Het akkoord dat half januari werd gesloten tussen het ministerie van Klimaat en Groene Groei, brancheorganisatie Element NL en Energie Beheer Nederland (EBN), regelt de voorwaarden voor gaswinning op land tijdens de energietransitie. Gas blijft volgens het Rijk noodzakelijk om leveringszekerheid te garanderen tot minstens 2045. De focus ligt op kleine velden, waarvan een substantieel deel zich in de provincie Groningen bevindt.
Het akkoord scherpt het spanningsveld aan tussen nationale energievoorziening en regionale ruimteclaims. De afspraken gelden uniform voor alle kleine gasvelden op land. Daarmee ontbreekt een expliciete gebiedsgerichte benadering, ook voor regio’s als Groningen die historisch al zwaar belast zijn door gaswinning. De gevolgen voor leefomgeving, schadeafhandeling en vertrouwen worden daarmee vooral op regionaal niveau gevoeld.
De provincie Groningen reageert dan ook kritisch. Volgens het provinciebestuur is er te weinig sprake van afbouw en blijft de regio opnieuw met de lasten zitten. Nieuwe vergunningen voor bestaande velden blijven mogelijk, terwijl de formele beoordelingsgronden zich beperken tot technische veiligheid en milieueffecten. ‘Van een afbouw van gaswinning is onvoldoende sprake,’ aldus de provincie. ‘Wij vinden dat de winning uit kleine velden in Groningen zo snel mogelijk moet stoppen.’
Ruimtelijke lasten, beperkte baten
Een ander knelpunt is de batendeling. In het akkoord is vastgelegd dat regio’s voortaan mogen meedelen in de baten van nieuwe gasprojecten, via een formule van vijf procent van de netto omzet. Deze regeling geldt echter alleen voor nieuwe of aanvullende winning. Bestaande projecten, zoals de meeste in Groningen, vallen erbuiten, ook als ze nog jarenlang doorlopen.
Dit leidt tot onvrede over de verdeling van lasten en lusten. Terwijl de fysieke impact van winning blijft bestaan, onder meer door bodemdaling, seismische risico’s en ruimtelijke beperkingen. Daarmee komt financiële compensatie voor de regio te vervallen. ‘Inwoners van onze provincie worden opnieuw benadeeld’, stelt het provinciebestuur.
Beperkte zeggenschap regio’s
Hoewel het akkoord spreekt over versterkte omgevingsbetrokkenheid, blijft de formele invloed van gemeenten en provincies beperkt. Vergunninghouders moeten een ‘betrokkenheidsplan’ indienen, en er is ruimte voor overleg via mijnbouwtafels, maar planologische bezwaren wegen niet zwaar mee in de formele besluitvorming. De rijksoverheid behoudt de doorslaggevende rol bij de vergunningverlening.
Volgens Groningen vraagt de situatie rond kleine gasvelden om meer regie op gebiedsniveau. In gesprekken met gemeenten en waterschappen bereidt de provincie zich voor op mogelijke vervolgacties. ‘Onze inwoners verdienen rechtszekerheid en duidelijkheid over de afbouw van gaswinning’, aldus de provincie.



