
U droeg de Ruimtelijk Economische Visie gelijk met verve uit. Het werd ook wel tijd, na vijftien jaar waarin economie meer ging over innovatie, dan over ruimte …
‘Om in Nederland een goed ondernemingsklimaat te garanderen, is ruimte een belangrijke pijler. De uitdagingen van onze leefomgeving hebben namelijk ook impact op het bedrijfsleven: stikstof, netcongestie, milieuruimte en de fysieke ruimte voor bedrijven. Het is niet zo dat hier in voorgaande jaren geen aandacht voor was: ook mijn voorgangers hebben hier stappen op gezet met de start van het Programma Ruimte voor de Economie en de Ruimtelijk Economische Verkenning. Maar we zien dat de druk op ruimte toeneemt. Dat vraagt dus om actie.’
‘De Ruimtelijk Economische Visie (verder REV, red.) moet de ruimte voor bedrijven garanderen en vergroten. Want door de toenemende druk op de fysieke ruimte komen bedrijven in de knel. En dat terwijl verlies van elke hectare er één te veel is. Want wanneer ruimte voor bedrijven verdwijnt zonder dat dit op een andere plek terugkomt, komen we in de problemen. Want de mensen die in de nieuw te bouwen huizen wonen, moeten ook ergens werken.’
‘Daarom is ook één van de uitgangspunten van de REV: als een bedrijventerrein verdwijnt, moet dat op een andere plek terugkomen. Dat moet niet alleen voorkomen dat het totaal aan ruimte afneemt, maar er juist toe leiden dat er méér ruimte beschikbaar komt voor onze economie. Want op die essentiële vierkante kilometers verdienen we het grootste deel van ons geld.’
Dit artikel staat in ROm november, een themanummer dat geheel is gewijd aan de Ruimtelijk Economische Visie van het ministerie van EZ. ROm is het vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en digitaal gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Voor het papieren magazine berkenen we alleen portkosten op jaarlijkse basis. Voor informatie over abonnementen klik hier.
Katalysator voor transities
Toch is er kritiek op de REV. Uw voorganger en partijgenoot minister Adriaansens sprak de verwachting uit dat bevolkingsgroei en duurzame transities een groei van ongeveer 15 procent (van 2,6 naar 3 procent landbeslag) vergt qua fysieke ruimte voor bedrijvigheid op campussen, scienceparken en bedrijventerreinen. Ze zette daar nadrukkelijk het getal van 66,3 procent landbeslag voor agrarische terreinen tegenover. In de REV wordt de ruimteclaim niet ‘hard’ gemaakt. Gaat u zich daar hard voor maken?
‘Inderdaad willen we werken naar ten minste 3 procent ruimte voor de economie. De huidige ruimte voor de economie is 2,8 procent[1]. Op dit kleine stukje Nederland verdienen we verreweg het grootste deel van ons geld. Dat is van groot belang. We moeten ons geld eerst verdienen voordat we het kunnen uitgeven, aan bijvoorbeeld goede zorg, onderwijs en veiligheid. Ook zijn deze bedrijventerreinen een katalysator van de transities waar we als maatschappij in verkeren, en is het een plek waar innovaties tot stand komen. Daarom heb ik in de REV opnieuw benadrukt dat ruimte voor de economie moet toenemen om onze economie voldoende te laten groeien. Daarvoor moet de ruimte die beschikbaar is voor bedrijven ook groeien.’
‘In acht van de twaalf provincies is de ruimte voor bedrijven in 2030 zo goed als uitverkocht’
‘We zien dat de vraag naar ruimte vanuit het bedrijfsleven de komende jaren alleen maar toeneemt. Gelijktijdig droogt de beschikbare ruimte volledig op: in acht van de twaalf provincies is de ruimte voor bedrijven in 2030 zo goed als uitverkocht. Daarom is de REV een belangrijke volgende stap om ervoor te zorgen dat ondernemers juist wél de ruimte krijgen om te kunnen ondernemen.’
Brandpunten van innovatie-ecosystemen
U bent zelf ondernemer geweest en hebt internationale ervaring. Wat is nog de ‘kracht’ van Nederland als ondernemersland, en hoe kunnen we dat ruimtelijk faciliteren?
‘Nederland is en blijft een land van ondernemers. Onze unieke ligging, met een goede infrastructuur, onze cultuur van samenwerken – nationaal en internationaal – en onze innovatie-ecosystemen hebben creatieve en innovatieve ondernemers voortgebracht. Daar ben ik ontzettend trots op. Tegelijkertijd dalen we op de ranglijsten. Om dat tij te keren, moeten we scherpe keuzes durven maken. Zowel binnen het ruimtelijke domein als voor de brede economie. Zo versterken we onze internationale positie als Nederland en kunnen bedrijven hier floreren en groeien.’
‘Daarom is het vanuit ruimtelijk oogpunt van belang om voldoende locaties voor verschillende soorten bedrijven te behouden en te creëren: voor onze diensteneconomie die grotendeels met kantoorgebouwen af kan, maar ook voor hoogtechnologische startups en de fabrieken die de productie draaiende houden. Het is belangrijk dat we er ook voor blijven zorgen dat mkb’ers toegang hebben tot betaalbare bedrijfsruimte in en rondom steden en dorpen in alle regio’s in Nederland.’
‘De REV richt zich ook specifiek op benutten van het potentieel en de sterktes van alle regio’s’
‘Daarnaast moeten we inzetten op de brandpunten van innovatie-ecosystemen zoals campussen, zodat innovatieve bedrijven voldoende ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Een voorbeeld is de hoogtechnologische cluster in Eindhoven, met ASML als belangrijke speler.’
Meer slagkracht door focus
Hoe is dit te combineren met andere, al even urgente, ruimtelijke opgaven zoals woningbouw, energietransitie, klimaatadaptatie, natuur?
‘We hebben in Nederland te maken met meerdere urgente ruimtelijke opgaven, maar die zijn niet los van elkaar te zien. Zo willen mensen ergens wonen, maar moeten ze ook ergens werken. Het Rijk neemt de regie met de Nota Ruimte, om samenhangende en integrale keuzes te maken.’
Vergrijzing vergt productiviteitsgroei om ons verdienvermogen op peil te houden, aldus de REV. Daarin staat dat het Rijk wil sturen op ‘productief ruimtegebruik’. Uw eigen SG Sandor Gaastra suggereerde dat de overheid randvoorwaarden kan stellen, en zo de ene economische activiteit meer ruimte geeft dan de andere. Welke sectoren ziet u als leidend voor de toekomst, over welke moeten we nog eens nadenken? Wat is de rol van regio’s in Noord- Oost- en Zuid-Nederland? En wat is de rol van Nederland binnen een samenhangend (inter)nationaal systeem, een ander uitgangspunt in de REV?
'We moeten als Nederland prioriteit geven aan de markten waar we sterk in zijn of kunnen gaan zijn'
‘De Nederlandse economie is ontzettend divers. Ik zet mij als minister in om het brede ondernemingsklimaat voor al die ondernemers te verbeteren: door minder regeldruk, toegang tot financiering en door grote opgaven zoals stikstof en netcongestie met het kabinet aan te pakken. We moeten als Nederland prioriteit geven aan de markten waar we sterk in zijn of kunnen gaan zijn, om juist daar voorop te lopen. Want we kunnen niet in alles 100 procent de beste zijn. Dat is niet erg, want binnen Europa kunnen we de verschillen tussen de economieën van landen opvangen. Dat doen we niet ten koste van andere markten, maar door te focussen kunnen we wel meer slagkracht hebben met onze beperkte middelen en mensen.’
‘Daarnaast zijn de kansen in bestaande en opkomende economische ecosystemen belangrijk voor een toekomstbestendige economische ontwikkeling van regio’s. Dit geldt voor alle regio’s door heel Nederland, dus ook voor Noord-, Oost-, en Zuid- Nederland. Daarom richt de REV zich ook specifiek op het benutten van het potentieel en de sterktes van alle regio’s.’
Gezamenlijke uitvoeringsagenda
De REV ligt er. Nu is het tijd voor uitvoering. Wie speelt welke rol? Ook financieel?
‘Zoals we in mijn thuisstad Rotterdam altijd zeggen: geen woorden, maar daden. Het is nu tijd om deze visie om te zetten in actie. Dat gaan we samen doen met provincies en gemeenten en andere belangrijke partners. Daarom gaan we samen met provincies, gemeenten en bedrijfsleven de komende tijd aan de slag met een uitvoeringsagenda. Hierin komt concreet te staan hoe we de REV in de praktijk gaan brengen. Daarnaast is de Nota Ruimte een belangrijke stap waarmee we als Rijksoverheid de regie nemen voor de ruimtelijke opgaven waar we in Nederland mee te maken hebben.’
[1] In de Nota Ruimte is gewerkt met de meest recente CBS-statistiek over bodemgebruik in Nederland. De ruimte voor bedrijventerreinen is door CBS gesteld op 2,8 procent. Dit nieuwe getal was nog niet beschikbaar bij de REV. In de REV is op basis van actuele gegevens van de STEC groep 2,5 procent genoemd.


