Het einde van een tijdperk… dat niet ten einde komt

Omgevingswetgeving Energietransitie Gebiedsontwikkeling
Auteur Jop Fackeldey

06 januari 2026 om 10:05, Leestijd ca. 3 minuten

Einde van een tijdperk? Niet dus. Terwijl het Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën (NPRES) opgaat in een breder programma, klinkt zorg bij mensen die dicht op de praktijk zitten: schrap je een programma, dan kun je zomaar ook een manier van samenwerken wegpoetsen. En juist die gezamenlijke werkplaats – waar gemeenten, provincies, waterschappen en netbeheerders aan één tafel spraken over kilowatturen, landschapskwaliteit en netcapaciteit – bleek de stille motor van de energietransitie.

NPRES was nooit een doel, maar een methode. In de regio’s werd de energietransitie concreet gemaakt: windturbines en zonnevelden kregen een plek tussen woningbouw, landbouw, natuur en mobiliteit. De RES-aanpak hielp keuzes te maken: waar landt opwek het best, welke infrastructuur is nodig, wie betaalt en wie beslist? Even belangrijk: regio’s deelden praktijklessen over participatie, financiering en landschappelijke inpassing. Resultaat? Niet alleen megawatturen, maar vooral bestuurlijke én sociale spierkracht.

De manier waarop NPRES opgaat in het nieuwe programma is cruciaal. De oogst is zichtbaar: overal zijn zoekgebieden aangewezen, projecten vergund of gebouwd. De dialoog met netbeheerders is structureel, koppelingen met warmtetransitievisies zijn gelegd. Regio’s experimenteren met energiehubs en congestiemanagement, en meervoudig ruimtegebruik wint terrein – zonne-energie op daken en geluidschermen, wind op knooppunten, combinaties met waterberging of natuur. Onder de motorkap groeide een gedeelde basis: betere kaarten, data en rekenmethoden, plus een cultuur van samen leren.

De manier waarop NPRES opgaat in het nieuwe programma is cruciaal

Toch ligt de grootste opgave nog voor ons. Het volle stroomnet, concurrerende ruimteclaims, stijgende kosten en maatschappelijke weerstand dwingen tot een volgende stap. De vraag verschuift van ‘waar plaatsen we zon en wind?’ naar ‘hoe bouwen we een robuust, rechtvaardig en mooi energiesysteem in een vol land?’ Precies daarom is de manier waarop NPRES opgaat in het nieuwe programma zo cruciaal. Gaan regionale regie, transparante monitoring en het lerende netwerk verloren, dan volgt vertraging – en in de energietransitie is vertraging het duurste woord.

Wat moet behouden blijven? Vijf punten springen eruit.
Eén: borg de regionale samenwerking en hun mandaat – integraal sturen kan alleen als energie, natuur, mobiliteit en wonen elkaar blijven vinden, mét doorzettingsmacht.
Twee: houd de gezamenlijke datalaag en open monitoring in stand – zonder eenduidige kaarten verzandt elk gesprek in meningen.
Drie: investeer in vergunningcapaciteit en ontwerpkwaliteit – sneller mag, slordiger niet.
Vier: geef netbeheerders vroeg en gelijkwaardig een plek – infrastructuur en opwek ontwerp je als één geheel.
Vijf: financier participatie en lokale meerwaarde structureel – draagvlak is geen vinkje, maar een afspraak voor de lange termijn.

En dan de Tweede Kamer. Op 11 februari 2025 werd een motie van VVD’er Silvio Erkens aangenomen om de RES-regio’s uiterlijk in 2030 op te heffen en taken bij provincies te beleggen. Kritiek: dat zou versnippering tegengaan. Weerwoord: de minister ontraadde de motie; de werkwijze werkt, besluiten vallen al bij raden en Provinciale Staten, en regionale regie is juist nodig voor netcapaciteit die gemeentegrenzen overstijgt. De RES is geen extra bestuurslaag, maar een noodzakelijke schakel.

Kortom: tel de zegeningen, versterk de nationale ondersteuning en laat regio’s doorgaan in de vorm die bij hen past – of dat nu een energy-board is, de vertrouwde RES-tafel of een nieuwe regionale variant.
Het einde van een tijdperk? Alleen als we het zelf laten gebeuren.

Gerelateerde Artikelen