
Dit artikel staat in ROm november, een themanummer dat geheel is gewijd aan de Ruimtelijk Economische Visie van het ministerie van EZ. ROm is het vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en digitaal gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Voor het papieren magazine berkenen we alleen portkosten op jaarlijkse basis. Voor informatie over abonnementen klik hier.
Universiteit Twente profileert zich als dé ondernemende universiteit van Nederland. Wie rondloopt op innovatiecampus Kennispark Twente, precies halverwege Hengelo en Enschede, raakt onvermijdelijk onder de indruk van wat hier gebeurt op het grensvlak van technisch onderwijs en bedrijvigheid. De universitaire vakgroepen Robotics en Mechatronics, het DesignLab en TechMed (voluit Technical Medical Center) vormen de spil van kennisinnovatie, in nauwe samenwerking met Saxion Hogeschool en het bedrijfsleven. Die samenwerking brengt voortdurend nieuwe uitvindingen en startups voort. Ook midden in de Enschedese binnenstad, op de Stadscampus van Saxion, voel je diezelfde energie. In het Epy Drost-gebouw, achter de oude Twentse Textielschool, werken studenten en docenten van de Academie Creatieve Technologie aan innovatieve technieken voor verduurzaming en circulaire economie. Saxion en SaXcell vormen samen met andere Overijsselse koplopers op het gebied van circulair textiel het samenwerkingsverband TexPlus: een icoonproject binnen de Dutch Circular Textile Valley.
‘Nederland moet selectief investeren in regio’s waar de koppeling tussen ruimte, economie en talent werkt’
Onderwijs en innovatie gaan ook hier hand in hand. Vanuit de gangen kijk je direct de werkplaatsen in, waar studenten van het ROC van Twente, Saxion en de UT aan projecten werken, terwijl afgestudeerden en zzp’ers in een andere vleugel hun eerste bedrijf hebben gevestigd. Zichtbaarheid en contact maken zijn sleutelwoorden in deze kraamkamer voor startups. Jonge onderzoekers en startende ondernemers krijgen begeleiding in ondernemerschap; het regionale mkb wordt ondersteund bij innovatie.

Op het voormalige, ooit streng beveiligde, Thales-terrein in Hengelo bloeit tegenwoordig een van de meest innovatieve bedrijvencampussen van het oosten van Nederland: het High Tech Systems Park (HTSP). Waar vroeger fabriekshallen en hekken het beeld bepaalden, heerst nu het open karakter van een groene campus waar innovatie, samenwerking en economische groei centraal staan. Op 21,6 hectare huisvest het park ruim 46 bedrijven en 3.400 banen, variërend van gevestigde namen als defensie-innovator Thales zelf, HP Valves en NX Filtration, tot startups en scale-ups in Gebouw N. De campus, in ontwikkeling vanaf 2014, onderscheidt zich door gedeelde R&D-faciliteiten zoals het Environmental Competence Center, een Digital Smart Factory, en een duurzaam energienetwerk (‘Bronnet’) dat restwarmte en kanaalwater benut. De Radartoren B17, een historisch icoon, is herbestemd als modern bedrijfsverzamelgebouw.
HTSP is een groeimotor voor Twente: het stimuleert innovatie door korte lijnen met kennisinstellingen als Universiteit Twente en Saxion. De open innovatiestrategie – ideeën snel omzetten in producten en bedrijven in elk groeiniveau ondersteunen – maken HTSP een voorbeeld voor andere parken. Buck Consultants International concludeert dat dergelijke campussen de afgelopen jaren verantwoordelijk waren voor een groot deel van de werkgelegenheidsgroei in hun regio. Foto: Thales Nederland B.V.
Eén geluid
De samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven in Twente staat stevig op de kaart. Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van Twente Board, waarin gemeenten, provincie, kennisinstellingen en bedrijven samen optrekken.
‘We brengen partijen bij elkaar die voorheen langs elkaar heen werkten. Uiteindelijk gaat het erom dat we maakindustrie, hoger onderwijs en dorpen verbinden in één ontwikkelstrategie,’ legt manager public relations Jasper Kerkwijk uit. ‘De gezamenlijke koers geeft de regio meer gewicht in nationale discussies, bijvoorbeeld rond chiptechnologie, medtech, defensie en energie. Als Twente afzonderlijk optrekt, valt het weg in de veelheid van regionale geluiden.’
‘De gezamenlijke koers geeft de regio meer gewicht in nationale discussies‘
Kerkwijk wijst op de structuur van de Twentse economie, die een lange traditie kent in textiel, machinebouw en elektrotechniek, maar voornamelijk bestaat uit mkb en slechts enkele grote bedrijven als Demcon, VDL en Thales. ‘Thales is het grootste defensiebedrijf van Nederland,’ memoreert hij. Ook Urenco, met een Europese rol in kernenergie, benadrukt volgens hem het strategische belang van de regio. ‘De wens voor meer strategische autonomie in Europa betekent dat we defensie-industrie prioriteit moeten geven,’ aldus Kerkwijk. ‘Twente kan daar een sleutelrol in spelen.’
‘Toch zijn we van oudsher meer een maak- en toeleveringsregio. Dat heeft een andere dynamiek, maar is net zo belangrijk voor de ketens waarin Nederland wereldwijd een rol speelt,’ benadrukt hij. ‘Door bedrijven, kennisinstellingen en bestuurders structureel samen te brengen, laten we zien dat Twente een onmisbare schakel is in de Nederlandse economie. We hebben nu één geluid in Twente, dat maakt ons sterker richting Den Haag en Brussel.’
‘De koppeling tussen economie en ruimte urgenter dan ooit’
Dat is hard nodig, want ondanks of juist door de successen staat de regio voor stevige uitdagingen: van ruimtegebrek en energieinfrastructuur tot het aantrekken en vasthouden van talent. Waar dat laatste voorzichtig beter gaat - volgens de laatste cijfers houdt Twente 50 procent van de afgestudeerden inmiddels vast (dat was enkele jaren geleden nog 40 procent) - is de koppeling tussen economie en ruimte urgenter dan ooit, zegt Kerkwijk. ‘Alle plannen en visies vallen of staan bij de vraag of er nog energie, water en ruimte beschikbaar is. Zonder dat valt alles stil.’
Scherpe keuzes
De spanning tussen economische groei en ruimtelijke inpassing dwingt regio’s en gemeenten tot scherpe keuzes. Moet er netverzwaring plaatsvinden voor hightech maakindustrie, of krijgen logistieke bedrijven evenveel ruimte? Dat zijn lastige afwegingen als je prioriteit wilt geven aan sectoren die Nederland internationaal sterk maken, terwijl de ruimte beperkt is. Op het gemeentehuis van Enschede begrijpen ze dat goed. ‘We kiezen voor een technologie-, innovatie- en creativiteitsprofiel,’ vertelt Bart de Jong, opdrachtgever economische ontwikkelingen bij de gemeente. ‘Ruimtelijk gezien zijn er drie zwaartepunten. Kennispark is ons vlaggenschip; daarnaast investeren we in de binnenstad en de vrijetijdseconomie, en we werken aan het toekomstbestendig maken van de traditionele bedrijventerreinen.’
‘Op plekken als Rigtersbleek-Tubantia en de Westerval zie je nog oude textielhallen met laagwaardige bedrijvigheid,’ vult collega Werner Gerritsen, opgavecoördinator stedelijke ontwikkeling, aan. ‘Daar transformeren we naar gemengde gebieden met ruimte voor werken én wonen. Monumentale fabriekspanden kunnen zo dragers worden van nieuwe ontwikkeling. Het gaat erom meer uit de ruimte te halen. Zonder banen is er geen stad. Hoogstedelijke plekken ontwikkelen we altijd in combinatie met werken.’
Kwaliteitssprong naar hightech en maakindustrie
Enschede maakt in de programmering al duidelijke keuzes. Grote logistieke bedrijven, zoals Elektramat, krijgen geen plek in de stad. ‘Zo hebben we dat regionaal afgesproken,’ legt De Jong uit. ‘Met alle Twentse gemeenten maken we afspraken over de programmering van bedrijventerreinen en werklocaties. Wij richten ons op bedrijven die aansluiten bij ons technologieprofiel, met Kennispark en de spoorzone als kerngebieden.’ Ook bij herstructureringen geldt die samenwerking, zegt hij. Een goed voorbeeld is de sluiting van bandenfabrikant Vredestein. ‘Dat levert twintig hectare bedrijventerrein op. Daar willen we geen logistiek centrum. We versterken elkaar in plaats van te concurreren. Het uitgangspunt is dat Twente als geheel sterker wordt.’

Almelo Businesspark XL. Beeld Twente Board
‘Het uitgangspunt is dat Twente als geheel sterker wordt’
Almelo profiteert van haar strategische ligging in de Twentse corridor, met uitstekende verbindingen via de A1, A35, spoor en kanaal. De CTT-terminal op XL Businesspark speelt daarin een belangrijke rol.
XL Businesspark (XL1) is inmiddels geheel uitgegeven en heeft veel bijgedragen aan het behoud van bedrijven in de regio. Zo heeft VDL zich er gevestigd en versterkt daarmee de hightech maakindustrie in Almelo. ‘In zeven jaar tijd zijn er 7.000 banen bijgekomen, niet alleen op XL Businesspark, maar ook bij de hightechclusters van Thales en aan de Bornsestraat,’ zegt projectleider Pepita de Rosario.
Met XL Businesspark 2 komt er ongeveer 75 hectare bij, maar de insteek verschilt van de eerste fase. ‘XL1 bood ruimte aan logistieke bedrijven, bij XL2 zetten we in op technologisch gedreven maakindustrie. Daar ligt de toekomst voor Almelo en Twente,’ zegt De Rosario. ‘De ontwikkeling kan bijdragen aan de landelijke opgave om de HTSM-sector te behouden.’
‘Ruimtelijke ontwikkeling is niet meer alleen een kwestie van kavels uitgeven,’ stelt Arend Sick, hoofd stedelijke ontwikkeling bij gemeente Almelo. ‘Er is een tijd geweest dat grote dozen veel plek innamen maar weinig banen opleverden. Wij richten ons nu bewust op hightech en intensieve maakindustrie: bedrijven die veel werkgelegenheid scheppen en waarde toevoegen op beperkte kavels. Maar het gaat ook om infrastructuur, energie en duurzaamheid. XL2 laat zien dat we die koppeling bewust maken, met onder meer een energiehub waar bedrijven energie kunnen delen.’

Een belangrijke innovatie op Technology Base is de ontwikkeling van en het testen met drones. Hier werd het eerste Nederlandse testcentrum opgezet: Space53. Sinds begin dit jaar onderdeel van Twente Airport. Beeld Technology Base
Van vliegbasis naar innovatiemilieu - Technology Base geeft Twente vleugels
Voormalige militaire vliegbasis Twenthe ontwikkelt zich tot een uniek hightech bedrijventerrein waar drones, innovatieve materialen en safety en security centraal staan, en samen met het naastgelegen regionale vliegveld Twente Airport. Het gebied combineert ruimte, beslotenheid en infrastructuur. Daarmee biedt het kansen die elders in Nederland nauwelijks te realiseren zijn. De potentie is groot, maar stikstof en netcongestie houden de verdere ontwikkeling op.
Technology Base beslaat de helft van de voormalige militaire luchthaven bij Enschede. De andere helft van deze 500 hectare grote gebiedsontwikkeling heeft andere functies gekregen die inmiddels zijn gerealiseerd. In eerste instantie was het plan om hier een commerciële luchthaven van te maken, maar dat werd in 2014 politiek afgeblazen. ‘Toen hebben we de koers verlegd,’ vertelt Joep van Aaken, ontwikkelmanager van Technology Base. ‘Niet passagiers of vrachtvluchten, maar een bedrijventerrein voor hightech en innovatieve materialen. Laat daar Twente nou net hele goede papieren in hebben.’ Daarnaast was het behoud van de 3 km lange landingsbaan op Twente Airport een opgave.
‘De aantrekkingskracht van dit gebied is groot’
Sindsdien zijn shelters en hallen herbestemd voor bedrijven. Alles is inmiddels verhuurd aan innovatieve en hightech bedrijven, zoals Aeronamic, dat aan de luchtvaartindustrie levert; Demcon; RE-liON, dat testen en trainen via virtual reality mogelijk maakt, en Dynteq, een technologisch ontwerpbureau. Dat is het type bedrijvigheid dat klaar staat om zich hier te vestigen in nieuwbouw voor het opschalen van hun activiteiten. Inmiddels werken er al zo’n 250 mensen. Ook de Twente Safety Campus, waar politie, brandweer en Defensie oefenen en innoveren, heeft hier een vaste plek.
Een andere belangrijke innovatie op het terrein is de ontwikkeling van en het testen met drones. Hier werd het eerste Nederlandse testcentrum opgezet: Space53. Sinds begin dit jaar onderdeel van Twente Airport. ‘We waren een van de eersten in Nederland waar BVLOS-vluchten plaatsvonden. BVLOS staat voor Beyond Visual Line of Sight, vluchten buiten zicht van de piloot,’ legt Mike Holsheimer uit, teamleider Ondernemersloket Enschede. Die vluchten maken geautomatiseerde operaties op afstand mogelijk, wat bijvoorbeeld cruciaal is voor inspecties over lange afstanden, drone-leveringen en beveiligingstaken. De Inspectie van Leefomgeving en Transport (ILT) heeft State of Motion de bevoegdheid toegekend om op Twente Airport en Technology Base te testen met experimentele drones. Twente Airport beschikt hiermee over de noodzakelijke testruimte voor diverse droneprojecten, zoals de ontwikkeling van nieuwe drone monitoring techniek, veiligheidsconcepten en nieuwe toepassingen met drones in Europese projecten.

Innovatieve bedrijvigheid in een van de voormalige shelters voor de vliegtuigen. Beeld Technology Base
Met de ontheffing kun je als operator of ontwikkelaar belangrijke tijdswinst behalen. De experimentele en dus nog niet gecertificeerde technologie kan op Twente Airport beoordeeld worden of deze veilig genoeg is om mee te testen. Daar is steeds meer vraag naar, zeker nu ook Defensie de activiteiten grootschalig uitbreidt. In het concept van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie is Twente Airport aangewezen als onderdeel van een corridor voor cargo-drones.
‘Het ligt op het schap, alleen je mag je cadeautje niet openen’
De toepassingsmogelijkheden zijn breed: inspecties van kades en bedrijventerreinen, beveiliging, luchtkwaliteitsmetingen en logistiek. ‘Werken aan elektrisch vliegen en vliegen met drones drukken niet op stikstofruimte en kunnen veel duurzamer en veiliger taken uitvoeren,’ aldus Holsheimer. ‘Alleen het vervoer van onderdelen en de mensen die eraan werken telt daarbij, maar dat kunnen we zoveel mogelijk beperken, vult Van Aaken aan. ‘Ook elektrisch vliegen is een speerpunt. Wat je op Schiphol of Eindhoven niet kunt testen, kan hier wél.’
Samenwerking onmisbaar
Almelo kan de grote ruimtelijke en economische opgaven niet alleen oplossen, benadrukt Sick. ‘Met Twente Board hebben we een sterke organisatie die het gezamenlijke belang uitdraagt en zorgt voor onderlinge afspraken over hoe we de kenniseconomie versterken en wie zich waarop profileert. Maar ruimtelijke ordening houdt niet op bij de gemeentegrens. Het gaat om integraal nadenken over hoe we samen de schaarse ruimte invullen en hoe netwerken met elkaar samenhangen.’
Hij prijst de Ruimtelijk Economische Visie (REV) van het ministerie van Economische Zaken: ‘De REV helpt prioriteren: waar zet je in op versterking van clusters en waar juist niet. Voor ons bevestigt dat de keuze voor hightech maakindustrie en werkgelegenheid op beperkte ruimte.’
Almelo zoekt inmiddels actief contact met het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). ‘We hebben hen nodig om te zorgen dat de keuzes die wij hier maken ook landelijk worden herkend en ondersteund.’ Hij doelt daarmee onder meer op de ondersteuning door het Rijk van de woningbouwprogrammering, waarbij de Twentse steden er tot nu toe bekaaid van af komen. Verder zijn de netcongestie en stikstofproblematiek grote knelpunten voor bedrijvigheid en woningbouw. Sick vat samen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling gaat steeds meer om integraliteit. We hebben het Rijk nodig om de randvoorwaarden te scheppen. Alleen door gemeente, regio, provincie en Rijk in samenhang te laten werken, kunnen we tempo maken en de economische potentie van Twente ten volle benutten.’
‘De REV helpt om te prioriteren: waar zet je in op versterking van clusters en waar juist niet’
‘Het Rijk kijkt nog te eenzijdig naar woningbouw’, vinden Werner Gerritsen en Bart de Jong in Enschede. ‘Voor de spoorzone en Kennispark hebben we juist een integrale aanpak nodig, waarin ook werklocaties, onderwijs en infrastructuur worden meegenomen’ zegt Gerritsen. ‘We hebben woningbouwcorporaties, maar geen bedrijventerreinencorporaties. Voor onrendabele toppen bij hightechfaciliteiten of chipfabrieken zijn revolverende fondsen nodig. Daar kan het Rijk echt verschil maken’, vult De Jong aan.
Grensoverschrijdend denken en werken
De Twentse lobby richting Den Haag begint zijn vruchten af te werpen, ziet Jasper Kerkwijk van Twente Board. ‘We merken erkenning. Er wordt ons gevraagd een tienjarenplan te maken voor chiptechnologie. Dat laat zien dat Twente niet alleen regionaal, maar nationaal relevant is.’ Toch benadrukt hij dat het beleid van verschillende ministeries beter moet aansluiten. ‘Economische Zaken ziet inmiddels het belang. Maar onderwijs, cultuur en sociale zaken moeten óók aanhaken. Iedereen zegt dat we meer technici nodig hebben om concurrerend te blijven, maar tegelijk wordt het onderwijs verzwakt’, stelt Kerkwijk. Hij doelt op bezuinigingen op universiteiten en beperkingen op de instroom van buitenlandse studenten. ‘Dat werkt ons direct tegen. Terwijl juist internationale studenten hier graag komen. We hebben ze keihard nodig. Bovendien versterkt de samenwerking over de grens onze positie.’ Kerkwijk noemt een programma als Techland, waarin Twente samenwerkt met Münster en andere Duitse partners.
Zolang het investeringsbeleid gefragmenteerd blijft, gaan we kansen missen, stelt Kerkwijk. De nieuwe Nota Ruimte helpt om keuzes scherper te stellen, denkt hij. ‘Je kunt niet meer met hagel schieten. Nederland moet selectief investeren in regio’s waar de koppeling tussen ruimte, economie en talent werkt. Twente kan daarin een sleutelrol spelen.’


