Leiden slaat twee vliegen in een klap: riool en vergroening

Data en digitalisering Milieu Vergroening
Foto: Gemeente Leiden
Auteur Marko Faas

18 augustus 2025 om 21:22, Leestijd ca. 5 minuten


Leiden investeert de komende jaren stevig in de openbare ruimte. De stad combineert werkzaamheden aan riolering met vergroening, klimaatadaptatie en participatie. Met deze aanpak wil Leiden de leefbaarheid en klimaatbestendigheid van wijken zoals de Merenwijk en Gasthuiswijk vergroten.

Foto: Gemeente Leiden

Een uitgebreide versie van dit artikel hieronder stond eerder in vakblad Stedelijk Interieur. Interesse in een proefabonnement op Stedelijk Interieur? Dat kan.

‘In Leiden staan vergroening en klimaatadaptatie nadrukkelijk op de agenda’, zegt Tjinta Versteegen, strategisch ontwerper openbare ruimte. ‘We maken echt een slag. Leiden was flink versteend in de binnenstad. Daar is wel verandering in gekomen, met de komst van het Singelpark en door de klimaatopgave is er al veel groen ingebracht.’ 

Ook buiten de singels is Leiden volop bezig een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. Deze herinrichtingsprojecten starten vrijwel altijd vanuit de noodzaak om het riool te vernieuwen. Daarbij pakt de gemeente direct de bovengrondse inrichting mee. 

‘We hebben beheerplanningen op elkaar afgestemd, en inmiddels doen we dat ook met de planningen van ontwikkelingen’, zegt ze. ‘Het proces wordt vanuit beheer gestuurd. Dat is een bijzondere aanpak, maar werkt goed.’  

‘Ook de verschillende beheerbudgetten zijn samengevoegd. Wel zijn er extra financiën nodig voor klimaatadaptie, maar op langere termijn kunnen we als gemeente zo veel besparen door het combineren van opgaven. Het wordt dan een win-win-situatie.’ Volgens Versteegen worden projecten zo efficiënter uitgevoerd.

De 21e editie van het Openbare Ruimte Congres, dat vakblad Stedelijk Interieur samen met de NVTL, Stichting Steenbreek en gemeente Dordrecht organiseren, staat donderdag 2 oktober 2025 in het teken van ‘Klimaat als kans‘. Het congres richt zich onder andere op ontwerpoplossingen voor een aantrekkelijke, waterbestendige stad en aan de hand van verschillende voorbeelden in de gemeente Dordrecht, dit jaar gaststad van het congres. Meer weten? Lees alles over het programma en de sprekers.

Vergroening en ecologie

Een belangrijk speerpunt in de Leidse aanpak is de inzet op vergroening en ecologie. De Leidse stadsecoloog is standaard betrokken bij de planvorming, zegt Versteegen. Bij herinrichtingen wordt zorgvuldig gekeken naar bestaande bomen en groenstructuren. En niet alleen de ecoloog wordt vroeg bij de planvorming betrokken. 

Om de inventarisatie zo breed mogelijk te maken, worden meerdere gemeentelijke afdelingen vanaf het beging meegenomen. Naast beheer zitten bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkeling, duurzame leefomgeving en mobiliteit aan tafel. En ook de stadsingenieurs praten vanaf het begin mee. 

‘Dan heb je in een vroeg stadium al gesprekken en weten alle betrokken afdelingen waarom keuzes worden gemaakt.’ Dat heeft effect op het ontwerpproces. ‘Omdat we steeds vollediger zijn in onze inventarisatie, ontwerpen we ook anders.’  

‘De belangrijkste slag is dat je uiteindelijk het beleid zoveel mogelijk meetbaar maakt. Daardoor krijgen we eerder knelpunten in beeld. We kunnen dan op systeemniveau naar een oplossing zoeken en niet pas tijdens de uitvoering.’ 

Andere omgang 

De smalle opzet van de straten vraagt om een andere omgang met ruimte voor groen, parkeren en klimaatadaptatie, zegt Versteegen. Regenwater moet hier slim worden opgevangen en via groenstructuren naar bergingslocaties worden geleid. 

Wateropvang, groenbeheer, parkeren en energievoorzieningen worden daarom integraal bekeken. ‘We willen voorkomen dat we later knelpunten ontdekken wanneer de aannemer al in de straat staat’, zegt ze. Door vooraf de scenario’s door te rekenen, worden projecten realistischer en toekomstbestendiger. 

Daarbij is ruimte voor nieuwe inzichten. Het veranderende klimaat stelt immers nieuwe eisen aan de openbare ruimte. Via stresskaarten brengt Leiden locaties met wateroverlast en hittestress in beeld. De Leidse ontwerpers gebruiken deze kaarten om gericht maatregelen te nemen. 

Participatie 

Leiden ontwikkelde haar integrale aanpak grotendeels zelfstandig. Gemeenten als Dordrecht, Rotterdam en Amsterdam dienen als inspiratiebron, vooral op deelonderwerpen als bewonersparticipatie, zegt Versteegen. En de stad betrekt bewoners zoals altijd actief bij herinrichtingen. 

Al voordat ontwerpen worden gemaakt, worden wijkwandelingen georganiseerd om signalen uit de buurt op te halen. Ook is er met een omgevingsmanager één vast aanspreekpunt voor de bewoners. 

'We nemen bewoners serieus, al kunnen we niet altijd alle wensen honoreren.’ 

‘Vooral werkende inwoners en kwetsbare groepen zijn moeilijker te bereiken', merkt Versteegen op. ‘We nemen bewoners serieus, al kunnen we niet altijd alle wensen honoreren.’ 

Soms lukt dat goed, zegt ze, omdat de stad inwoners de kans geeft eigen varianten te tekenen. ‘In de Gasthuiswijk leidde dit tot een door bewoners ontworpen pleintje dat volledig voldeed aan de gemeentelijke randvoorwaarden voor klimaatadaptatie’, aldus Versteegen.  

Een nieuwe ontwikkeling is het vertalen van beleidsambities naar meetbare doelen. Leiden ontwikkelt digitale kaarten waarmee onder andere stresslocaties zichtbaar worden gemaakt. Hierdoor kunnen projecten beter onderbouwd en gemonitord worden. 

Binnen de organisatie zijn vaste toetsingsmomenten afgesproken. Projecten worden getoetst door de TACOR, de Toets- en Adviescommissie Openbare Ruimte, een brede werkgroep waarin ontwerpers, beheerders en ingenieurs samenwerken.  

‘Elke wijk biedt nieuwe lessen', aldus Versteegen. 'We leren zo steeds beter omgaan met nieuwe opgaven zoals klimaatadaptatie, energietransitie en veranderend mobiliteitsgebruik.’ 

Gerelateerde Artikelen