Gebiedsprogramma start transformatie boerenbedrijf

Veenkoloniën werken aan toekomstbestendige landbouw én leefomgeving

Landelijk gebied

Akkerbouw

Boerderij nabij Hoogeveen. Foto: Frans Willem Blok / iStock.com
Auteur Marko Faas

30 januari 2026 om 21:23, Leestijd ca. 6 minuten


De Veenkoloniën, het uitgestrekte landbouwgebied op de grens van Drenthe en Groningen, staan aan de vooravond van een ingrijpende transformatie. Met het nieuwe Gebiedsprogramma Veenkoloniën wordt gewerkt aan een toekomstbestendige landbouw en een verbeterde balans tussen opgaven rond waterkwaliteit, stikstof, klimaat, natuur en verdienvermogen. Boeren, verwerkers, kennisinstellingen en overheden trekken daarbij samen op in een langjarig partnerschap.

Begin 2026 ging het gebiedsprogramma officieel van start, als uitvloeisel van de al langer lopende Agenda voor de Veenkoloniën. Volgens BBB-gedeputeerde Gert-Jan Schuinder is dit programma het sluitstuk van een langdurig voorbereidingstraject én het begin van een nieuwe fase: ‘We geven de Veenkoloniën de ruimte die nodig is om hoogwaardige productiviteit ook op lange termijn te waarborgen.’

De uitvoering gebeurt via doelsturing: boeren krijgen ruimte om zelf te bepalen hoe zij bijdragen aan de gestelde doelen. Schuinder zegt dat deze benadering beter aansluit bij de dagelijkse praktijk van boeren. ‘Je krijgt meer draagvlak als je hen zelf laat bepalen hoe ze doelen halen. Dat vergroot het eigenaarschap en voorkomt dat maatregelen over de schutting worden gegooid’, zegt de gedeputeerde. 'Veel boeren hebben vooraf meegedacht. Dit is geen plan dat van bovenaf wordt opgelegd. Integendeel: het is een gezamenlijke inspanning, ontstaan vanuit de praktijk', zegt Schuinder.

Dat werkt aanstekelijk, zegt hij. Boeren leren van elkaar, delen data en stemmen bouwplannen op elkaar af. ‘Als één boer erin slaagt om met een eenvoudige ingreep veertig procent minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, dan gaan anderen zich afvragen hoe dat komt’, zegt Schuinder. ‘De boer leert het snelst van een andere boer.’

Praktijk en verdienvermogen

Voor Avebe-directeur Agro Marleen De Rond-Schouten is dat uitgangspunt essentieel. ‘Boeren zien dat er zaken op hen afkomen, maar willen zélf aan het roer staan. Wij zetten in op oplossingen die passen bij hun praktijk en verdienvermogen.’ De betrokkenheid van Avebe is logisch: veel van de aangesloten akkerbouwers zijn actief in het gebied. De Rond-Schouten is daarnaast voorzitter van Stichting Innovatie Veenkoloniën, samen met vertegenwoordigers van Cosun en Agrifirm.

De stichting ontwikkelde samen met overheden, waterschappen en kennisinstellingen het gebiedsprogramma. ‘We hebben dit met elkaar opgesteld. De uitvoering ligt grotendeels bij de stichting, maar in nauwe samenwerking met de Agenda voor de Veenkoloniën’, aldus De Rond-Schouten.

Commerciële partijen

Zo'n actieve rol van commerciële partijen bij een gebiedsproces is zeldzaam. Schuinder ziet hierin een voorbeeld dat navolging verdient. ‘Bedrijven als Avebe, Cosun en Agrifirm beschikken over waardevolle data over gewasgebruik, milieubelasting en waterkwaliteit. Die kennis helpt ons om betere keuzes te maken. Ik kies niet voor leverancier A of B, maar voor een goed gebiedsprogramma voor de Veenkoloniën.’

Hij benadrukt het belang van een gezamenlijke aanpak: ‘We moeten ophouden met denken in tegenstellingen. Als we écht iets willen veranderen in het landelijk gebied, dan moeten we dit soort samenwerkingen koesteren.’

Commerciële partijen investeren niet alleen financieel, maar leveren dus ook kennis en innovatiekracht.

De Rond-Schouten onderstreept dat: ‘We werken al vijftien jaar samen. Er is onderling vertrouwen en een gedeeld doel. Dat is de enige manier waarop we toekomstbestendig kunnen blijven boeren.’ Volgens Schuinder is er inmiddels sprake van een duurzame vertrouwensrelatie tussen overheid en bedrijfsleven. ‘Commerciële partijen investeren niet alleen financieel, maar leveren dus ook kennis en innovatiekracht. Ze zijn een integraal onderdeel van dit gebied.’

Bemesting op maat

De Rond-Schouten benadrukt dat het uiteindelijk gaat om toekomstbestendig agrarisch gebied. Boeren onderzoeken onder meer via praktijkproeven en demonstratiepercelen hoe aangepaste gewasrotatie, inzet van rustgewassen en groenbemesters kunnen bijdragen aan een betere bodemstructuur en hogere weerbaarheid tegen droogte en ziekten.Deze maatregelen moeten niet alleen de bodemkwaliteit verbeteren, maar ook leiden tot minder uitspoeling van nutriënten en een verminderd gebruik van kunstmest.

Daarbij werken boeren aan verfijning van hun bemestingsstrategie. Er wordt geëxperimenteerd met milieuvriendelijke alternatieven zoals ureumarme kunstmest, organische meststoffen met vertraagde afgifte en precisiebemesting op basis van perceeldata. Doel is om de stikstofemissie te beperken, zonder verlies van opbrengst. Door beter inzicht in bodemgesteldheid en gewasbehoefte worden nutriënten gerichter toegediend en verliezen geminimaliseerd.

Om de waterkwaliteit in het gebied te verbeteren, richten boeren samen met waterschappen bufferzones langs sloten en beken. Deze zones helpen uitspoeling van meststoffen op te vangen bij hevige neerslag. Daarnaast worden maatregelen genomen als peilgestuurde drainage en het verbeteren van de bodemdoorlaatbaarheid. Door water lokaal langer vast te houden, wordt niet alleen afspoeling voorkomen, maar ook de droogtegevoeligheid van de percelen verminderd.

Financiering uit Den Haag

De uitvoering van al deze plannen vergt aanzienlijke middelen. Nog niet voor alle planning is dekking. Toch is Schuinder optimistisch: ‘Tweede Kamerleden die we in het gebied hebben ontvangen, begrijpen dat dit belangrijk is voor het landelijke landbouwbeleid.’ Bovendien hebben coalitiepartijen net aangekondigd zo'n 20 miljard euro te willen steken in het landelijk gebied en de stikstofaanpak. 'Ik verwacht dat Den Haag over de brug komt.' Bovendien past het programma in de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw.

 Boeren zijn bereid te investeren, maar dan moet het ook een keer goed zijn

Hij waarschuwt wel voor overmatige regelgeving. ‘Als er ieder jaar nieuwe verordeningen bijkomen, ondermijnt dat het vertrouwen. Boeren zijn bereid te investeren, maar dan moet het ook een keer goed zijn.’ De gedeputeerde noemt onder meer coalitieplannen om de natuur te versterken. Naast de Veenkoloniën ligt onder meer het natuurgebied Weiterveen en vlak over de grens met Duitsland Natural Park Bourtanger Moor. ‘Als we volgend jaar opnieuw worden geconfronteerd met nieuwe maatregelen uit Den Haag of Brussel, wordt het wel erg ingewikkeld.’

Historische lintbebouwing

Het gebiedsproces gaat nadrukkelijk alleen over land- en tuinbouw, van oudsher dominant in de koloniën. Woningbouw maakt géén onderdeel uit van het gebiedsprogramma, maar blijft volgens Schuinder een belangrijke opgave. ‘De Veenkoloniën bestaan uit lintdorpen met een cultuurhistorisch karakter. Als je daar woningen wilt toevoegen, moet je vooraf goed nadenken over het hoe en waar. Dan is het zaak dat overheden daarop regie voeren.’

Daarnaast ziet hij ruimte voor verbreding van het landbouwprofiel: ‘Nu is het vooral akkerbouw en glastuinbouw. Wat mij betreft kan er ook meer veehouderij bij. Er is voldoende grond beschikbaar.’ 

Uitvoering, monitoring en bijsturing

De komende jaren staan in het teken van uitvoering, monitoring en bijsturing. ‘We moeten zorgen dat doelen ook echt gerealiseerd worden’, zegt Schuinder. ‘Dat doen we in samenspraak met de partijen die het werk doen. Niet van bovenaf opleggen, maar samen.’

Volgens De Rond-Schouten is dat precies de kracht van het programma: ‘We hebben laten zien dat samenwerking tussen boeren, verwerkers, overheden en kennisinstellingen wél werkt. Het doel is een landbouw die bijdraagt aan natuur- en klimaatdoelen, zonder dat het verdienmodel van boeren onder druk komt te staan.'

Gerelateerde Artikelen