‘Ruimtelijke ordening is óók economisch beleid. Zonder centrale keuzes over ruimte kunnen we onze welvaart en publieke voorzieningen niet veiligstellen.’

Met randvoorwaardelijk beleid sturen op economie en ruimte

Ruimtelijke economie Omgevingswetgeving Beleidsnota’s

Barbara Baarsma. Beeld E. Walvisch
Auteur ROmagazine.nl

07 november 2025 om 15:10, Leestijd ca. 8 minuten


Nederland staat op een kantelpunt. Woningbouw, klimaatverandering, energievoorziening, zorg en defensie vragen om forse investeringen en ruimtelijke keuzes. Volgens econoom Barbara Baarsma kan de overheid dat niet langer overlaten aan losse maatregelen of sectorbeleid. Zij pleit voor randvoorwaardelijk beleid, waarbij de overheid voorwaarden schept die richting geven aan economie én ruimte.

Barbara Baarsma. Beeld E. Walvisch

Door Jan Jager en Marcel Bayer

Barbara Baarsma is econoom, hoogleraar toegepaste economie aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan PwC. Ze geldt als een van de meest prominente analisten van economische ontwikkelingen in Nederland en mengt zich regelmatig in het publieke debat over verdienvermogen, duurzaamheid en de rol van de overheid. In gesprek met ROmagazine benadrukt ze hoe economie en ruimte onlosmakelijk verbonden zijn, en waarom randvoorwaardelijk beleid noodzakelijk is om Nederland toekomstbestendig te maken.

‘De vraag is niet welke sectoren we moeten koesteren of afbouwen’, zegt Baarsma. ‘Het gaat erom ruimte te scheppen voor activiteiten die bijdragen aan hogere arbeidsproductiviteit en verduurzaming. Dat lukt alleen door randvoorwaarden te stellen aan hoe we arbeid, milieu, kapitaal en ruimte inzetten.’

‘Ruimtelijke ordening is een krachtig instrument om op herallocatie van productiefactoren te sturen’

Randvoorwaardelijk beleid

Het concept randvoorwaardelijk beleid is eenvoudig in opzet, maar ingrijpend in gevolgen. Baarsma onderscheidt drie pijlers: milieugebruiksruimte, arbeid en ruimtelijke ordening. Voor milieugebruiksruimte betekent dit een stevigere beprijzing. ‘Stikstofuitstoot en watergebruik zijn nu ondergeprijsd. Door emissierechten te verhandelen of waterlozingen duurder te maken, ontstaat druk op bedrijven om groener en innovatiever te worden. Waar beprijzen niet kan, zijn strikte normen nodig met effectieve handhaving.’

‘Bedrijven die overeind blijven door goedkope arbeid en slechte voorzieningen moeten innoveren of verdwijnen’

Ook arbeid vraagt om scherpe keuzes. Baarsma pleit voor een verhoging van het minimumloon, maar dan losgekoppeld van de AOW en uitkeringen. ‘Anders wordt het onbetaalbaar. Een hoger minimumloon dwingt bedrijven in arbeidsintensieve activiteiten om te investeren in productiviteit. Bedrijven die dat niet kunnen, verdwijnen dan vanzelf of verhuizen.’ Daarnaast moet de overheid actiever toezien op arbeidsomstandigheden en huisvesting van arbeidsmigranten. ‘We hebben veel te lang weggekeken van misstanden bij laagbetaalde arbeidsmigranten. Bedrijven die alleen overeind blijven door te goedkope arbeid en slechte omstandigheden moeten tot verbeteringen worden aangezet – of verdwijnen.’

Dit interview staat in ROm november, een themanummer dat geheel is gewijd aan de Ruimtelijk Economische Visie van het ministerie van EZ. ROm is het vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en digitaal gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Voor het papieren magazine berekenen we alleen portkosten op jaarlijkse basis. Voor informatie over abonnementen klik hier.

Ruimte als schaarse factor

In Baarsma’s analyse is ruimte meer dan een decor voor economische ontwikkeling, maar een productiefactor die in Nederland extreem schaars is. ‘Elke vierkante meter heeft een bestemming. Als we ruimte niet herverdelen, stagneert ons verdienvermogen. Groei is geen doel op zich, maar zonder groei vullen we de schatkist niet om zorg, defensie en klimaatadaptatie te bekostigen.’ Ze wijst op een bekend voorbeeld: ASML. ‘Als een bedrijf als ASML wil uitbreiden, heeft het ruimte nodig – niet alleen voor fabrieken, maar ook voor woningen en infrastructuur. Die ruimte moet ergens vandaan komen. Blijven we die aan activiteiten toewijzen die weinig waarde toevoegen per vierkante meter en hoge ecologische kosten opleveren, dan belemmeren we verdienvermogen dat we hard nodig hebben.’

‘Zonder groei vullen we de schatkist niet om zorg, defensie en klimaatadaptatie te bekostigen’

’Om ruimte vrij te spelen kunnen we een voorbeeld aan Denemarken nemen’, zegt Baarsma. Denemarken koos voor een fundamentele herstructurering van de landbouw om klimaatdoelen te halen. Met een nationaal landbouwakkoord wordt ongeveer twintig procent van het agrarisch areaal herbestemd. De Denen zetten in op grootschalige bebossing – ‘een gebied zo groot als Limburg’ – herstel van veenweiden en verhoging van waterstanden – ‘een gebied zo groot als het Groene Hart’ –, met als resultaat: reductie van broeikasgasuitstoot en versterking van natuur en klimaatadaptatie. Baarsma: ‘Eerst was er veel weerstand, maar via intensieve onderhandelingen en financiële afspraken met boeren werd breed draagvlak bereikt.’ Ze noemt het ‘een typische polderoplossing die Nederland ook nodig heeft: keuzes maken, onderhandelen en koppelen aan langetermijndoelen.’

Herallocatie van productiefactoren

Randvoorwaardelijk beleid draait om herallocatie, betoogt Baarsma. Ze doelt op arbeid, kapitaal, ruimte en milieu, waarbinnen een verschuiving moet plaatsvinden van laagproductieve naar hoogproductieve activiteiten. ‘Het gaat mij niet om sectoren’, benadrukt Baarsma. ‘Binnen elke sector zitten koplopers en achterblijvers. In de hortisector zie je hypermoderne innovatieve bedrijven naast bedrijven die nauwelijks investeren en zwaar drukken op milieu en arbeid. Sectorbeleid stuurt onvoldoende scherp; randvoorwaardelijk beleid zorgt dat marktprikkels over de hele breedte van de economie een proces van herallocatie in beweging zetten.’

Transport en logistiek is een sprekend voorbeeld. Deze sector is een centrale schakel in de Nederlandse economie, omdat vrijwel alle bedrijven ervan afhankelijk zijn. Centraliteit is dus de mate waarin activiteiten verweven zijn met andere delen van de economie. De achterblijvende arbeidsproductiviteitsgroei remt ook andere sectoren. Zonder efficiënte logistiek kunnen andere sectoren niet goed functioneren.

‘Door sturende randvoorwaarden (arbeid, milieu, digitalisering) bedrijven aanzetten te innoveren’

Behalve de lage productiviteitsgroei, noemt Baarsma als kwetsbaarheid ook de grote afhankelijkheid van arbeidsmigranten en de lage uitgaven aan R&D. ‘De beleidsopgave is om door sturende randvoorwaarden (arbeid, milieu, digitalisering) bedrijven aan te zetten om te innoveren. Blijft productiviteitsgroei uit, dan betalen andere sectoren de prijs’, aldus Baarsma.

Regionale dynamiek

De ruimtelijk-economische opgaven verschillen sterk per regio. Baarsma wijst op een door PwC gemaakte heatmap van productiviteit en groeipotentieel. Groot-Amsterdam heeft een sterke uitgangspositie dankzij een divers ecosysteem en hoge productiviteit. Rijnmond zakt daarentegen weg.

Een evenwichtige verdeling van verdienvermogen vraagt om regionale agenda’s

‘Je wilt niet de Britse situatie, waarin Londen zo ongeveer alles verdient en de rest van het land daarvan afhankelijk is’, waarschuwt ze. ‘Een evenwichtige verdeling van verdienvermogen is cruciaal voor maatschappelijke stabiliteit. Dat vraagt om regionale agenda’s, afgestemd op de sterktes en zwaktes van elke regio.’

Als voorbeeld noemt ze de A2. Dit is nu de belangrijkste economische as van Nederland, die de kerngebieden Amsterdam, Utrecht, Brainport Eindhoven en Midden-Limburg verbindt. ‘Stuk voor stuk vind je daar sterke kennis- en technologieclusters met hoogwaardige arbeid, hoge R&D en sterke internationale verbindingen.  Ook ontwikkelt de beroepsbevolking zich hier wat gunstiger dan in andere regio’s. Juist voor de regio’s die lagere productiviteit en afnemend arbeidsaanbod hebben, is regionaal beleid nodig om bijvoorbeeld de infrastructuur en bereikbaarheid te verbeteren of kennisdeling te stimuleren. Natuurlijk is de maakbaarheid beperkt, omdat het vertrekpunt de huidige economische structuur en bevolking is. Toch kan regionaal beleid helpen het groeivermogen te verbeteren’, benadrukt Baarsma.

Ecosysteemdenken

Baarsma pleit voor een verschuiving van sectoraal naar regionaal en ecosysteemdenken. Traditionele sectorstatistieken zijn minder relevant, omdat bedrijven in de praktijk deel uitmaken van waardeketens en regionale netwerken. Een voorbeeld is het Utrechtse Science Park, een innovatiecampus waar bedrijven, kennisinstellingen en ziekenhuizen samen onderzoek doen naar gezondheid en duurzaamheid. Een ander voorbeeld is het financiële ecosysteem in Amsterdam met banken, fintechs (zoals Adyen, Mollie, Bunq), verzekeraars en zakelijke diensten. Regio’s waar ecosystemen onderontwikkeld zijn, hebben een lagere productiviteitsgroei. Samenwerken aan kennis en innovatie is een belangrijke aanjager van arbeidsproductiviteit.’

‘Het uitgeven of transformeren van bedrijventerreinen biedt kansen om randvoorwaarden te koppelen aan economische keuzes’

Voor planologen en beleidsmakers ligt hier een duidelijke rol. Het uitgeven of transformeren van bedrijventerreinen biedt kansen om randvoorwaarden te koppelen aan economische keuzes. ‘Je kunt als provincie of gemeente zeggen: we geven geen vergunning voor een bedrijf dat te veel water vervuilt’, stelt Baarsma. ‘Ruimtelijke ordening is een krachtig instrument om op herallocatie van productiefactoren te sturen. Sinds de invoering van de Omgevingswet begin 2024 kunnen overheden ruimtelijke keuzes koppelen aan maatschappelijke doelen. Zo kan de provincie in de omgevingsverordening bindende regels voor gemeenten opleggen op het gebied van milieucategorieën, clustering van innovatieve bedrijvigheid, of eisen aan energie-infrastructuur. En gemeenten kunnen in het omgevingsplan ook weer maatwerkregels opleggen over energieneutrale bouw of eisen aan waterberging of mobiliteit.’

Lange termijn boven korte termijn

Een rode draad in Baarsma’s betoog is voorspelbaarheid. Het ondernemingsklimaat in Nederland lijdt volgens haar niet alleen onder stikstof of een krap stroomnet, maar vooral onder politieke onzekerheid. ‘De inconsistentie en onvoorspelbaarheid van beleid ondermijnen investeringsbereidheid’, zegt ze. ‘Bedrijven weten niet waar ze aan toe zijn. Het helpt enorm als politiek en samenleving zich committeren aan heldere doelen waar bijna iedereen achterstaat: betaalbare zorg, moderne defensie, klimaat, woningbouw en infrastructuur. Als je dáár beleid en randvoorwaarden op richt, ontstaat er rust en richting.’

Gerelateerde Artikelen