Met het TLGD kiest Drenthe voor een integrale benadering van stikstof, water, natuur en landbouwstructuur. Vergunningverlening voor landbouw, woningbouw en infrastructuur ligt al geruime tijd stil door stikstofjurisprudentie. Zonder aantoonbare emissiereductie en geborgd natuurherstel blijft die impasse bestaan. Daarom koos de provincie de vlucht naar voren en besloot niet langer te wachten op nationale maatregelen.
Het ontwerpprogramma formuleert drie hoofddoelen: het oplossen van het vergunningenslot, het halen van wettelijke doelen voor water en natuur en het bestendigen van een economisch vitale landbouwstructuur. Daarmee benadert de provincie het landelijk gebied als samenhangend systeem waarin ecologische randvoorwaarden en economische vitaliteit met elkaar in balans moeten worden gebracht.
Kern van de aanpak is een reductie van 43 procent ammoniakemissie in 2035 vergeleken met 2019. Dat geldt als Drentse bijdrage aan de landelijke wettelijke opgave. Bestaand beleid levert naar verwachting circa 14 procent reductie in 2030 op; aanvullende maatregelen moeten de resterende opgave invullen.
Naast stikstof ligt er een urgente opgave vanuit Europese regelgeving. De doelen uit de Kaderrichtlijn Water moeten in 2027 zijn gehaald. Volgens het programma zijn aanvullende maatregelen nodig om waterkwaliteit en waterkwantiteit rond Natura 2000-gebieden op orde te brengen.
Melkveehouderij
De grootste reductieopgave wat betreft ammoniak ligt bij de melkveehouderij. Voor deze sector voorziet Drenthe in een generieke emissiereductie van 30 procent in 2035. De provincie kiest daarbij nadrukkelijk voor doelsturing: boeren krijgen een vast reductiedoel, maar bepalen zelf hoe zij dat realiseren.
Daarbij wordt voortgebouwd op ervaringen met Kritische Prestatie Indicatoren (KPI's) uit het programma Duurzaam Boeren Drenthe. Tegelijkertijd werkt de provincie aan een juridisch geborgde norm die stand moet houden bij de rechter.
‘Deze aanpak zien wij echt als een belangrijk instrument voor het realiseren van doelen in onze provincie. We geven boeren de kans zelf te bepalen hoe zij hun doelen (norm) halen binnen hun bedrijf. Het is echter niet vrijblijvend’, zei Schuinder voor zijn aftreden over het programma.
Voor niet-grondgebonden veehouderij, met name varkens- en pluimveehouderij, wil Drenthe inzet van beste beschikbare technieken verplicht stellen. Voor akkerbouw worden geen aanvullende emissiemaatregelen voorbereid.
De reductiedoelstelling is volgens de provincie nodig, maar niet genoeg om vergunningverlening weer op te starten. Volgens de rechtspraak geldt het zogenoemde additionaliteitsvereiste. Dat betekent dat per Natura 2000-gebied moet worden aangetoond dat de natuur zich voldoende herstelt. Pas als duidelijk is dat extra emissiereductie niet meer nodig is om de natuurdoelen te halen, kunnen weer nieuwe vergunningen worden verleend.
Daarom onderzoekt Drenthe per gebied welke extra maatregelen nodig zijn boven op de algemene reductie. Naast stikstof speelt ook water een grote rol. Vooral verdroging zet de natuur onder druk. Pas als per gebied goed is onderbouwd dat het natuurherstel blijvend is, kan er weer ruimte komen voor nieuwe vergunningen. De provincie verwacht dat dit op zijn vroegst medio 2027 mogelijk is.
Hotspots van stikstof, water en natuur
De gebiedsgerichte aanpak concentreert zich in eerste instantie op vijf zogenoemde hotspots waar opgaven voor stikstof, water en natuur samenkomen: Drentsche Aa, Elperstroom, Zure Venen, Vledder Aa en Wapserveensche Aa en Oude Diep. Daarnaast zijn Noordbargeres (grondwaterwinning) en Grote Masloot (kavelstructuurverbetering in combinatie met beekdalherstel) als specifieke opgaven aangewezen.
In deze gebieden worden integrale gebiedsprocessen gestart waarin reductiedoelen, natuurherstel en landbouwstructuur in samenhang worden uitgewerkt. Instrumenten als kavelruil, verplaatsing, extensivering en agrarisch natuurbeheer maken deel uit van de provinciale instrumentenkoffer.
Versterking van landbouwstructuur vormt daarbij een expliciet onderdeel van de aanpak. Door verbetering van verkaveling en gerichte herinrichting wil de provincie bijdragen aan efficiëntere en toekomstbestendige bedrijfsvoering.
Veenkoloniën
Ook de Veenkoloniën krijgen binnen het programma nadrukkelijk aandacht. Voor dit gebied is een afzonderlijk programma in voorbereiding waarin opgaven rond stikstof, bodem, water en landbouwtransitie worden gekoppeld aan economische vitaliteit en leefomgeving.
De provincie wil hier, samen met ondernemers en medeoverheden, aanvullende afspraken maken over reductie en structurele versterking van het landbouwcluster. De Veenkoloniën zijn daarmee een voorbeeld van hoe gebiedsgerichte samenwerking kan bijdragen aan zowel ecologische als economische doelen.
In de realisatiestrategie werkt de provincie uit hoe beschikbare middelen tot en met 2030 worden ingezet. Het budget is niet toereikend om alle maatregelen gelijktijdig uit te voeren; aanvullende middelen van het Rijk zijn noodzakelijk.
In het landelijke coalitieakkoord van CDA, VVD en D66 is afgesproken dat er opnieuw een fonds voor het landelijk gebied komt, met middelen voor stikstofreductie, natuurherstel en versterking van de landbouw. Het kabinet zet daarbij in op 42 tot 46 procent emissiereductie in de landbouwsector en wil provincies ondersteunen bij de gebiedsgerichte aanpak.
Drenthe verwacht dat een deel van de financiering voor het TLGD uit dit fonds kan worden gedekt. Het programma ligt tot eind maart 2026 ter inzage en moet medio 2027 ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen.
Nieuwe gedeputeerde
Het ontwerpprogramma is ontwikkeld onder BBB-gedeputeerde Gert-Jan Schuinder, maar hij zal het niet verder uitvoeren. Hij wilde stikstofrechten opkopen van een boerderij zonder koeien in Vledder. Het dossier viel formeel onder verantwoordelijkheid van zijn collega Egbert van Dijk (BBB), maar Schuinder voerde zelf overleg met de boerderij-eigenaar en met Milieudefensie Westerveld.
Die gang van zaken leidde tot bestuurlijke onrust binnen het college en mondde uit in het vertrek van Van Dijk. Daarop besloot ook Schuinder de eer aan zichzelf te houden en op te stappen als gedeputeerde van Drenthe.



