Imme van der Leij is strategisch adviseur regionale gebiedsontwikkeling bij Arcadis
Beste kiezer,
Op 29 oktober mag je weer naar de stembus. Ik kan mij voorstellen dat je nog even moet bijkomen van de ongekende politieke chaos van de afgelopen tijd, om niet te spreken over de tweede val van hetzelfde kabinet Schoof. Een periode die overheerst werd door ruzies, bestuurlijke onkunde en natuurlijk de allesoverheersende obsessie met migratie.
Maar waar lig jij nou echt wakker van? Grote kans dat dit onze woningmarkt is. Peilingen tonen aan dat volkshuisvesting, ofwel ‘wooncrisis’ of de ‘woningmarkt’, het belangrijkste verkiezingsthema is voor kiezers. Met stip op een, op afstand gevolgd door immigratie en zorg. Precies zoals een maand voor de verkiezingen van november 2023. Vervelend dat je waarschijnlijk het gevoel hebt dat er van die beloftes om de wooncrisis op te lossen niets terecht is gekomen. Tekenend is immers dat de laatste twee kabinetten gevallen zijn over asiel en migratie, niet over bouwen.
Nu dit weekend de laatste verkiezingsprogramma’s zijn gepubliceerd, is de strijd om issue owner Volkshuisvesting te worden, begonnen. Immers is de politieke winst voor de partij die de ruimte op dát onderwerp weet in te nemen, enorm. De grootse plannen voor nieuwe steden vliegen waarschijnlijk om je oren: ‘IJstad’ (D66), ‘Mediapark’ (PVV), ‘wonen op voormalige vliegvelden Rotterdam en Maastricht’ (GL-PvdA), en ‘Tata-Stad’ (Volt). Maar hoe duid je dat?
De reden dat ik dit schrijf, is om je mee te geven dat het oplossen van de wooncrisis niet alleen gaat over het wat (huizen bouwen), maar ook om het hoe (welke afwegingen en keuzes worden het gemaakt). Daaruit blijkt welke visie partijen echt hebben voor Nederland.
De verkiezingen bieden de kans de balans in de volkshuisvesting te herstellen
En dat is altijd zo geweest. Tuindorpen uit de negentiende- en twintigste eeuw waren bedoeld voor de verbetering van de woon- en leefomstandigheden van de arbeidersklasse. De Amsterdamse grachtengordel moest haar centrale rol in de wereldeconomie weerspiegelen en toont door de ordening van haar grachten dat in de Republiek ‘Heeren’ belangrijker waren dan ‘Keizers’. Of de ontwikkeling van de ‘eenieder bekende Vinex-wijken’, die aldus Edwin Buitelaar ‘toonbeelden van geplande orde op het hoogtepunt van een sterk geïnstitutionaliseerde Nederlandse planningscultuur’ zijn (in zijn inaugurele rede Verstedelijking verklaard, Universiteit Utrecht, mei 2019).
Met een niet al te grote stap van de Republiek naar de VVD, komen we in het tijdperk aan waarin Nederland ‘af’ is (minister Blok in 2010, Rutte II). Het weerspiegelt het denken in maakbaarheid. Vijftien jaar later staat de volkshuisvesting er slechter voor dan ooit.
Kenmerkend voor de huídige tijdsgeest is dat woningbouw wordt gegijzeld door andere dossiers. Mede vanuit de verlammende angst van beleidsmakers en besluitnemers om te kiezen, kleur te bekennen en daadwerkelijk te besturen (structureel) en specifiek vanwege de politieke speerpunten van dit Kabinet (actueel). Deze dynamiek is op z’n zachts gezegd, jammer. Dat laatste werd mij pijnlijk duidelijk op de Dag van de Ruimtelijke Ordening op 26 mei, waar minister Keizer meer sprak over het beperken van asielmigratie als oplossing voor het woningtekort, dan over het bouwen van woningen.
Wat ís eigenlijk het grootste wapenfeit van deze minister van Volkshuisvesting? Een meerderheid in de Tweede Kamer voor het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting? Een wet die kansloos lijkt in de Eerste Kamer door het PVV-amendement dat verbiedt statushouders voorrang te geven bij het toewijzen van sociale huurwoningen. Of is het de inzet van dit kabinet op het schrappen van regels om woningbouw op gang te brengen? Een streven dat onder andere via het programma STOER (‘Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Regels’) in gang gezet werd om de bouw aan te trekken, terwijl de elephant in de room natuurlijk stikstof is.
Wat ís eigenlijk het grootste wapenfeit van deze minister van Volkshuisvesting?
Beste kiezer, ik hoop dat je weet dat mijn punt niet is dat dit alles de schuld is van de BBB, omdat die heel toevallig twee ministers op deze belangrijke dossiers heeft. Ik geef een voorbeeld van hoe politieke kleur, visie en perspectief de ruimtelijke ontwikkelkansen van Nederland mede vormgeven. En dat daar heel veel in te kiezen is. GroenLinks-PvdA koppelt bouwen aan een nieuwe verzorgingsstaat en sociale rechtvaardigheid, VVD benadrukt het belang van economische groei en deregulering, CDA aan gemeenschapsvorming, en D66 aan brede welvaart en duurzaamheid. Veel partijen willen de regie terugpakken, anderen juist regeldruk verminderen.
Daarmee biedt 29 oktober wederom een kans om de noodzakelijke aandacht te vestigen op dit thema. We kunnen stellen dat Schoof een tussenfase is: gericht op oppervlakkige versnelling en vereenvoudiging (regeldruk verminderen), zonder de noodzakelijke aandacht voor de ecologische context (stikstofproblematiek oplossen) en met oog voor lange termijn ruimtelijke kwaliteit (ruimtelijke keuzes en afronden van de Nota Ruimte). De verkiezingen bieden nu de kans om die balans te herstellen.
Dit kabinet kwam er niet uit en Rutte IV eigenlijk ook niet. Daarom ligt er verantwoordelijkheid bij jou als kiezer om richting te geven aan datgene wat jij voor onze toekomstige fysieke leefomgeving belangrijk vindt. En je niet te laten afleiden door partijen die voor politiek gewin, net als in 2023, andere thema’s opblazen. Voor de woonopgave geldt daarmee als échte kernkwestie: niet alleen hoeveel of hoe snel we bouwen, maar: met welk toekomstbeeld, voor wie, en met welke perspectief voor Nederland voor de lange termijn? Daar ligt de echte keuze voor de kiezer.
Veel wijsheid gewenst!


