
De detailstudie is uitgevoerd door Haskoning in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Volgens de onderzoekers is bewust ingezoomd op de Schelde-Deltaregio, omdat hier een hoge concentratie van energie-intensieve industrie samenkomt met een beperkte ruimtevoorraad en grote opgaven rond energie-infrastructuur. In het onderzoek zijn energetische, ruimtelijke en veiligheidstechnische aspecten integraal beschouwd.
De onderzoekers hebben twee toepassingsrichtingen verkend. Enerzijds een publieke SMR die elektriciteit en eventueel warmte levert aan meerdere industriële partijen in het cluster, anderzijds een private SMR achter de meter op het terrein van Dow Terneuzen. Voor beide varianten is beoordeeld in hoeverre ruimtelijke inpassing realistisch is binnen de geldende randvoorwaarden.
Ruimtedruk
Volgens de onderzoekers staat de Schelde-Deltaregio onder toenemende ruimtedruk. Van het totale industriële areaal van circa 2.488 hectare is het grootste deel al uitgegeven, terwijl de resterende ruimte nodig is voor uitbreiding van bestaande bedrijven, nieuwe economische activiteiten en grootschalige energie-infrastructuur. Richting 2040 en 2050 neemt die druk verder toe door elektrificatie van industriële processen en nationale energieopgaven.
Voor de plaatsing van een middelgrote tot grote SMR is, zo stellen de onderzoekers, afhankelijk van het type circa 3 tot 15 hectare nodig voor de permanente inrichting. Tijdens de bouwfase is tijdelijk een aanzienlijk groter oppervlak vereist. Dat beperkt het aantal locaties waar een SMR ruimtelijk inpasbaar is.
Vier potentiële locaties
In de studie zijn vier potentiële locaties onderzocht: het Sloegebied, de Mosselbanken bij Dow Terneuzen, de Axelse Vlakte en het industrieterrein van Sas van Gent. Deze gebieden zijn geselecteerd op basis van beschikbare ruimte en ligging binnen het industriecluster. Vervolgens zijn zij beoordeeld op leefomgeving, externe veiligheid, ecologie, koelwaterbeschikbaarheid en hoogwaterbescherming.
Volgens de onderzoekers blijkt uit deze analyse dat niet elke theoretisch beschikbare locatie ook praktisch geschikt is. Beperkingen vanuit milieu, veiligheid en infrastructuur zorgen ervoor dat slechts een beperkt aantal locaties overblijft.
Sloegebied
Het Sloegebied komt volgens de onderzoekers naar voren als een van de meest kansrijke locaties. De ligging aan de Westerschelde maakt gebruik van oppervlaktewater voor koeling mogelijk, terwijl de aanwezigheid van bestaande energie-infrastructuur, waaronder het hoogspanningsnet, gunstig is voor aansluiting.
Tegelijkertijd signaleren de onderzoekers dat het Sloegebied al zwaar belast is met andere energieclaims, zoals nieuwe netstations en mogelijke grootschalige kernenergie. De inpassing van een SMR betekent hier een extra ruimteclaim. Daarnaast liggen beschermde natuurgebieden in de nabijheid, waardoor stikstofdepositie tijdens de bouwfase een belangrijk aandachtspunt vormt.
Mosselbanken
De Mosselbanken, grenzend aan het terrein van Dow Terneuzen, worden door de onderzoekers aangemerkt als een reële optie voor een private SMR achter de meter. Het belangrijkste voordeel is volgens hen de directe koppeling met de bestaande elektriciteits- en warmtevraag van Dow. Daardoor kan grotendeels gebruik worden gemaakt van bestaande infrastructuur en blijft de ruimtelijke impact relatief beperkt.
Wel constateren de onderzoekers dat de locatie binnen bestaande veiligheidscontouren van industriële installaties ligt. Dat betekent dat stapeling van risico’s nader moet worden onderzocht. Ook ecologische effecten en hoogwaterbescherming vragen hier om aanvullende analyse, al biedt de ligging aan de Westerschelde voordelen voor koeling.
Axelse Vlakte
De Axelse Vlakte wordt door de onderzoekers als minder kansrijk beoordeeld. De grotere afstand tot de Westerschelde maakt directe oppervlaktekoeling lastig, waardoor alternatieve koeltechnieken nodig zijn. Volgens de onderzoekers leidt dit tot een grotere ruimteclaim en een zwaardere ruimtelijke en landschappelijke impact.
Daarnaast wijzen zij op ecologische beperkingen en een minder gunstige ligging ten opzichte van zware energie-infrastructuur. In combinatie maken deze factoren de locatie ruimtelijk minder aantrekkelijk voor SMR-inpassing.
Sas van Gent
Ook Sas van Gent kent volgens de onderzoekers duidelijke beperkingen. De beschikbare ruimte is beperkter en mogelijkheden voor oppervlaktekoeling ontbreken. Alternatieve koeloplossingen zijn technisch mogelijk, maar vragen extra ruimte en vergroten de complexiteit van de inpassing. Bovendien ligt de locatie relatief ver van de belangrijkste netaansluitingspunten, wat aanvullende infrastructuur noodzakelijk maakt.
Volgens de onderzoekers liggen vrijwel alle onderzochte locaties in of nabij Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland. Dat maakt stikstofdepositie tijdens de aanlegfase een belangrijk knelpunt en leidt vrijwel zeker tot aanvullende vergunningprocedures en ecologisch onderzoek. Ook veiligheid, hoogwaterbescherming en koelwaterbeschikbaarheid beperken het aantal ruimtelijk haalbare locaties.
Tegelijkertijd concluderen de onderzoekers dat er in de Schelde-Deltaregio wel degelijk ruimte is voor een SMR, maar uitsluitend op een beperkt aantal zorgvuldig gekozen locaties. Met name het Sloegebied en de Mosselbanken bij Dow Terneuzen worden als ruimtelijk kansrijk aangemerkt, mits aanvullende mitigerende maatregelen worden getroffen en verdere detailstudies plaatsvinden.
Daarbij speelt ook de timing van de technologie een belangrijke rol. SMR’s die uitsluitend elektriciteit leveren kunnen volgens de onderzoekers op zijn vroegst vanaf circa 2035 beschikbaar komen, maar leveren onvoldoende hoge temperaturen voor industriële proceswarmte. Juist de SMR’s die hoogwaardige warmte en waterstof kunnen leveren, worden pas na 2040 commercieel realistisch geacht.
Volgens de onderzoekers verschuift de ruimtelijke besluitvorming daarmee naar de middellange en lange termijn. De kernvraag is niet of er vandaag ruimte moet worden benut voor een SMR, maar of en waar overheden ruimte willen reserveren voor nucleaire installaties die primair zijn gericht op industriële warmte en waterstof, in een regio waar het elektriciteitsaanbod uit wind op zee al ruim voldoende is.

...
