
Van den Brink’s werkkamer op de derde etage van de Zernike Campus, kijkt uit op de gebouwen van de universiteit en hogeschool. De plek is symbolisch voor dit onderwerp, want de campus ligt in een laaggelegen gebied. ‘We krijgen te maken met watertekorten én een overvloed, met steeds vaker optredende weersextremen,’ zegt ze. ‘Het is een heel breed thema, dat heel veel sectoren raakt.’ De ruimtedruk die Nederland ervaart is inderdaad een gevolg van keuzes. Wat betreft waterveiligheid zijn die keuzes nog te veel gestoeld op een oude reflex: beschermen, ophogen, beheersen, vindt de Groningse wetenschapper.
‘De keuzes zijn nog te veel gestoeld op een oude reflex: beschermen, ophogen, beheersen’
‘Het geloof in de maakbaarheid van de samenleving is nog steeds vrij groot.’ De Ontwerp-Nota Ruimte illustreert dat volgens haar treffend. ‘Er staat zeker veel in over waterveiligheid en drinkwater, maar het toekomstperspectief is te voorzichtig. Het gaat nu over rekening houden met water en bodem, en niet meer over water en bodem sturend. Dat is echt minder dwingend en dat vind ik ontzettend jammer.’
Innoveren
Van den Brink benadrukt dat innovatie geen luxe is, maar noodzaak: opschalen, verbreden, experimenteren. ‘Er zijn heel veel mooie projecten, maar er zijn veel meer wadi’s nodig. Veel meer groenblauwe dooradering van steden. Veel meer vernatting van gebieden.’ Ze ziet hoe water en bodem nog steeds worden benaderd als randvoorwaarde in plaats van ontwerplogica. ‘Er wordt mooi geanalyseerd, maar wat gaat er precies gebeuren in die gebieden? En hoe komen we daar? Wat is het verbindende narratief naar de toekomst toe?’
Ook in kwetsbare zones kan innovatie het verschil maken. Op de vraag of we moeten stoppen met bouwen in overstromingsgevoelige gebieden nuanceert ze haar eerdere overtuiging: ‘Een aantal jaar geleden had ik daar volmondig ja op gezegd. Maar er is veel innovatie gaande, zoals drijvend bouwen.’
Meebewegen
Drijvend bouwen is voor Van den Brink geen randverschijnsel, maar een serieuze toekomstoptie in de Nederlandse delta. Ze is nauw betrokken bij het grootschalige onderzoeksproject Floating Future, waarin meer dan 40 partners samenwerken aan de opschaling van drijvende bouwtechnieken. ‘We kijken hoe je grootschalig drijvend wonen mogelijk maakt. En dat gaat behalve over techniek ook over ecologische impact en over de sociale aspecten van drijvend wonen: willen mensen dit, en hoe maak je het aantrekkelijk?’ Het verraste haar dat uit onderzoek blijkt dat veiligheid niet de drijfveer is van mensen die nu al op het water wonen. ‘De belangrijkste reden om drijvend te wonen is vooralsnog niet klimaatadaptatie, maar de kwaliteit van het uitzicht. De nabijheid van water, de natuur.’
‘Drijvend bouwen is geen randverschijnsel, maar een serieuze toekomstoptie in de Nederlandse delta’
Toch ziet zij drijvend bouwen als een cruciaal onderdeel van onze klimaatadaptatie toolbox. ‘Waarom zouden we nieuwe steden nog op de traditionele manier bouwen? Waarom inpolderen als je ook drijvend kunt bouwen? Je behoudt ruimte voor waterberging, je beweegt mee met zeespiegelstijging. Het verdient serieuze verkenning.’
Maar de praktijk remt: regelgeving ziet een drijvend platform als schip, waardoor eigendomssplitsing onmogelijk is. ‘Er zitten allerlei haken en ogen aan die we moeten oplossen.’ Innovatie vraagt dus niet alleen techniek, maar ook sociale acceptatie en instituties die kunnen meebewegen.
‘De watercrisis dwingt tot nieuwe technieken, andere keuzes en een grotere rol voor waterschappen.’ Beluister hier ook de podcastopname met Margo van den Brink in de serie Ruimte Zat!
Stimuleren
Naast bouwinnovatie pleit Van den Brink voor instrumenten die risico’s zichtbaar maken. De huidige Klimaateffectatlas helpt, maar is onvoldoende. ‘Eigenlijk zou je als woningkoper heel snel moeten kunnen zien: wat zijn hier de klimaatrisico’s?’
Een water- of klimaatlabel helpt volgens haar om bewustzijn te vergroten én waarde te sturen. ‘Het zou mooi zijn als ontwikkelaars die informatie meenemen. In sommige gebieden is wonen kwetsbaarder. Dat moeten we eerlijk maken zonder mensen te benadelen.’ Ze wijst op voorbeelden uit Vlaanderen, waar regenwatergebruik al decennia in regelgeving is verankerd. Nederland moet daarin sneller schakelen. ‘Ik geloof in een palet aan maatregelen: subsidies, regels, campagnes, voorbeeldprojecten. Maar zonder goede regelgeving komen we er niet.’
Sturen en verbinden
De rol van waterschappen verandert snel. Traditioneel waren ze toetser en technisch expert; nu moeten ze meedenken, sturen en verbinden. ‘Je ziet een transitie: van toetsing naar proactief meedenken, samenwerken, gebiedsgericht.’ Volgens Van den Brink vraagt dat om andere vaardigheden. ‘Je hebt als waterschap meer ruimtelijke expertise nodig, ontwerpende disciplines, strategisch vermogen. En grenswerkers: mensen die belangen kunnen verbinden.’
‘Het waterschap wordt belangrijker dan ooit. Maar dan moet het eerder aan tafel komen en ruimte krijgen om sturend te zijn’
Nieuwe instrumenten zijn onmisbaar. ‘Misschien moeten waterschappen toe naar integrale gebiedskaarten, die niet alleen over water gaan, maar alle ruimtelijke opgaven verbinden.’ De urgentie is groot: waterkwaliteit, waterveiligheid en waterbeschikbaarheid raken steeds meer verweven met woningbouw, energie, landbouw en natuur. ‘Het waterschap wordt belangrijker dan ooit. Maar dan moet het ook eerder aan tafel komen en ruimte krijgen om sturend te zijn.’
Leefkwaliteit
Ondanks de ernst van de water- en klimaatcrisis weigert Van den Brink somber te worden. ‘Alarmistische berichten kunnen verlammend werken.’ Wat haar motiveert, is het perspectief dat beter waterbeheer de leefomgeving aantoonbaar mooier maakt. ‘Als je een gebied klimaatbestendig inricht en tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit versterkt, dan geeft dat energie. Mensen gaan daar graag in mee.’ De Nederlandse delta is altijd gebouwd op aanpassing en vernieuwing. Dat moeten we nu opnieuw doen, stelt ze. ‘Er kunnen meer dingen dan we denken — maar dan wel op een andere manier. Het mooiste is dat we door innovatie en ontwerp niet alleen veiliger worden, maar Nederland ook een mooiere plek kunnen maken.’
Floating Future - opschalen van drijvend wonen
Het onderzoeksprogramma Floating Future verkent hoe drijvend bouwen kan opschalen van losse woonboten naar volwaardige woonmilieus. In het project werken meer dan veertig partners samen, waaronder universiteiten, overheden en marktpartijen. Centraal staat de vraag hoe grootschalige drijvende platforms technisch, ecologisch en sociaal haalbaar kunnen worden ingericht.
Voor meer informatie: https://floating-future.nl/


