Minister Keijzer benadrukt belang van vroegtijdige samenwerking

Waterschappen eerder aan tafel bij woningbouw

Omgevingswetgeving Verstedelijking Klimaatadaptatie Woningbouw

De Ringvaart om de Zuidplaspolder, hier bij Nieuwerkerk aan de IJssel. Foto: Andre? Muller-iStock.com
Auteur Marcel Bayer

12 januari 2026 om 17:18, Leestijd ca. 5 minuten


Vertraging van woningbouw door late afstemming met waterschappen is geen structureel probleem, maar kan wel degelijk voorkomen. Dat stelt minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) in antwoord op Kamervragen van D66. Volgens de minister ligt de sleutel bij vroegtijdige samenwerking tussen gemeenten en waterschappen, een afspraak die eind 2024 is bekrachtigd op de Woontop.

De Ringvaart om de Zuidplaspolder, hier bij Nieuwerkerk aan de IJssel. Foto: Andre? Muller-iStock.com

Waterschappen hebben onder de Omgevingswet de taak om het waterbelang te wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de praktijk gaat die afstemming volgens Keijzer meestal goed, maar niet altijd. Wanneer waterschappen pas laat worden betrokken, kunnen noodzakelijke watermaatregelen alsnog tot vertraging leiden. Het ministerie heeft geen overzicht van het aantal projecten waar dit speelt.

De vaak aangehaalde casus Cortelande in de Zuidplaspolder, waar plannen voor circa achtduizend woningen vertraging opliepen, is volgens Keijzer geen voorbeeld van gebrekkige betrokkenheid. Het masterplan voor het middengebied van de Zuidplaspolder is al in 2021 vastgesteld. Dit gebeurde met vroegtijdige en intensieve inhoudelijke betrokkenheid en steun van het hoogheemraadschap. Het resultaat was een ontwerp waarbij rekening wordt gehouden met het lokale water- en bodemsysteem. Zo wordt er gebouwd op de betere gronden en blijft er veel ruimte vrij voor waterberging. Wel was er sprake van hoge tijdsdruk vanwege het aflopende voorkeursrecht op de gronden. Aldus de minister in haar antwoord aan de Tweede Kamer.

Afspraken op Woontop

Om latere knelpunten te voorkomen zijn op de Woontop eind 2024 afspraken gemaakt tussen Rijk, gemeenten en waterschappen. Kern daarvan is dat waterschappen standaard vroegtijdig worden betrokken bij gemeentelijke planvorming. Deze werkwijze wordt vastgelegd in een convenant dat momenteel wordt uitgewerkt.

‘Het belang van water en bodem is voldoende geborgd’

De minister: 'Onderdeel van deze afspraken is daarnaast dat we werken aan uniforme kaders voor onder andere wateroverlast. Hiervoor is de Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving als basis genomen. Dit maakt voor alle partijen aan de voorkant duidelijk waar zij rekening mee moeten houden. Dit helpt ook om invulling te geven aan de gemaakte keuze in de Ontwerp-Nota Ruimte dat we bij het plannen en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving systematisch rekening houden met vaker voorkomende extreme weersomstandigheden (zoals lange periodes van droogte, hitte en overvloedige neerslag) en hogere piekafvoeren van de rivieren.'

Vogelvlucht masterplan Gnephoek, dat eind vorig jaar is gepresenteerd en waar de gezamenlijke overheden samen de kaders voor hebben gesteld. Beeld: KuiperCompagnons
Lees hierover ook Gnephoek: blauwgroene stadsuitbreiding zet stap naar uitvoering in ROmagazine, december 2025

Minister Keijzer vervolgt: 'Ook werken we met medeoverheden en het ministerie van IenW aan ontwerpend onderzoek dat gericht is op een handelingsperspectief voor locaties die een uitdaging hebben ten aanzien van water en bodem. Dit levert bewezen en toepasbare ontwerpoplossingen op voor verschillende water- en bodemtypen, met als doel woningbouwprojecten in deze gebieden vooruit te helpen. Uiteindelijk blijft het aan de daarvoor bevoegde gezagen (veelal gemeenten) om waterschappen vroegtijdig te betrekken bij bouwplannen en daarmee invulling te geven aan de weging van het waterbelang, zo is dat ook afgesproken in de Omgevingswet.'

Water en bodem niet sturend! 

Hoewel waterschappen een belangrijke rol hebben bij gebiedsontwikkeling, krijgen zij geen preferente positie, benadrukt minister Keijzer. Ruimtelijke keuzes worden integraal afgewogen, in lijn met de Ontwerp-Nota Ruimte. De kabinetslijn is ‘rekening houden met water en bodem’, niet ‘water en bodem sturend’.

De Ontwerp-Nota Ruimte biedt volgens de minister twee instrumenten om besluitvorming te stroomlijnen: het ruimtelijk afwegingskader voor locatiekeuzes en de landelijke maatlat voor de inrichting van nieuwe ontwikkelingen. Daarmee wil het kabinet gemeenten helpen om woningbouw te combineren met waterveiligheid en klimaatadaptatie, zonder processen verder te institutionaliseren.

'We gaan gemeenten helpen om woningbouw te combineren met waterveiligheid en klimaatadaptatie, zonder processen verder te institutionaliseren'

Aanvullend maakt het kabinet in de Ontwerp-Nota Ruimte de keuze om, met het oog op risico’s op overstromingen, nieuwe bebouwing in de uiterwaarden niet langer toe te staan en om, met het oog op het behoud van de zoetwatervoorziening, terughoudend te zijn met landaanwinning en buitendijks bouwen in het IJsselmeergebied. Op deze manier tracht het kabinet de besluitvorming rondom nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te stroomlijnen, aldus de minister in de Kamerbrief. 

Piekberging 

Op de vraag van Van Asten of de behoefte aan piekbergingsruimte wordt meegenomen in de Ontwerp-Nota Ruimte zegt de minister: 'In de Ontwerp-Nota Ruimte wordt aangegeven dat een robuust en toekomstbestendig hoofdwatersysteem ook voldoende ruimte vereist voor (piek)waterberging. Deze gebieden voor waterberging zijn bedoeld om overloop te cree?ren en daarmee wateroverlast op andere plekken te voorkomen, deels vanuit het hoofdwatersysteem en deels in de regionale watersystemen. Daarom wordt in de Ontwerp-Nota Ruimte aangegeven dat er (lokaal) voldoende ruimte wordt gereserveerd voor (piek)waterberging, het doel wordt nagestreefd om in diepe polders 5-10% ruimte te reserveren voor waterberging en ontwikkelingen op gronden die bijzonder geschikt zijn voor infiltratie te vermijden.

De piekberging in de Haarlemmermeer, aangelegd om water op te slaan bij extreme regenval, om zo wateroverlast en overstroming van dijken te voorkomen dat bij de watergangen overlopen of in het ergste geval kades doorbreken door te hoge waterstanden. Foto: Hoogheemraadschap Rijnland. In de komende editie van ROmagazine (februari) een uitvoerig artikel over hoe Rijnland vroegtijdig aan tafel probeert te komen bij beleid en besluitvorming over ruimtelijke plannen in risicovolle gebieden. 

Specifiek voor het Noordzeekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal zijn de zoekgebieden voor (piek)waterberging op kaarten aangegeven omdat ze een belangrijke rol vervullen in de beheersmogelijkheden van wateroverlast. In deze gebieden spelen daarnaast ook nog andere ruimtelijke opgaven. Zo betreft een deel van het zoekgebied bij het Noordzeekanaal de Houtrakpolder waar opgaven vanuit energie, economie en water en bodem samenkomen. Dit gebied is op dit moment gereserveerd voor uitbreiding van de haven. De locatiebepaling voor waterberging rond het Noordzeekanaal vergt daarom nog nader onderzoek, dit wordt uitgewerkt in de gebiedsgerichte aanpak van het regionale Deltaprogramma Centraal Holland. De integrale besluitvorming hierover vindt plaats in de gebiedsgerichte aanpak in het NOVEX-gebied Noordzeekanaalgebied.'

Kortom: ‘Het belang van water en bodem is voldoende geborgd’, stelt Keijzer. ‘Verder formaliseren zou processen juist stroperiger en duurder maken.’

Gerelateerde Artikelen