Versnelling van woningbouw en aanwijzing van nieuwe locaties is een centrale pijler in de verkiezingsprogramma’s richting 29 oktober 2025. De urgentie is groot: de druk op de woningmarkt, ruimteclaims vanuit klimaat en landbouw en de noodzaak van betaalbare huisvesting vragen om daadkrachtige keuzes. Tegelijk laat de analyse van partijprogramma’s zien dat accenten sterk verschillen, zowel qua instrumentarium als visie op ruimtelijke ordening.
Eerst nog even de context. Het Rijk heeft stevig ingezet op nationale afspraken. Denk aan de ambitie om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen, de Doorbraakaanpak met 24 grootschalige locaties (totaal 150.000 woningen), en het Programma Versnelling Woningbouw (10.000 toekomstbestendige woningen per jaar, waarvan twee derde betaalbaar). Ook de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting, die het aandeel betaalbare woningen wettelijk borgt, markeert een trend naar centrale sturing. Locaties als Groot Merwede-Rijnenburg, Lisserbroek, Nieuw-Vennep West en Bleizo zijn daarbij belangrijke ankerpunten.
Nieuwe steden
D66 valt op met een concrete en instrumentele benadering. De partij wil tien nieuwe steden realiseren - waarvan IJstad in het Markermeer het nieuws al uitgebreid haalde - en zet expliciet in op herbestemming van agrarische gronden aan de stadsrand en op grote poldergebieden. Daarmee doet D66 een duidelijke oproep aan de planologie om strategisch en integraal te denken, met oog voor infrastructuur, landschappelijke inpassing en leefbaarheid.
Om vertraging te voorkomen wil de partij bezwaarprocedures inperken, onder meer met vaste compensatie voor omwonenden. Ook verbindt D66 bouwsubsidies aan prijsplafonds, bijvoorbeeld meer woningen onder 250.000 euro. Qua instrumentarium pleit de partij voor actief grondbeleid, met meer mogelijkheden voor voorkeursrecht en planbatenheffing, zodat waardestijgingen terugvloeien naar publieke voorzieningen en betaalbare woningen. Innovatief is het idee van een ‘bouwbaas’: een centrale regisseur die barrières doorbreekt en complexe projecten versnelt.
D66 wil tien compleet nieuwe steden bouwen, met een bouwbaas als centrale regisseur
Meer grip
GroenLinks-PvdA kiest eveneens voor versnelling via wetgeving. Een Wet Versnelling Woningbouw moet belemmeringen wegnemen en het bouwtempo opvoeren. Dat gaat gepaard met actieve grondverwerving via publieke grondbanken, vaker gebruik van het voorkeursrecht, een heffing op braakliggende terreinen en desnoods onteigening bij trainerend gedrag.
Woningbouwcorporaties Nieuwe Stijl krijgen een centrale rol: investeerders zonder winstoogmerk die betaalbare huurwoningen van hoge kwaliteit realiseren, ook voor de middenklasse.
Het stikstofslot doorbreken is cruciaal: via uitkoop van intensieve veehouders rond de Veluwe en de Peel moet vergunningverlening weer mogelijk worden. GroenLinks-PvdA noemt expliciet een woonwijk op luchthavenlocatie Rotterdam, woningbouw in regio’s rond Schiphol (bij krimp luchtvaart), uitbreidingen in de Brabantse stedenrij en de zone Amsterdam-Almere. Binnenstedelijke verdichting en herbestemming van bedrijventerreinen blijven daarnaast prioriteit.
De SP kiest een vergelijkbare koers richting stevige overheidsregie, met de nadruk op betaalbaarheid en zeggenschap. Ook de SP wil een groot bouwprogramma voor sociale huur en betaalbare koopwoningen, waarbij gemeenten en woningcorporaties leidend zijn. Speculatie met grond en woningen moet worden tegengegaan via een verbod op winstbejag in de volkshuisvesting en door actieve inzet van een nationaal bouwfonds. Ook wil de SP leegstaande panden sneller herbestemmen en stelt zij dat bouwlocaties niet primair door marktpartijen, maar door de overheid moeten worden aangewezen en ontwikkeld.
Linkse partijen zetten in op publieke regie, grondbanken en corporaties Nieuwe Stijl
Minder regels
De VVD blijft algemener, maar zet vol in op het schrappen van regels die woningbouw vertragen. Zo wil de partij de Ladder voor duurzame verstedelijking tijdelijk buiten werking stellen, zodat bouwen buiten de bestaande kom eenvoudiger wordt. Ook pleit de VVD voor nauwere samenwerking met marktpartijen en minder bureaucratie. Over concrete locaties is de partij terughoudend.
CDA en ChristenUnie leggen meer nadruk op regionale regie. Versnelling moet komen uit betere samenwerking tussen gemeenten, provincies en Rijk. CDA noemt nadrukkelijk grondverwerving en vergunningversnelling, en ziet kansen voor bouwen in kleinere kernen. ChristenUnie legt de nadruk op sociale woningbouw, participatie en maatwerk, en is minder uitgesproken over grote nieuwe locaties of steden.
Eigenbelang voorop
Rechts van het midden is de PVV uitgesproken in het prioriteren van Nederlanders op de woningmarkt, maar weinig concreet over locaties. Wel wil de partij zo veel mogelijk regels schrappen, vooral die rond klimaat en duurzaamheid.
Ook JA21 wil voorrang voor eigen inwoners, starters en middeninkomens. Voor deze groepen moet meer worden gebouwd, liefst op grootschalige locaties in de provincies, mits infrastructuur en voorzieningen aanwezig zijn. Tegelijk zijn ook ‘straatje erbij’-oplossingen bespreekbaar.
BBB richt zich primair op bouwen binnen kernen en steden, onder meer via transformatie van leegstaande kantoren, boerderijen en fabrieken. Pas als binnenstedelijk bouwen tekortschiet, wil BBB uitbreiden rond kernen, op schaal passend bij de omgeving. Agrarische grond wordt volgens de partij niet zomaar opgeofferd.
VVD en centrumrechts willen versnellen door procedures te vereenvoudigen en marktpartijen meer ruimte te geven
Hybride ordening
Tot zover de highlights uit de verkiezingsprogramma’s. Er valt dus wat te kiezen als het gaat om regie en sturing. Linkse partijen zijn het meest uitgesproken over nieuwe locaties en actieve grondpolitiek, met nadruk op publieke regie, sociaal en duurzaam bouwen. Rechts en centrumrechtse partijen (VVD, CDA) zijn meer gericht op het wegnemen van procesdrempels en het benutten van marktdynamiek, met een minder uitgesproken visie op locatiekeuze. Het blok van “straatje erbij” zullen we maar zeggen.
Voor planologen, stedenbouwers, managers van gebiedsprocessen, maar ook vergunningverleners is de uitdaging om met de toenemende druk vanuit bestuur en politiek en met de nodige versnellingsinitiatieven, toch te blijven zoeken naar samenhangende oplossingen. Want woningbouw mag dan voor velen en zeker voor vrijwel alle politieke partijen in de verkiezingen op 1 staan, er zijn meer uitdagingen om rekening mee te houden. Denk aan het klimaat, aan de keuzes voor wat voor economie we willen hebben, aan wat dit alles vraagt aan infrastructuur, inclusief duurzame energie. Daar komt de ruimtevraag van Defensie nog bij omwille van onze veiligheid, het behoud van democratische waarden en de rechtsstaat.
Je zou kunnen spreken van hybride ruimtelijke ordening, met enerzijds de behoefte om snel stappen te zetten en anderzijds om dat wel zorgvuldig te blijven doen, met respect voor de rechtszekerheid van belanghebbenden en zoveel mogelijk draagvlak. Bovenal vraagt dat om rugdekking vanuit bestuur en politiek, en dus een kabinet met een duidelijke visie op waar Nederland heen moet, met lef om door te pakken, ook op gevoelige dossiers, en met vooral bestuurlijke ervaring om die koers vast te houden.


