‘Kwaliteit en onderscheidend vermogen zijn essentieel’

Twente - van hart tot hart stad en regio verbinden

Ruimtelijke economie Gebiedsontwikkeling Infrastructuur en mobiliteit Verstedelijking

De KMS-locatie in Hengelo, een voormalig industrieel complex van Stork. ‘Je kunt hier straks ROC-studenten zien samenwerken met startups die doorgroeien vanuit het Kennispark.’ (Sanne Elferdink) Beeld Gemeente Hengelo
Auteur Marcel Bayer

06 januari 2026 om 10:32, Leestijd ca. 11 minuten


Twente wil tot de top van technologische regio’s behoren, maar dat lukt alleen met aantrekkelijkere steden. Hengelo, Enschede en Almelo zetten daarom vol in op de herontwikkeling van hun spoorzones. Stationsgebieden, voormalige industrie en kanaalzones moeten uitgroeien tot stedelijke milieus die jongeren en kenniswerkers vasthouden – en de concurrentie met Eindhoven en de Randstad aankunnen.

De KMS-locatie in Hengelo, een voormalig industrieel complex van Stork. ‘Je kunt hier straks ROC-studenten zien samenwerken met startups die doorgroeien vanuit het Kennispark.’ (Sanne Elferdink) Beeld Gemeente Hengelo

Twente heeft de ambitie om tot de top drie technologische regio’s van Nederland te behoren. Met sterke bedrijven als Thales en Demcon en kennisinstellingen als de Universiteit Twente, Saxion en ROC van Twente is de basis stevig. Toch dreigt de regio achter te blijven, zeker ten opzichte van Eindhoven en Delft. ‘We hebben te maken met een dubbele vergrijzing en ontgroening’, maakt Sanne Elferdink duidelijk. Zij is ontwikkelmanager bij Gemeente Hengelo en verantwoordelijk voor de gebiedsontwikkeling Hart van Zuid, aan de zuidkant van het spoor.  Hengelo transformeert zijn stationsomgeving tot een stedelijk knooppunt waar wonen, werken, leren, ontmoeten en cultuur samenkomen. Elferdink ziet de gebiedsontwikkeling Hart van Zuid als een opgave voor de stad en als een hefboom voor de hele regio Twente. De Ruimtelijk Economische Visie (REV) van EZ voelt daarbij als steun in de rug. ‘‘Meer ouderen en steeds minder jongeren en jongeren trekken weg na hun studie. Talentbehoud is de grootste uitdaging. Zonder aantrekkelijke woon- en werkmilieus en voorzieningen verliezen we onze economische kracht. Als we talent willen binden, moeten we andere leef- en werkmilieus bieden dan we tot nu toe gewend zijn.’

Hart van Zuid, Hengelo

‘Dit is de plek waar Hengelo groot is geworden’, wijst Elferdink op de maquette in het tijdelijke ondernemerscentrum H2, pal naast het station. Voor Hengelo ligt de sleutel in Hart van Zuid, de herontwikkeling van het stationsgebied en omliggende spoorzone direct aan de zuidkant. ‘Daarom ontwikkelen we samen met Trebbe en de gemeente in de KMS een gemengd gebied met een stedelijk woonmilieu, innovatieve bedrijvigheid en culturele voorzieningen’, aldus Elferdink. 

‘Zonder aantrekkelijke woon- en werkmilieus verliezen we onze economische kracht’

Metropool, het drukbezochte Twentse poppodium, heeft er een vestiging praktisch tegen het spoor aan. De programmering wordt afgestemd met de vestigingen in Enschede en Hengelo; een succesvol voorbeeld van regionale samenwerking. De vestiging van ROC Twente Hengelo in de voormalige ijzergieterij van Stork, vijftien jaar geleden gereedgekomen, geldt als een icoon van industrieel erfgoed en hergebruik. Tuindorp ’t Lansink, die Stork bouwde voor z’n werknemers’, is een ander waardevol stuk erfgoed.

Startups in de KMS-fabriek

De volgende stap in de transformatie van dit gebied moet de KMS-locatie zijn, een voormalig industrieel complex van Stork. Jarenlang huisde hier zware industrie, maar inmiddels ligt het terrein van vier hectare grotendeels braak. Siemens vertrok, VDL kwam kortstondig en verhuisde daarna naar Businesspark XL in Almelo. Het kost weinig moeite om voor te stellen hoe het hier in deze nu lege fabriekshallen straks kan bruisen van energie. Maar daar zijn wel investeerders voor nodig die geloven in de kansen voor dit gebied. Dat gaat niet vanzelf, daarvoor moet de gemeente zelf ook het initiatief nemen.

De gemeente kocht zelf delen van het complex om regie te houden. Samen met de private partner Trebbe worden nu plannen ontwikkeld voor ongeveer 100.000 m² vloeroppervlak, waarvan ongeveer de helft bestemd is voor economische functies, voorzieningen, cultuur en onderwijs. Elferdink is optimistisch: ‘Je kunt hier straks ROC-studenten zien samenwerken met startups die doorgroeien vanuit het Kennispark. Het wordt een katalysator voor innovatie.’

Ontwikkelmanager Sanne Elferdink voor wooncomplex de Kleine Koppeling: ‘Dit is de plek waar we meer gestapeld, stedelijk en vernieuwend moeten bouwen. Anders verliezen we de slag om talent.’ Beeld Marcel Bayer

Publiek-private samenwerking

De grootste uitdaging is volgens Elferdink om ook de markt mee te krijgen in een voor Twente ongewoon stedelijk woonproduct. ‘Ontwikkelaars zeggen al snel: “Hier kunnen we grondgebonden woningen kwijt, want die verkopen goed.” Maar dat bieden we al genoeg in de omliggende wijken. Dit is de plek waar we meer gestapeld, stedelijk en vernieuwend moeten bouwen. Anders verliezen we de slag om talent.’

De financiële haalbaarheid is een struikelblok. Investeringen zijn lastiger te organiseren dan in de Randstad, waar de rendementen hoger liggen, legt Elferdink uit. ‘Toch moeten we die stap zetten. Kwaliteit en onderscheidend vermogen zijn essentieel. Alleen zo kunnen we concurreren met regio’s die jongeren nu wegtrekken.’ Daarom is de aanpak voor de KMS-locaties geen traditionele PPS-constructie, maar een hybride model waarin de gemeente deels eigenaar blijft. Elferdink: ‘We willen integraal ontwikkelen en tegelijk sturen op kwaliteit. Grond uit handen geven zonder voorwaarden past daar niet bij.’

Dat er wel degelijk markt is laat het wooncomplex de Kleine Koppeling van Musketeer Property BV zien, achter het ondernemerscentrum in de voormalige MTS. Hier zijn zestig betaalbare studio’s gerealiseerd, die direct uitverkocht waren. Elferdink: ‘Het geeft ons het vertrouwen dat we op de goede weg zijn. De volgende fase zit in de planning.’

Samenwerking in de regio

Hart van Zuid staat niet op zichzelf. Hengelo werkt nauw samen met Enschede en Almelo om de Twentse spoorzone als geheel te versterken. ‘Samen bieden we een metropolitane zone met voor zowel bewoners als bedrijven een compleet pakket: voorzieningen, woningen en werkgelegenheid’, aldus Elferdink. Ook samenwerking met het Rijk is noodzakelijk. Daarom is ze blij met de aandacht voor Twente in zowel de Ruimtelijk Economische Visie van EZ als in de Ontwerp Nota Ruimte. ‘We hebben blijvende steun nodig om investeringen mogelijk te maken en infrastructuur te verbeteren. Dit is niet alleen een stedelijk project, maar ook een nationale opgave om de technologische toppositie van Nederland te behouden.’

‘Integrale ontwikkeling maakt spoorzone tot motor voor stad en regio’

De Enschedese collega’s Werner Gerritsen en Bart de Jong sluiten zich volmondig aan bij die constatering. Enschede ziet de spoorzone als cruciale schakel in de stedelijke én economische vernieuwing, maar benadrukt dat dit alleen lukt via regionale afspraken - geen concurrentie maar taakverdeling - en met steun van het Rijk, dat niet alleen in woningen maar ook in de economische en infrastructurele randvoorwaarden moet investeren. Gerritsen, opgavecoördinator stedelijke ontwikkeling: ‘Alleen door wonen, werken, onderwijs en infrastructuur integraal te ontwikkelen, maken we van de spoorzone een echte motor voor de stad en de regio.’ De Jong, opdrachtgever economische ontwikkelingen, geeft aan dat

Enschede in de spoorzone nadrukkelijk kiest voor woonmilieus die aantrekkelijk zijn voor jong talent, maar niet alleen dat en daar. ‘Het begint vaak met compacte hoogstedelijke woonvormen rond station en spoorzone. Maar je hebt ook doorstroom nodig: gezinswoningen aan de randen van de stad, en woningen voor ouderen die ruimte maken in bestaande wijken. Zo hou je wijken vitaal.’

Jongerenhuisvesting in het Pakhuiskwartier langs het spoor in Enschede. Beeld Marcel Bayer

Pakhuiskwartier, Enschede

Er gebeurt al veel in de Enschedese spoorzone, zien we tijdens een wandeling met Timo Kemerink op Schiphorst, senior projectmanager Centrumkwadraat, en Tom Brughuis, senior beleidsadviseur, allebei namens de gemeente Enschede. De herontwikkeling wordt expliciet gekoppeld aan de economische strategie van Enschede en Twente. Werken krijgt een prominente plek, naast wonen en cultuur. ‘We laten ons inspireren door de metromix van de Rijksadviseurs’, zegt Brughuis. ‘Als je alleen woningen bouwt, verlies je dynamiek. Een evenwichtige mix maakt het gebied toekomstbestendig.’

Samen met Stichting Jongerenhuisvesting Twente (SJHT) transformeert het Pakhuiskwartier langs het spoor tot een levendiger woon-werkgebied. Jongerenhuisvesting is in dit gebied een speerpunt, vertelt Kemerink op Schiphorst. ‘SJT bouwt hier voornamelijk studio’s met gezamenlijke woonruimtes die ontmoeting stimuleren. Ze moeten energieneutraal zijn en zoveel mogelijk met vergroening van gevels en daken, volgens gemeentelijk beleid.’

Iets verderop is de Performance Factory met Bundle een illustratie hoe de toekomst van Pakhuiskwartier eruit ziet. Het voormalige fabriekscomplex is veranderd in een gebied met woningen, creatieve broedplaatsen, sport- en culturele voorzieningen. Onder meer De Nederlandse Reisopera resideert hier met ateliers voor de kostuums, decors en hun kantoor. Ernaast staat Bundle, met 225 modulaire woningen, snel en duurzaam gebouwd. Kemerink op Schiphorst: ‘Dit geldt voor ons als illustratie wat je kunt bereiken als je er als gemeente samen met partners de schouders onder zet.’

Timo Kemerink op Schiphorst en Tom Brughuis voor Bundle en de Performance Factory in Enschede. Beeld Marcel Bayer

Stationsplein als verblijfsgebied

Naast studentenhuisvesting werkt de gemeente aan projecten voor young professionals. Zo worden in Square 053, vlak achter het stationsplein, 36 ruime loftappartementen en een woontoren met 158 woningen volgens het Friends-concept gerealiseerd. De doelgroep zijn starters en jonge werkenden. De woningen zitten in het middenhuursegment. ‘We zien veel vraag naar dit type woningen. Door grip te houden op het concept, zorgen we dat het aansluit bij de visie voor de binnenstad’, zegt Tom Brughuis.

‘Uiteindelijk gaat het om één ding: dat mensen hier willen blijven’

De grootste transformatie moet nog plaatsvinden op en rond het stationsplein. Het station uit de Wederopbouwperiode mag er zijn, maar het plein en de directe omgeving zijn niet echt een prettig verblijfsgebied te noemen. Dat moet veranderen om net als in de binnenstad meer reuring te krijgen, is de visie van de gemeente. De huidige verkeersruimte wordt heringericht tot een groen verblijfsgebied. Onder het busstation aan de westkant komt een parkeergarage voor 500 auto’s en bij het station een grote fietsenstalling in samenwerking met ProRail, provincie en Rijk. Bovengronds komt dan een stadspark met ongeveer 500 nieuwe woningen ‘Door de auto’s en fietsen ondergronds te brengen, maken we van het stationsplein een verblijfsgebied dat stad en spoorzone verbindt’, aldus Kemerink op Schiphorst

De rode draad is het creëren van een aantrekkelijke stad voor jongeren en kenniswerkers. ‘Elke ruimtelijke keuze toetsen we aan klimaatadaptatie, mobiliteit en leefkwaliteit’, zegt Brughuis. ‘Maar uiteindelijk gaat het om één ding: dat mensen hier willen blijven. Daar bouwen we letterlijk en figuurlijk aan.’

Kenmerkend voor de Enschedese aanpak is de combinatie van regie en snelheid. Zo werden sommige bouwprojecten al uitgevoerd terwijl de formele procedures nog liepen. ‘Dat was een risico, maar het pakte goed uit’, aldus Kemerink.

 Kanaalzone Almelo vanuit het gemeentehuis met maquette over de toekomst van het gebied Kanaalzone en Westerdok ‘Almelo heeft de kwaliteit dat het compact is en beschikt over prachtige groene longen die diep de stad in reiken.’ (Arend Sick) Beeld Gemeente Almelo

Westerdok en Kanaalpark, Almelo

Almelo mikt voor de toekomst vooral op verdere versterking van hoogwaardige hightech maakindustrie, op basis waarvan de economie van de stad al een behoorlijke kracht heeft ontwikkeld. Om de stad - ten opzichte van de Randstad gepositioneerd als de ‘Poort tot Twente’ - verder te versterken is het de ambitie om  in de spoorzone een aantrekkelijk stedelijk leefmilieu te laten ontstaan. Onder andere Westerdok en Kanaalpark zijn daarin ontwikkellocaties.

In Westerdok, één van de eerste concrete projecten in de spoorzone, komen in eerste instantie vijf- tot zeshonderd woningen, variërend van moderne woontorens tot stadswoningen. De doelgroep bestaat onder meer uit young professionals en internationale kenniswerkers die verbonden zijn aan de hightech maakindustrie. ‘We richten ons nadrukkelijker op jonge stedelingen de we willen binden aan onze bedrijven en aan onze stad’, aldus Laura Spackler, programmamanager stedelijke ontwikkeling.  Naast woningen komt er ruimte voor creatieve bedrijvigheid, horeca en kleinschalige voorzieningen. Westerdok moet uitgroeien tot een levendige stadswijk met een directe verbinding naar station en binnenstad.

Impressie van hoe het Westerdok gaat worden, en een dronefoto van de huidige situatie. Beeld: Gemeente Almelo

Het Kanaalpark, rondom het Westerdok aan de jachthaven en twee kanalen, vormt de groene drager van de spoorzone en legt een nieuwe verbinding met de binnenstad. Het al eerder teruggebrachte water wordt versterkt met een groene inrichting, waardoor een boulevard ontstaat die ruimte biedt voor recreatie, wateropvang en verkoeling. Volgens Arend Sick, hoofd stedelijke ontwikkeling, ligt hierin een belangrijke kwaliteit: ‘Almelo heeft de kwaliteit dat het compact is en beschikt over prachtige groene longen die diep de stad in reiken. Het Kanaalpark maakt die kwaliteit verder zichtbaar en toegankelijk in de spoorzone, doorlopend naar de binnenstad.’

De spoorzone is een van de aangewezen prioritaire gebiedsontwikkelingen in de uitvoeringsagenda stadsontwikkeling van Almelo. Gemeente, provincie en marktpartijen sturen daar gezamenlijk op. De gemeente heeft de prioritaire opgave gekoppeld aan een investeringsagenda. Daarmee wordt de spoorzone een plek waar wonen, cultuur, voorzieningen, werken en groene kwaliteit samenkomen. ‘We moeten een sprong in stedelijke kwaliteit maken en daarom keuzes durven maken om de kansen die er liggen te verzilveren’, benadrukt Sick.

Gerelateerde Artikelen