Door Jan-Willem Wesselink en Marcel Bayer. Beluister hier het complete gesprek met Anne Perenboom en Bram Meijers in de podcast Ruimte Zat!
De Ontwerp-Nota Ruimte zet de koers uit voor de ruimtelijke inrichting van Nederland tot 2050. Anne Perenboom (Amvest, jong IVBN) en Bram Meijers (Blauwhoed, NEPROM New Gen) zien potentie in de ontwerpnota, maar missen houvast, tempo en digitale ambitie. Hun generatie wil minder papieren idealen en meer uitvoerbare keuzes, met ruimte voor innovatie én maatwerk. ROm sprak met ze voor de podcastserie Ruimte Zat! Hier de samenvatting.
Als de belangrijkste uitdaging noemden Anne Perenboom en Bram Meijers de woningmarkt. ‘We bouwen nog te eenvormig’, meent de eerste. ‘Onze generatie zit in een dynamische levensfase waarin veel verschillende woontypes horen’. Ze ziet dat de markt nog steeds te eenvormig bouwt. Relaties veranderen, werk verhuist, huishoudens groeien of krimpen — en de woningvoorraad biedt daarvoor te weinig flexibiliteit, vindt Perenboom.

Volgens Bram Meijers ligt de grootste uitdaging in de onbereikbare stap van huur naar koop: ‘Iedereen wil op die markt komen, maar het bedrag dat je moet lenen is tegenwoordig gigantisch. Dat gat is gewoon heel groot.’ Daarbij speelt ook locatie een doorslaggevende rol. ‘We vinden het echt niet erg om kleiner te wonen,’ zegt hij, ‘maar wel bij de voorzieningen en dicht bij het stedelijk leven.’
Perenboom benadrukt hoe voorzieningen meewegen in woonkeuzes: ‘Als je kinderen hebt, wil je dat school, opvang en buitenschoolse opvang dichtbij zijn.’ Zij ziet dat de huidige woningproductie nog te weinig rekening houdt met die samenhang tussen wonen, mobiliteit en voorzieningen. Ze vindt de nadruk op seniorenwoningen begrijpelijk, maar waarschuwt voor te veel eenzijdige investeringen: ‘Op een gegeven moment is de vergrijzing voorbij. Zijn dat dan nog de juiste woningen voor de generaties die daarna komen?’
Toekomstvisie
‘Globaal gezien geeft de visie voldoende richting om tot 2050 door te gaan’, zegt Perenboom over de Nota Ruimte. Maar op detailniveau blijft het document volgens haar vaag: ‘Hoe gaan we dat dan doen? Die vraag blijft veelal onbeantwoord.’
Regie helpt, maar concretisering blijft uit
Meijers waardeert dat er na 25 jaar weer een nationale visie ligt: ‘Dat op zichzelf is al sterk.’ Vooral het aanwijzen van NOVEX-gebieden ziet hij als een duidelijke stap vooruit: ‘Daarmee durft het Rijk eindelijk te zeggen: dáár gaan we het doen.’ Maar ook hij mist de tactische vertaling: ‘Hoe komen we tot uitvoering? En hoe doen we dat snel?’ Perenboom benoemt een structurele spanning in de nota: ‘We moeten flexibel zijn, want de wereld verandert. Maar we hebben wél duidelijkheid nodig voor de komende vijf tot tien jaar.’ Volgens haar is de nota ‘zo flexibel dat je eigenlijk nog alle kanten op kunt’, wat tegelijk een kracht en een risico is.
Rijksregie
De hernieuwde regie van het Rijk krijgt veel waardering van beide jonge professionals. ‘We zien met elkaar dat we de woonopgave niet halen. Dan is het goed dat het Rijk die regie neemt’, zegt Bram Meijers. Hij ervaart in de praktijk hoe uiteenlopende lokale regels projecten vertragen of duurder maken: ‘Bij de ene gemeente moet een woning energieneutraal zijn en bij de andere gemeente energieleverend, terwijl landelijk BENG de eis is. Dat jaagt de kosten op en ondermijnt betaalbaarheid.’
Minder ambities stapelen, meer uitvoerbaarheid
‘Volgens hem bieden uniforme landelijke regels — bijvoorbeeld voor duurzaamheid — meer duidelijkheid en snelheid. Dat hoeft geen keiharde norm te zijn. Maar wel duidelijke kaders waarin we werken.’

Anne Perenboom waarschuwt dat uniformiteit zijn grenzen heeft: ‘Er is geen one size fits all. Lokale bodem, bestaande voorzieningen en ruimtelijke structuren verschillen enorm.’ Ze ziet rijksregie vooral als een manier om processen te stroomlijnen en gemeenten met elkaar te verbinden: ‘Mensen wonen steeds minder in dezelfde gemeente waar ze werken. Dat vraagt om keuzes op een hoger schaalniveau.’
Regels en processen
Voor Perenboom zit de grootste vertraging niet in regels zelf, maar in veranderende spelregels tijdens ontwikkelingstrajecten: ‘Een gebiedsontwikkeling duurt jaren. Als regels veranderen terwijl je bezig bent, wordt het heel lastig. Afspraak is afspraak; daaraan vasthouden, zou al veel schelen.’ Meijers benadrukt daarnaast de remmende werking van bezwaarprocedures. Hij noemt een project in Weesp waar ‘we op de honderdste bezwaar van dezelfde partij zitten’. Dat voorbeeld is extreem, maar volgens hem illustratief: ‘Rechtsbescherming is belangrijk, maar ergens moet een grens liggen.’
De commissie-Stoer geeft volgens beiden erkenning dat het huidige systeem te vaak vastloopt. Ze zien ruimte voor aanscherping zonder het recht op bezwaar te ondermijnen.
‘Rechtsbescherming is belangrijk, maar ergens moet een grens liggen’
De samenwerking tussen markt en overheid blijft een bron van spanning. ‘Het vertrouwen onderling is nog wel iets waar het een en ander aan te verbeteren valt’, zegt Meijers. De houding is vaak formeel, terwijl beide partijen afhankelijk zijn van elkaars tempo. Perenboom ziet dat de nieuwe generatie vanzelf anders samenwerkt: ‘Er wordt een groepsapp aangemaakt en je vindt elkaar snel. Daardoor heb je zaken sneller uitgezocht.’ Het contact is directer, de drempel om te schakelen lager.
Meijers herkent dat, maar ziet dat het in de communicatie met gemeenten anders werkt: ‘Bij een projectleider van de gemeente wil je toch eerst even de relatie opbouwen. Maar gemeenten staan wel steeds meer open voor transparantie en digitale tools. Ik merk dat echt door de jaren heen.’

Innovatie
Digitale innovatie speelt voor deze generatie een vanzelfsprekende rol. Meijers: ‘Wij durven tools sneller te gebruiken. Minder vanuit standaardpatronen, meer vanuit innovatie.’ Hij noemt parametrisch ontwerpen, AI-ondersteunde analyses en digitale toetsing als logische bouwstenen voor het versnellen van planvorming. ‘We kunnen veel sneller plannen maken dan nu gebeurt.’
Technologie vraagt om ander beleid
Beiden missen die digitale component in de nota. Meijers: ‘Ik heb niet het gevoel dat er rekening wordt gehouden met een wereld die radicaal verandert op dit gebied.’ Perenboom ziet vooral kansen: ‘Met zelfrijdende auto’s kun je veel verder van je werk wonen zonder productiviteit te verliezen.’ Die ontwikkelingen vragen volgens haar om een visie die meebeweegt, niet om een document dat vaststaat voor decennia.
De horizon 2050 raakt het hart van de loopbaan van deze generatie. Daarom vinden beiden het essentieel dat jongere professionals structureel worden betrokken bij toekomstbeleid. Bram Meijers: ‘Dit is beleid waar wij zo meteen mee moeten werken. Het is goed dat de jongeren worden gehoord.’ Perenboom vult aan: ‘Als je kijkt naar 2050, dan mogen wij hopelijk een paar jaar later met pensioen. Ik hoop dat het een dynamisch stuk wordt, waar elke generatie opnieuw zijn handen aan mag leggen.’
Hun boodschap is helder: betrek de generatie die het moet uitvoeren, en maak van de Nota Ruimte geen statisch document maar een plan dat leert en bijstuurt.


