
Het onderzoek is door het RIVM uitgevoerd in het kader van artikel 7 van de Kaderrichtlijn Water (KRW), dat toeziet op de bescherming van drinkwaterbronnen. De richtlijn verplicht lidstaten om achteruitgang van de waterkwaliteit te voorkomen. Oppervlaktewater dat wordt gebruikt voor drinkwaterwinning moet zó schoon zijn dat met een eenvoudige zuivering veilig drinkwater kan worden geproduceerd.
Wanneer concentraties van niet-genormeerde stoffen boven de signaleringswaarde van 0,1 microgram per liter uitkomen, kan dat betekenen dat de doelstelling onder druk staat. Bij structurele overschrijding kan ‘dit betekenen dat de KRW-doelen in het geding zijn’, aldus het rapport.
In dat geval volgt een risicobeoordeling.
Innamepunten
De beoordeling richt zich op alle oppervlaktewaterlocaties die direct worden gebruikt voor drinkwaterwinning. Het gaat om zeven innamepunten in het rijkswater, verspreid over het Rijn- en Maasstroomgebied.
Voor de Maas is aanvullend gemeten bij Heusden, om een representatief beeld te krijgen van de hoofdstroom. Daarnaast zijn twee grensmeetstations betrokken: bij Lobith, waar de Rijn Nederland binnenkomt, en bij Eijsden voor de Maas. Daarmee wordt ook de internationale instroom van verontreinigingen in beeld gebracht.
Buiten het hoofdwatersysteem is het innamepunt De Punt in de Drentsche Aa meegenomen, een regionale oppervlaktewaterbron voor de drinkwatervoorziening in Noord-Nederland.
Per stof is gekeken naar de hoogste 90-percentielconcentratie over drie jaar (P90-max). In totaal zijn 65 stoffen geselecteerd voor nadere beoordeling.
Vijf probleemstoffen
Voor vijf stoffen geldt dat zij ‘in te hoge concentraties voorkomen in oppervlaktewater om met een eenvoudige oppervlaktewaterzuivering veilig drinkwater te kunnen leveren’.
Het betreft bromaat, dibroomazijnzuur, lithium, N,N-dimethylsulfamide en trichloorazijnzuur. Deze stoffen worden slecht tot niet verwijderd in een eenvoudige zuiveringsstap. Daarmee is sprake van een situatie die ‘niet in lijn is met artikel 7.3 van de KRW’.
Naast deze vijf stoffen laat het onderzoek een bredere trend zien. ‘Met het oog op opkomende stoffen lijkt er een verslechtering plaats te vinden van de kwaliteit van oppervlaktewater dat wordt gebruikt voor de bereiding van drinkwater’, aldus het rapport.
Van de stoffen die zowel in 2013–2015 als in 2017–2020 de signaleringswaarde overschreden, zijn bij negentien hogere concentraties gemeten in de meest recente periode.
Maatregelen
Voor de vijf stoffen in risicocategorie 1 ligt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij het Rijk. Het RIVM zegt dat het Rijk maatregelen moet nemen om de concentraties van de stoffen in risicocategorie 1 in oppervlaktewater, gebruikt voor de bereiding van drinkwater, te verlagen.
Daarnaast wordt aanbevolen om te onderzoeken in welke concentraties deze stoffen in het Nederlandse drinkwater voorkomen en om de mogelijke gezondheidsrisico’s te duiden.
Verder lijkt de kwaliteit van het oppervlaktewater als het gaat om opkomende stoffen achteruit te gaan. Het RIVM adviseert daarom om er zo min mogelijk stoffen in te lozen.
Ook vraagt het RIVM-rapport om structurele aandacht voor de risicobeoordeling van opkomende stoffen die de signaleringswaarde overschrijden, omdat die beoordeling nodig is ‘om te bepalen of en welke acties nodig zijn om de kwaliteit van oppervlaktewater, gebruikt voor de bereiding van drinkwater, te verbeteren.'
Het RIVM heeft deze risicobeoordeling gedaan voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), om de doelen van de KRW te kunnen toetsen. Het RIVM heeft alleen oppervlaktewater onderzocht dat voor drinkwater wordt gebruikt en niet het gezuiverde drinkwater. Het RIVM adviseert om dat wel te doen en mogelijke effecten op de volksgezondheid te duiden. Voor één stof, lithium, is dit onderzoek al begonnen.


