Afgelopen weken heb ik aantal collega’s mogen feliciteren met 25 dienstverband. Oorkonde, gebak, extra maandsalaris en Gouden Speld. Leuke en heugelijkje momenten in een mensenleven. Terugkijkend: 25 jaar geleden was de periode dat we samen met andere ontwikkelaars, woningcorporaties, beleggers en banken grondposities namen op potentiële woningbouwlocaties. Nu zijn er in het heden vele opvattingen over de zin, onzin of zelfs waanzin van deze aankopen. Maar niets is zo zuiverend om deze aankopen te bezien vanuit het perspectief van het jaar 2000, als startpunt van het derde millennium.
Het was een bijzonder jaar. Waarbij we de Millennium Bug hadden overleefd; Paars II (PvdA – VVD – D66) de socialistische variant van het neoliberaal beleid uitspon; Nederlanders massaal aandelen World Online kochten, Bill Clinton in de State of Union het begrotingsoverschot aankondigde en Poetin als gekozen president verwelkomde. Kortom, het was een tijd van ongebreideld optimisme. Maar ook niets zo weerbarstig als de toekomst. Zo leert een jaar later met 9/11, de moord op Pim Fortuijn en de internetbubbel.
“Laat de toekomst maar komen. En met onze grondposities maken we de toekomst zelf”.
Van de gekochte grondposities zijn er ondertussen velen verzilverd met grootschalige woningbouwprojecten als Vathorst, Leidsche Rijn en Ypenburg. Maar nog steeds ligt 50.000 ha markt- en Rijksgronden klaar om tot ontwikkeling te worden gebracht. Anno 2025 kunnen we de vraag - “waarom is er hiér nog niets gebeurd?” - bij de ander leggen. En doorgaan met debatten over de waarde van binnenstedelijk of buitenstedelijk ontwikkelen. Maar ik word hier vooral treurig van. Dit in de geest van het heden, waarbij op veel fronten sprake is van een crisis (klimaat, geopolitiek), en we als maatschappij geen paraat antwoord hebben op de grotere opgaven als bodem/water/ecologie, woningnood, en voedselvoorziening.
Ik denk maar steeds wat het wél had kunnen zijn. Tenslotte kan op 50 km² prima een stad worden gebouwd. Of een tweede Nationaal Park een plek krijgen. Of er kan hier voor een miljoen mensen op een duurzame manier voedsel worden geproduceerd, of de exodus van USA-intelligentsia (Harvard / Cambridge / MIT) worden gefaciliteerd. Idealiter een beetje van alles. En meer. Dus hadden we ook hier iets goeds kunnen doen. In plaats van “pauze-landschappen” met raaigras en zonnevelden.
Er ligt nog steeds 50.000 ha markt- en Rijksgronden klaar om tot ontwikkeling te worden gebracht
Maar de toekomst wordt bepaald in het heden. En vanuit het heden ontleen ik de hoop. Met jonge(re) collega’s en verfrissende ideeën. En een bereidwilligheid tussen marktpartijen en overheden om het veranderpad in te slaan. Gewoon omdat het niet anders kan. En anders beter is. Dus ik kijk uit naar 2050. Zelf ben ik dan een tachtiger, zoals mijn vader nu. Het jaar waarin we door oprechte wil in staat zijn geweest om de krachten te bundelen en over onze schaduw heen te springen. Om door samenwerking plekken te creëren met échte maatschappelijke waarden, met mens en natuur in duurzaam evenwicht.
2050, het jaar dus waarin we met weemoed terugdenken aan “het doorbraakjaar 2025” en waarin we de brug hebben geslagen naar die duurzame toekomst. Ach, en voor een speldje is het nooit te laat.


