Wvrv dreigt te bezwijken onder eigen amendementen

Omgevingswetgeving Woningbouw
Auteur Henk Gierveld

15 september 2025 om 19:10, Leestijd ca. 7 minuten

Door een reeks politiek ingevoegde wijzigingen is de Wet versterking regie volkshuisvesting juridisch zwaarder, uitvoerbaar lastiger en rechtsstatelijk discutabel geworden. De kans dat de Eerste Kamer instemt, slinkt met de dag. Intrekking lijkt de enige weg om chaos te voorkomen en de regie op volkshuisvesting alsnog volgens de regels te versterken. Wetgevingsjurist Henk Gierveld legt het uit.
Henk Gierveld is wetgevingsjurist en als toegevoegd onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law (UCSOWL) van de Universiteit Utrecht.
Dit artikel staat in ROm september 2025. ROm is een maandelijks vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Voor informatie over abonnementen klik hier. 

In zijn brief van 18 januari 2023 zette minister De Jonge zijn plannen uiteen om in acht jaar tijd 900.000 woningen te bouwen. Onderdeel van die plannen was een wijziging van onder andere de Omgevingswet. Op 6 maart 2024 werd het wetsvoorstel de Tweede Kamer toegestuurd, op 25 juni 2025 vond de plenaire behandeling in de Tweede Kamer plaats. De Kamer stemde op 3 juli 2025 over de ingediende amendementen, moties en het wetsvoorstel. Het amendement Mooiman over het uitsluiten van urgentie voor statushouders was reden voor de Tweede Kamerfracties van GroenLinks-PvdA, D66, SP en DENK om tegen het wetsvoorstel te stemmen. Het wetsvoorstel is aangenomen en die dag toegestuurd aan de Eerste Kamer.

‘De gekozen werkwijze om STOER-voorstellen via amendementen in te voegen, omzeilt de normale procedure van consultatie en advies'

Inmiddels heeft de Eerste Kamer minister Mona Keijzer geschreven dat zij het wenselijk acht dat de Afdeling advisering van de Raad van State advies of voorlichting verstrekt, vanwege de zorg over de rechtmatigheid en uitvoerbaarheid van een drietal amendementen. De VNG heeft inmiddels laten weten haar positief advies over de Wvrv, vanwege een aantal amendementen, in te trekken. De kans is klein dat de Eerste Kamer nog dit jaar gaat stemmen over het gewijzigde wetsvoorstel. Het is bovendien de vraag of zij zal instemmen met de Wvrv, gezien de aangenomen amendementen.

Nog meer werk

Het voorstel voor de Wvrv voorziet, wat betreft de wijziging van de Omgevingswet, in enerzijds het systeem van een verplicht volkshuisvestingsprogramma met instructieregels en anderzijds op versnellingsmaatregelen (bestuursprocesrecht). Maar de beoogde juridische doorwerking past niet bij de in de Omgevingswet neergelegde scheiding van beleid en normstelling. De verplichte volkshuisvestingsprogramma’s horen niet thuis in de wet, omdat programma’s alleen verplicht worden voorgeschreven bij (dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde en bij Europees verplichte programma’s. Dat is niet aan de orde.

Het enige gevolg van de inwerkingtreding van het regieonderdeel is dat elke gemeente, provincie en het Rijk zelf een programma moet schrijven, waarop Rijk en provincies alleen kunnen reageren zonder juridische instrumenten.

‘Verplichte volkshuisvestingsprogramma’s horen niet thuis in de wet’

Het heeft verder geen enkele zin om de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) een versnelde behandeling op te dringen en op termijn te stellen, nu zij al meerdere keren heeft aangegeven dat de rek er uit is vanwege de al hoge werkdruk. Bovendien geeft zij al de hoogste prioriteit aan de behandeling van beroepen tegen woningbouwprojecten. Het opnemen van de versnellingsmaatregelen was voor de Raad van State reden om een zwaar dictum (C) te geven. In het nader rapport heeft de regering die bezwaren naast zich neergelegd.

Koppeling met STOER

Het niet willen overbelasten van de ABRvS wordt door de regering weliswaar onderstreept maar vooral met de mond beleden. Onderdeel van het wetsvoorstel is een grondslag voor een algemene maatregel van bestuur (AMvB), waarin de projecten worden genoemd die in eerste en hoogste aanleg door de ABRvS worden behandeld. Dat zal een Paard van Troje blijken te zijn, want biedt de mogelijkheid voor ook andere ministeries om hun eigen superbelangrijk bevonden projecten op te nemen in het Omgevingsbesluit, de bedoelde AMvB. Het biedt ook de mogelijkheid voor de minister van VRO om daarin niet alleen woningbouwprojecten van ten minste twaalf woningen – zoals tot voor kort het criterium luidde – maar alle projecten van ten minste één woning te noemen. Dat zou een enorme verzwaring van het takenpakket van de Afdeling bestuursrechtspraak tot gevolg hebben.

'De amendementen zijn niet uitvoerbaar en verzwaren het wetsvoorstel onnodig’

Dat voorstel, gebracht als voortschrijdend inzicht, werd gedaan door de Adviesgroep STOER (hierna ook: STOER) in haar eindrapport dat voorzitter Friso de Zeeuw minister Mona Keijzer op 10 juli aanbood. De officiële kabinetsreactie op het rapport volgt in het najaar van 2025. De minister heeft echter besloten om in een brief van 23 juni – twee dagen voor de plenaire behandeling van het voorstel Wvrv – al te reageren op het concepteindrapport (sic!) STOER door te schrijven dat ze de voorstellen voor zover die binnen haar bevoegdheid liggen, direct wil uitvoeren.

Ik neem aan dat deze brief bewust voorafgaande aan de behandeling van het wetsvoorstel naar buiten is gebracht en kan evenmin uitsluiten dat de minister onder andere haar partijgenote Wijen-Nass heeft gevraagd om haar te helpen met de directe implementatie van STOER, voor zover dat zag op het criterium van ten minste één woning. Zij heeft vervolgens het oordeel over die amendementen aan de Kamer overgelaten en niet ontraden. Daar was alle reden toe omdat er geen enkel verband is tussen de inhoud van de amendementen en het wetsvoorstel, dat nu eenmaal niet over STOER gaat. Dat in de Wvrv wijzigingen zijn opgenomen van de Omgevingswet en Algemene wet bestuursrecht is geen vrijbrief om dan via amendering andere wijzigingen op te nemen, zeker niet als die geen relatie hebben met de inhoud van de Wvrv. Dat is wel gebeurd.

Rechtsstaat buitenspel?

De genoemde amendementen zijn in strijd met het AMvB-systeem van de Wvrv. Dat werkt zo dat op alle projecten die opgenomen zijn in die AMvB ‘slechts’ de regeling van de bijzondere beroepsbepalingen (artikel 16.86) en die van de versnelde behandeling en rechterlijke termijnstelling (artikel 16.87) van toepassing zijn. Om dat te bereiken dient in het Omgevingsbesluit eerst de categorie ten minste één woning te worden opgenomen, met als gevolg dat dan de genoemde artikelen ook van toepassing zijn op die projecten. De wijziging van het Omgevingsbesluit is onderdeel van het (ontwerp) Besluit versterking regie volkshuisvesting, dat nog moet worden voorgehangen en om advies naar de Raad van State dient te worden gestuurd. Dat wordt pas eind van dit jaar, begin volgend jaar verwacht.

 ‘Met de directe actie van de Tweede Kamer zijn de verschillende instituties op het spelersveld van de rechtsstaat gepoort’

Rechtsstatelijk bezien is het niet zo fraai om de (procedure) regels waaraan ook de overheid is gehouden te omzeilen. Als het gaat om de implementatie van de STOER-voorstellen waar die zien op wijziging van regelgeving, is het de bedoeling dat na de kabinetsreactie een AMvB wordt gemaakt, die in consultatie wordt gebracht, voorgehangen en om advies wordt toegezonden naar de Raad van State. Met de directe actie van de Tweede Kamer zijn de verschillende instituties op het spelersveld van de rechtsstaat gepoort. Die passeerbeweging is leuk bij voetbal, maar is rechtsstatelijk bezien geen actie die applaus verdient.

Maar belangrijker (?) is dat de amendementen niet uitvoerbaar zijn en het wetsvoorstel onnodig hebben verzwaard. Het gewijzigd wetsvoorstel – niet geschreven ter implementatie van de aanbevelingen van STOER – loopt het risico dat het door die verzwaring niet wordt aangenomen. Er zal ongetwijfeld door de Eerste Kamer een novelle in procedure worden gebracht, maar dan zullen eigenlijk alle STOER-amendementen teruggedraaid moet worden. Ook dan blijft er nog steeds een voorstel over waarmee de Afdeling bestuursrechtspraak wordt overbelast en de minister de instrumenten ontbeert om de gewenste regie te voeren. 

Het had allemaal kunnen worden voorkomen als de minister het STOER-traject buiten dat van de Wvrv had gehouden. Nu zit er voor de minister weinig anders op dan het wetsvoorstel alsnog in te trekken en netjes de regels te volgen om vervolg te geven aan de door haar belangrijk bevonden aanbevelingen uit het eindrapport van de Adviesgroep STOER. Met de brief van 23 juni 2025 heeft de minister zich – in haar woorden – volledig in de hoek geschilderd.

 

Gerelateerde Artikelen