
In de Kamerbrief van 13 januari informeert minister Mona Keijzer (VRO) — mede namens minister Tieman en staatssecretaris Aartsen — de Tweede Kamer over de uitkomsten van de Bestuurlijke Overleggen Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO’s MIRT) van begin januari en de relevantie daarvan voor volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Deze besluitvorming koppelt nationale prioriteiten rond grootschalige woningbouw, bereikbaarheid en regionale samenwerking aan concrete bestuurlijke afspraken met medeoverheden.
In haar brief benadrukt Keijzer de noodzaak van een integrale nationale aanpak van ruimtelijke opgaven, waarbij woningbouw, bereikbaarheid, economie en leefomgeving samenhangend worden betracht. Dit sluit aan op de koers in de Ontwerp-Nota Ruimte, die nationale regie en samenwerkingsafspraken met provincies en gemeenten als basis neemt. Keijzer geeft aan dat het kabinet ondanks demissionaire status onverkort doorwerkt aan het realiseren van 100.000 woningen per jaar, gekoppeld aan middelen voor ontsluiting, bereikbaarheid en gebiedsgerichte investeringen. Dit nationale perspectief vormt de context waarin de BO’s-MIRT-afspraken landen.
Infrastructuurmiddelen woningbouw
In de BO’s-MIRT van januari 2026 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de inzet van ongeveer 2,5 miljard euro aan infrastructuurmiddelen voor het bereikbaar maken van woningbouwlocaties. Hiervan is 1,3 miljard euro geoormerkt voor Woningbouw op Korte Termijn (WoKT). Met deze middelen worden 106 voorstellen in 88 gemeenten ondersteund, gericht op woningbouwprojecten waarvan de realisatie vóór 2034 start, waarbij de start bouw van de eerste woning uiterlijk in 2030 en van de laatste uiterlijk in 2033 moet plaatsvinden. Ook de start van de eerste infrastructurele werken moeten uiterlijk in 2030 beginnen. In totaal gaat het om ongeveer 159.000 woningen.
1,3 miljard euro voor 106 projecten in 88 gemeenten, te realiseren vóór 2034
Daarnaast is binnen het MIRT een gebiedsbudget van 877 miljoen euro beschikbaar gesteld voor nationaal grootschalige woningbouwlocaties. Dit budget is bedoeld voor gebiedsgerichte maatregelen die randvoorwaardelijk zijn voor woningbouw, zoals ontsluiting, openbare ruimte, klimaatadaptatie en mobiliteitsvoorzieningen. De inzet van dit budget is nadrukkelijk gekoppeld aan NOVEX-verstedelijkingsgebieden en wordt regionaal uitgewerkt in bestuurlijke afspraken.
Minister Keijzer schetst de integrale samenwerking via de NOVEX-verstedelijkingsgebieden: in 16 NOVEX-gebieden werken rijk en regio samen aan versnelling van woningbouw en transitieopgaven. Voor deze gebieden zijn ontwikkelperspectieven en uitvoeringsagenda’s bestuurlijk vastgesteld, waarmee uitvoering en planning samenkomen.
Concreet wordt benadrukt dat de NOVEX-aanpak gericht blijft op het concretiseren van fysieke stappen. In de Zuidelijke Randstad bijvoorbeeld worden prioritaire onderdelen gekozen die het meeste bijdragen aan verstedelijkingsopgaven, ondanks dat middelen momenteel nog niet toereikend zijn voor volledige uitvoering. We lichten enkele uit.

Overzicht NOVEX-verstedelijkingsgebieden in relatie tot nationaal grootschalige woningbouwgebieden en regionaal grootschalige woningbouwgebieden. De NOVEX-landelijke gebieden en haven- en industriegebieden zijn op deze kaart niet weergegeven, met uitzondering van Arnhem-Nijmegen-Foodvalley dat zowel opgaven heeft in het landelijk gebied alsook verstedelijkingsopgaven.
Zuidelijke Randstad: Oude Lijn en Cortelande/Zuidplas
Voor de Zuidelijke Randstad is een substantieel deel van de middelen gekoppeld aan de corridor Oude Lijn (Leiden–Dordrecht). Het Rijk stelt daarvoor 140 miljoen euro extra beschikbaar. In de BO’s is onder meer afgesproken de planstudiefase te starten voor opwaardering van de stations Leiden Centraal, Schiedam Centrum en Den Haag Laan van NOI. Ook wordt onderzocht wat er nodig is om de sprinter acht keer per uur te laten rijden en vier nieuwe stations aan te leggen. De hiermee samenhangende investeringen moeten de bereikbaarheid verbeteren voor een woningbouwopgave van ongeveer 200 000 woningen tot 2040 langs de corridor.
131,6 miljoen euro voor bereikbaarheid Cortelande (Zuidplas)
Binnen hetzelfde gebied is Cortelande (Zuidplas) een nationaal grootschalige woningbouwlocatie. Samen met de volgende fase van Westergouwe aan de westkant van Gouda moeten hier nog vóór 2034 ruim 7.500 woningen verrijzen. Voor de ontsluiting en bereikbaarheid van deze woningen reserveert het Rijk een bijdrage van 131.6 miljoen euro.
Midden-Nederland: Merwede–Rijnenburg en Veluwelijn
In de regio Utrecht-Amersfoort en specifiek voor Groot Merwede–Rijnenburg zijn financiële afspraken gekoppeld aan de MIRT-verkenning OV en Wonen. Tijdens de BO’s is een voorlopig voorkeursalternatief vastgesteld, waarbij een taakstellend budget wordt gereserveerd voor de verdere uitwerking van de Merwedelijn met een verdiepte ligging. Geen ondergrondse variant dus, waar de gemeente aanvankelijk voorstander van was. De rijksbijdrage vormt, net als bij de andere regionale afspraken, de basis voor verdere cofinanciering door regionale overheden. Definitieve besluitvorming over budget en fasering volgt in latere MIRT-rondes.
Met deze Rijksbijdrage kan de Veluwelijn bijdragen aan de bereikbaarheid van 21 000 nieuwe woningen
Voor de Veluwelijn – de spoorverbinding tussen Amersfoort, Nijkerk en Harderwijk/Noord-Veluwe – zijn in het kader van de BO’s-MIRT geen nieuwe grootschalige MIRT-projecten vastgesteld zoals bij Merwedelijn of Oude Lijn, maar wel concrete financiële en uitvoeringsgerichte stappen gezet om de bereikbaarheid te verbeteren en de spoorinfra toekomstbestendig te maken. Het Rijk kent bijna 99 miljoen euro subsidie toe voor de aanleg van een keervoorziening (keerlus) bij Harderwijk, essentieel om intercity’s vanuit de Randstad verder te kunnen doortrekken naar Nijkerk en Harderwijk en de frequentie op het tracé te verhogen. Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de bredere inzet van MIRT-middelen voor bereikbaarheid rond woningbouwopgaven en sluit aan bij regionale investeringen in bereikbaarheid en mobiliteit die de regio Noord-Veluwe zelf levert. Dankzij deze rijksbijdrage kan de Veluwelijn zodanig worden ontwikkeld dat hij bijdraagt aan de bereikbaarheid van 21 000 nieuwe woningen en als alternatief voor autoverkeer richting knooppunt Hoevelaken fungeert, wat bijdraagt aan het ontlasten van de A28 en de regionale OV-kwaliteit verbetert.
Noord-Nederland: Groningen-Assen, Nedersaksenlijn, Lelylijn
In het NOVEX-gebied Groningen-Assen zijn geen afzonderlijke nieuwe MIRT-bedragen toegekend, maar zijn bestaande middelen en toekomstige investeringen gebundeld binnen de Uitvoeringsagenda 2.0. Deze agenda vormt het kader voor de op te stellen Regionale Investeringsagenda (RIA), waarin rijk en regio gezamenlijk bepalen hoe middelen voor woningbouw, bereikbaarheid en economische ontwikkeling worden ingezet. Hiermee verschuift de nadruk van projectfinanciering naar programmatische uitvoering.
Voor de nationaal grootschalige woongebieden Groningen Suikerzijde en Stadshavens/Eemskanaalzone, waar tot en met 2030 respectievelijk 4.300 en 4.150 woningen worden gebouwd, geeft het Rijk wel aanvullende bijdragen uit het gebiedsbudget van ongeveer 27 miljoen euro en 40,5 miljoen euro gereserveerd. Dat geld is bedoeld voor toekomstbestendigheid, inrichting van de openbare ruimte en verwerving/verplaatsing van bedrijven.
Taakstellend budget voor de Nedersaksenlijn - onderzoek en aanleg - inmiddels in totaal 2.1 miljard euro
Rijk en regio stellen het startdocument voor de verkenning gebiedsontwikkeling Nedersaksenlijn vast. Deze verkenning stelt de ruimtelijke, economische en sociale uitwerking en impact van de Nedersaksenlijn centraal, met het versterken van de brede welvaart als rode draad. De verkenning gebiedsontwikkeling loopt parallel op met de MIRT-verkenning Nedersaksenlijn. De € 85 miljoen die het Rijk voor Reactivering Veendam-Stadskanaal gereserveerd had vanuit Nij Begun, worden gebruikt voor de Nedersaksenlijn. De provincie Groningen reserveert het resterend provinciale budget van Reactivering Veendam-Stadskanaal, onder voorbehoud van goedkeuring door Provinciale Staten Groningen, ordegrootte € 65,7 miljoen voor de realisatie van de Nedersaksenlijn. IenW en provincie Groningen maken in de verkenning hierover nadere afspraken. De regio heeft tijdens het Bestuurlijk Overleg Deltaplan op 7 oktober 2024 € 50 miljoen aanvullende cofinanciering toegezegd voor de realisatie van de Nedersaksenlijn. De provincie Drenthe neemt vanuit de regio verantwoordelijkheid voor deze bijdrage. IenW en provincie Drenthe maken in de verkenning hierover nadere afspraken. Daarmee is het taakstellend budget voor de Nedersaksenlijn in totaal ongeveer 2.1 miljard euro.
Over de Lelylijn geen nieuws in de Kamerbrief van de minister Keijzer. De Lelylijn, een nieuwe spoorverbinding tussen het noorden de Randstad, is structuurversterkend en biedt kansen voor economische groei, woningbouw en leefbaarheid in Noordelijk Nederland. Daarom is de Lelylijn opgenomen in de Ontwerp-Nota Ruimte 2050. Rijk en regio werken aan het Masterplan Lelylijn. Klaas Knot (voormalig president van De Nederlandsche Bank) zal als Lelylijn-gezant het volgende kabinet adviseren over realistische bekostiging en financiering voor de Lelylijn en de kosten daaraan. Het advies van de Lelylijn-gezant en de resultaten van het Masterplan worden op 30 januari gepresenteerd en besproken met bestuurders, volksvertegenwoordigers en andere betrokkenen op een Lelylijnconferentie.
Koppeling aan ontwerp en uitvoering
De financiële inzet zoals afgesproken in de BO’s-MIRT wordt nadrukkelijk verbonden aan de Interdepartementale Ontwerpagenda. Via ontwerpend onderzoek en regionale werkplaatsen worden investeringskeuzes ruimtelijk onderbouwd en afgestemd tussen departementen en regio’s. Deze werkwijze moet ervoor zorgen dat middelen niet alleen projectmatig, maar ook strategisch bijdragen aan samenhangende ruimtelijke ontwikkeling, aldus minister Keijzer. De koppeling van middelen, NOVEX-gebieden en regionale afspraken maakt het mogelijk om ruimtelijke programma’s te vertalen naar lokale en regionale uitvoeringsagenda’s. Tegelijk benadrukt deze Kamerbrief de noodzaak van nationale sturing én lokaal commitment voor voortgang in complexe gebiedsopgaven.
Link naar de volledige Kamerbrief
Link naar de afspraken uit de BO's-MIRT naar regio


