardige industrie daarentegen is een kansrijke sector voor clustervorming, gevolgd door ICT (ontwikkeling en productie, red.) en ICT-diensten (digitalisering, red.)’, aldus Manshanden nu. Alfen ondervindt momenteel flinke tegenwind door onder meer kostenstijgingen, maar ASM is sinds 2019 enorm gegroeid en komt steeds meer uit de schaduw als hooggespecialiseerd zusje van AMSL met het hoofdkantoor én een productiefaciliteit in de polderstad.
In zijn vervolgadvies uit 2021 stelde Manshanden dat voor Almere de ontwikkeling van een economisch profiel als ‘stad voor tech, transitie en energie haalbaar is, maatschappelijk relevant voor de verduurzaming van de Nederlandse economie, en complementair binnen de MRA’. Hospers reageert schriftelijk dat hij Almere als tech/IT-stad ‘redelijk plausibel’ vindt klinken, zeker als er genoeg IT-aanbod is. ‘Matching en learning kunnen daar floreren en wie weet komen daar ook startups uit voort. Wel denk ik dat Almere zich vooral zou moeten toeleggen op de ontwikkeling/productiefase - het werk van de ‘nerds’ - en dat Amsterdam zich beter blijft lenen voor de scale up-fase waar meer commercie/marketing (met de bijbehorende kenniswerkers die hechten aan de grootstedelijke sfeer) bij komt kijken’.
Het ministerie van EZ heeft Almere ondertussen in het vizier als een ‘deeptech brandpunt’ in ontwikkeling en mogelijk overloopgebied voor tech-bedrijven als deze in de Brainport-regio ruimtelijk niet meer uit te voeten kunnen. Regionale ontwikkelingsmaatschappij Horizon Flevoland kreeg een belangrijke rol als trekker van het Meerjarenprogramma Bovenregionale Samenwerking Technologiebrandpunten, dat EZ initieerde.
Van tech-bedrijven naar High Tech Campus
De gemeente koestert grote ambities. ‘Almere wil de vijfde hightech-hotspot van Nederland worden, naast Brainport Eindhoven, Twente, Delft en de regio Arnhem/Nijmegen. De ontwikkeling van een High Tech Campus aan de zuidoever van het Weerwater, waarover nu wordt gesproken met de gemeenteraad, is hiervoor belangrijk. De stad heeft daarvoor de steun van bedrijven, onderwijsinstellingen, de provincie en het Rijk nodig. Samen investeren we in onderzoek, onderwijs, innovatie en ondernemerschap en bouwen we aan de stad van de toekomst’, aldus de Almeerse economie-wethouder Maaike Veeningen.
‘Feitelijk zijn het nog steeds pioniers. Bedrijven zijn in grote mate selfsupporting’
Manshanden benadrukt dat de techbedrijven in Almere nu nog geen onderdeel uitmaken van een ecosysteem. Zo ontbreekt een opleidings- en kennisinfrastructuur. 'Alfen mist een hoogwaardige onderwijsinstelling die hun jongens en meisjes opleiden. Ze halen mensen van het Deltion College in Zwolle, een mbo-opleiding waarmee Alfen geaffilieerd is.’
ASM verzorgt volgens Manshanden het opleidingstraject intern. ‘Zo heb je een stuk of wat hoogwaardige bedrijven in Almere waaromheen zich geen infrastructuur heeft ontwikkeld. Dit was vroeger uit nood geboren. Er was een lege polder en domweg geen sociale infrastructuur. Bedrijven waren op zichzelf aangewezen. Ze moesten alles zelf regelen. Die pioniersmentaliteit zie je nog steeds. Feitelijk zijn het nog steeds pioniers. Bedrijven zijn in grote mate selfsupporting.’ Daar tegenover staat volgens Manshanden dat Almere niet de ballast heeft van een ‘oude industrie’ – verouderde industrie van voor 1980. ‘Wat er is, is nieuw en op de toekomst gericht.’
Belangrijkste advies van Manshanden en Rienstra (2019, 2021) luidde dat gewerkt wordt aan een ecosysteem met aandacht voor talent, nieuwe kennis, formele instituties en fysieke infrastructuur. Ze repten in 2021 over de noodzaak van het innovatiecampus, en hoger en universitair onderwijs. Manshanden: ‘De noordvleugel van de Randstad heeft geen technische universiteit. Voor Almere ligt daar een kans.’
Investeren in talent van morgen
De High Tech Campus moet een pleisterplaats worden voor deeptech-bedrijven die zich bijvoorbeeld bezighouden met de chiptechnologie van morgen, aldus de gemeentewoordvoerder. ‘Daarnaast maken we in Almere ruimte voor de maakindustrie die straks moet aansluiten op het high tech-cluster dat volop in ontwikkeling is. De high- en deeptech bedrijven die zich op de campus moeten gaan vestigen, trekken namelijk toeleverende bedrijven aan die onderdelen en halffabricaten leveren.’
De gemeentewoordvoerder vertelt dat Almere de komende jaren samen met kennisinstellingen fors investeert in technisch talent op alle niveaus. ‘Dat doen we samen met de lokale kennisinstellingen ROC, Aeres en Windesheim. Maar ook met bijvoorbeeld UTwente. Onze stad heeft op dit moment nog geen universitair onderwijsaanbod. Dat kun je als zwakte zien. Tegelijkertijd wordt het hierdoor mogelijk om samenwerkingen aan te gaan met (technische) universiteiten die qua onderwijsaanbod raken aan onze economische agenda – onder meer tech en transitie. Hiervoor lopen al gesprekken. Daarnaast werken we in de regiodeal Nieuw Land samen met Provincie Flevoland en gemeente Lelystad en kennisinstellingen in Almere/Lelystad aan interventies op talent.’
‘Door Almeerders de kans te geven om hier te leren en te werken behouden we talent voor onze eigen stad’
Op de vraag welke specifieke rol Almere voor zichzelf ziet weggelegd in de hightech-keten antwoordt de gemeentewoordvoerder: ‘Wij willen graag aanvullen op hetgeen we in Nederland al hebben. Dus geen concurrentie met andere hightech brandpunten, maar bedrijven samenbrengen die vanwege de krapte elders dreigen het land te verlaten. Daar hebben we de ruimte voor en dat vormt een deel van onze meerwaarde, los van de eerder genoemde punten. Daarnaast is het goed voor onze stad om technisch talent aan te trekken. Wethouder Veeningen: ‘De ontwikkeling van een hightech-cluster is nodig voor onze stad omdat daarmee kwalitatief hoogwaardige werkgelegenheid en opleidingen aan de stad worden toegevoegd. Inwoners krijgen zo vaker de kans om in de stad te werken en studenten om in eigen omgeving te studeren. Door Almeerders de kans te geven om hier te leren en te werken behouden we talent voor onze eigen stad.’
Stedelijk weefsel, kennis spillover
Een andere suggestie die Manshanden en Rienstra in 2021 deden is dat Almere voor het aantrekken van ondernemers moet inzetten op een stedenbouwkundige kwaliteit waarin functiemenging, verdichting en schaal belangrijke elementen zijn. ‘Almere is opgezet als suburb waar mensen kiezen voor een huis en niet voor een stad.
Om economisch te kunnen floreren helpt een “stedelijk weefsel”, waar meer ruimte is voor functiemening en toevallige ontmoetingen. Gemengde stedelijke omgevingen blijken vaak vruchtbare bodem voor nieuwe bedrijfjes, die weer kunnen uitgroeien tot wat groters.’ Het sluit aan bij de theorie in het boek van Hospers, die spreekt van ‘kennis-spillovers’ die makkelijker tot stand komen in stedelijke omgevingen door ‘sharing, matching en learning’.
Met Almere Pampus verrijst ondertussen een veel stedelijker Almere met een hogere dichtheid, waartoe Almere Poort al een eerste poging was. Deze nieuwe stadsdelen liggen hemelsbreed het dichtst tegen Amsterdam aan. De aanleg van een directe metroverbinding via IJburg met Amsterdam of IC Direct-verbindingen zullen de aantrekkingskracht van Almere op bedrijven volgens de Manshanden een impuls geven. Zo’n metrolijn is volgens hem belangrijker voor de regio dan het doortrekken van de metro van Amsterdam naar Schiphol.
‘Een directe metroverbinding via IJburg met Amsterdam is belangrijker voor de regio dan het doortrekken van de metro van Amsterdam naar Schiphol’
‘Schaal’ tot slot is een stedenbouwkundig element dat zowel het duo Manshanden en Rienstra als Hospers noemen. En daarmee heeft Almere een troef in handen. Uit onderzoek dat Hospers in zijn boek aanhaalt, blijkt dat een dubbel zo groot inwonertal van een stad, gemiddeld genomen resulteert in 2 tot 10 procent hogere productiviteit. En verdienen mensen in een stad die twee keer zo veel inwoners telt gemiddeld 15 procent meer. In dat perspectief bezien lijkt de schaalsprong van Almere op zich al een economische kans. Maar dan moet je het wel goed doen.

