Elanor Boekholt-O’Sullivan: militaire precisie voor VRO

Achtergrond Omgevingswetgeving Beleidsnota’s Landelijk gebied Woningbouw

Foto: Martijn Beekman
Auteur Marko Faas

23 februari 2026 om 10:30, Leestijd ca. 4 minuten


Van luitenant-generaal tot minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: Elanor Boekholt-O’Sullivan brengt bestuurlijke ervaring, ruimtelijke kennis en een uitgesproken visie op leiderschap mee. Binnen Defensie was zij verantwoordelijk voor omvangrijke ruimteclaims en complexe participatietrajecten. Nu wacht haar een andere opgave: jaarlijks 100.000 woningen realiseren, met oog voor leefomgeving en draagvlak.

Foto: Martijn Beekman

Elanor O’Sullivan werd in 1976 geboren in Ierland. Zij is getrouwd en heeft kinderen. In 2022 werd zij de eerste vrouwelijke driesterrengeneraal binnen Defensie. In die hoedanigheid vervulde zij meerdere topfuncties: in Afghanistan verantwoordelijk voor de civiele luchtvaart, commandant van de vliegbasis Eindhoven, commandant van het Defensie Cybercommando en plaatsvervangend commandant Luchtstrijdkrachten. Daarnaast werd zij squadroncommandant van het leiderschapsinstituut van Defensie. 

Als luitenant-generaal gaf zij leiding aan het programma ‘Ruimte voor Defensie’, waarin de ruimtelijke behoeften van de krijgsmacht zijn uitgewerkt. Die ervaring geldt als directe opmaat naar haar beoogde ministerschap. Volgens partijgenoot en aankomend minister-president Rob Jetten komt het bij de enorme bouwopgaven voor Nederland goed van pas dat zij ‘met militaire precisie grote knopen kan doorhakken’. 

Het telefoontje van Jetten was voor haar een ‘grote verrassing’, maar niet onlogisch. ‘Het is het enige departement waar ik “ja” tegen zou hebben gezegd’, aldus Boekholt-O’Sullivan. 

Ruimteclaims 

Op woongebied moet ze zich flink inwerken, maar op het gebied van Ruimtelijke Ordening heeft ze haar strepen wel verdiend. Binnen Defensie was dat een substantieel onderdeel van haar portefeuille. Op LinkedIn schreef zij: ‘Ruimtelijke ordening, fysieke leefomgeving, natuur en vastgoed vormen al jaren een groot onderdeel van mijn takenpakket bij Defensie. Het gaat daarbij vaak om ingewikkelde vraagstukken met soms ook grote gevolgen voor de samenleving. Vooral als keuzes direct gevolgen hebben voor mensen in hun directe leefomgeving. Ik heb altijd geprobeerd om in die wereld vol dilemma’s vanuit mijn verantwoordelijkheid bij te dragen aan oplossingen waar de samenleving uiteindelijk beter van wordt.’ 

Het is het enige departement waar ik “ja” tegen zou hebben gezegd

In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) werd de minimale ruimtebehoefte van Defensie vastgelegd. Het ging om nieuwe oefenruimte op land, water en in de lucht, concentratie van eenheden in het midden van het land en de bouw van een grote nieuwe kazerne. Dat leidde tot 2.248 zienswijzen, vooral over geluidshinder en locatiekeuze in Noord-Brabant en Gelderland. 

In een interview in ROmagazine (juni 2024) benadrukte zij het belang van bestuurlijke zorgvuldigheid: ‘Het zou heel ongepast zijn om dat wat wij vragen vanzelfsprekend te vinden.’ En ook: ‘We hebben rekening te houden met legitieme zorgen en belangen van mensen.’ Daarmee positioneerde zij Defensie nadrukkelijk als één van de ruimtevragers in een schaars land, niet als vanzelfsprekende prioriteit. 

Die houding – erkenning van schaarste, respect voor procedures en transparantie in afwegingen – vormt een inhoudelijke basis voor haar nieuwe rol, waarin woningbouw, natuur, economie en infrastructuur elkaar raken. 

Leiderschap 

Boekholt-O’Sullivan staat bekend als een leider die reflectie en menselijkheid combineert met besluitvaardigheid. In 2025 verscheen haar boek Gewapend met gevoel, waarin zij schrijft over leiderschap, verandering en empathie binnen hiërarchische organisaties. 

In de podcast Scherpschutters zei zij over leiderschapsontwikkeling: ‘We hebben met heel veel mensen eindeloos gesproken om vast te stellen: wat hebben mensen nou eigenlijk nodig als ze gaan leidinggeven?’ En: ‘Als iemand een leidinggevende wordt, ga er gewoon eens mee zitten, zoals wij nu zitten. Heb gewoon eens het gesprek over: hoe kijk je naar leidinggeven? Heb je wel eens leiding ontvangen? Wat vond je daarin plezierig? Wat vond je daarin onplezierig? Wat vind je dat er nodig is?’ 

Die nadruk op gesprek en zelfreflectie contrasteert met het stereotype beeld van militair leiderschap. Tegelijkertijd blijkt uit haar loopbaan een vermogen om in complexe omgevingen richting te geven en keuzes te maken. 

Voor haar inzet voor vrouwen binnen Defensie en daarbuiten ontving zij de Aletta Jacobsprijs. Zij profileert zich als pleitbezorger van gelijke kansen en een inclusieve bestuurscultuur. 

Woningbouwopgave 

Als beoogd minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening verschuift haar focus van kazernes en oefenterreinen naar woningbouwlocaties. De opgave: circa 100.000 woningen per jaar realiseren. ‘We gaan op zoek naar grote interventies, die leiden tot veel huizen’, zei zij na afloop van haar gesprek met de formateur. Waar mogelijk moeten wonen en werken gecombineerd worden. Volgens haar is er ‘nog ruimte genoeg in Nederland’ om dat te doen. 

De transitie van militaire ruimteclaim naar civiele woningbouwopgave vraagt om andere accenten, maar vergelijkbare afwegingsmechanismen: concentratie versus spreiding, nationale belangen versus lokale impact, snelheid versus zorgvuldigheid. Haar eerdere ervaring met interdepartementale afstemming op DG-niveau en participatietrajecten kan daarbij richtinggevend zijn. 

Binnen D66 zet zij zich volgens de partij in voor het realiseren van ‘een eigen thuis voor iedereen’. Daarmee verbindt zij haar bestuurlijke ervaring aan een expliciet politiek doel: volkshuisvesting als randvoorwaarde voor bestaanszekerheid en maatschappelijke stabiliteit. 

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord