Recent was ik bij een debat over de digitale euro naar aanleiding van het boek Geld genoeg, maar niet voor jou, geschreven door Thomas Bollen. Volgens hem hebben commerciële banken stilletjes de rol van de centrale bank overgenomen door zelf geld te creëren via het verstrekken van leningen. Tegenwoordig is tachtig-negentig procent van ons girale (niet contant) geld privaat, waar het honderd jaar geleden nog om vijftig procent ging.
Door privatiseringen van overheidsbedrijven in de jaren tachtig (PTT, NS, energie) en de opkomst van iDEAL en creditcards is publiek geld verder afgenomen. De kredietcrisis van 2008 onderstreepte de noodzaak van een digitale euro. Het Lehman Brothers-faillissement en Nederlandse banknationalisaties (Fortis/ABN AMRO, ING) lieten zien hoe financiële schokken in ons vakgebied de woningmarkt direct raakten.
Maar hoe robuust wordt de digitale euro? De op dit moment voorgestelde holdingslimiet (maximum bedrag dat een persoon mag aanhouden) van €3.000 voorkomt dat banken liquiditeit kwijtraken en duurder moeten lenen, wat de financiering van windparken of netwerken duurder maakt. Tegelijk is €3.000 onvoldoende om als robuust publiek alternatief te dienen bij bancaire stress. Volgens Thomas Bollen blijft de bankmacht hierdoor te groot. De hoogte van de holdingslimiet was dan ook een belangrijk discussiepunt tijdens het debat in Arminius (Rotterdam).
De invoering van de digitale euro is op zijn vroegst in 2029. Het besluitvormingsproces speelt zich af in een mondiaal gefragmenteerd privaat financieel systeem. Zo vallen sinds 2024 onze reguliere betaalpassen onder de Amerikaanse Visa en Mastercard. En gebruiken Chinese toeristen Alipay (digitale portemonnee) op steeds meer Europese plekken.
De mondiaal actieve en van oorsprong Britse fintech’s Wise, Monzo en Revolut zijn Europese alternatieven, maar lossen defragmentatie niet op. Europese banken lanceerden recent Wero (We+euro), waarin vijf Europese betaalmethoden (waaronder iDEAL) worden samengebracht om fragmentatie te verminderen en afhankelijkheid van Amerikaanse en Chinese netwerken te beperken.
Deze fragmentatie wordt versterkt door de huidige geopolitieke onrust. Vijftig jaar lang stuurde Amerika de wereld met haar dollar, maar nu handelen de BRICS-landen in lokale valuta en verkoopt Saoedi-Arabië olie aan China in yuan. Trump lanceerde begin 2025 een pro-cryptobeleid met steun voor dollar-cryptomunten een Strategic Bitcoin Reserve (controversieel ontvangen, met kritiek van economen en Democraten) en een CBDC (Chinees centrale bank digitale valuta)-verbod om de dollar wereldwijd te versterken. Dit gebeurde terwijl de dollar juist verzwakte: in de eerste helft van 2025 daalde de dollar met ongeveer tien procent in waarde, de grootste daling in meer dan vijftig jaar.
Deze mondiale financiële verschuivingen hebben directe gevolgen voor ons vakgebied. Hogere kapitaalkosten door bankliquiditeitsproblemen maken de financiering van windparken, zonneparken en elektriciteitsnetten duurder en trager. Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA biedt hierop een antwoord met een nationale investeringsbank binnen twee jaar, die financiering versterkt voor bedrijven en projecten die geen marktfinanciering kunnen krijgen.
Tegelijk worden hypotheken voor banken steeds belangrijker, wat kansen biedt voor klimaatdoelen. Zo is ABN AMRO recent gestart met de Beter Wonen-pilot, waarbij in samenwerking met huishoudens wordt gewerkt aan betere energielabels voor (bestaande) woningen die weer leiden tot lagere kapitaalvereisten voor banken.
Tot slot, de digitale euro kan de publieke soevereiniteit herstellen en de financiële macht herbalanceren, mits de holdingslimiet stapsgewijs stijgt. In een wereld waar de dollar tien procent daalt, China zijn digitale munt uitrolt en Big Tech de betaalinfrastructuur domineert, is het belangrijk de impact van de geschetste ontwikkeling ook voor ons vakgebied zo goed mogelijk in beeld te brengen.


