Kan Jaimi van Essen de stikstofknoop ontwarren?

Landelijk gebied

Jaimi van Essen

Foto: Martijn Beekman
Auteur Marcel Bayer

23 februari 2026 om 11:28, Leestijd ca. 6 minuten


Na een periode van politieke stilstand staat de nieuwe minister van Landbouw voor een opdracht die juridisch onontkoombaar én politiek explosief is: de stikstofcrisis oplossen zonder het platteland verder te splijten. De vraag is niet alleen of hij wil, maar of hij kán.

Jaimi van Essen

Foto: Martijn Beekman

Toen zijn voorganger van BBB het roer overnam, werd de toon direct verlegd: minder dwang, meer perspectief voor de boer, en vooral afstand van de ‘Haagse stikstofboekhouding’. De harde reductiedoelen uit eerdere kabinetsperiodes verdwenen naar de achtergrond. Gedwongen uitkoop werd taboe. De kritische depositiewaarde (KDW) – jarenlang het ijkpunt van beleid – werd politiek verdacht verklaard.

Het resultaat: opluchting bij een deel van de agrarische sector, maar stilstand in de agrarische gebiedsontwikkeling, die zo dringend nodig is om de schadelijke effecten van de intensieve landbouw, veeteelt en tuinbouw terug te dringen, en om te werken aan het herstel van de natuur en de leefkwaliteit in het landelijk gebied.

De vergunningverlening bleef kwetsbaar, de Raad van State onverbiddelijk, provincies en gemeenten bleven worstelen met gebiedsprocessen. De juridische werkelijkheid veranderde immers niet mee met de politieke retoriek.

Verbinder

Nu ligt het dossier op het bureau van Jaimi van Essen, als minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Hij is zonder twijfel een rijzende ster aan het politieke firmament en binnen D66 een van de talentvolste bestuurders. Hoewel politiek gezien nog jong (35) heeft hij al enige ervaring als lokaal bestuurder.

Na zijn studie politicologie in Nijmegen en na vijf jaar als gemeenteraadslid in Losser werd Van Essen daar op zijn 22ste wethouder van onder meer milieu, duurzaamheid, vastgoed en participatie. Vijf jaar later, in 2024, stapte hij over naar het gemeentebestuur van Deventer en werd daar opnieuw wethouder van milieu en duurzaamheid. Daarnaast kreeg hij onder meer energie, economie en de binnenstad in zijn portefeuille.

Voormalige collega’s - raadsleden en bestuurders - roemen zijn gedrevenheid, ambitie en werklust. Een echte dossiervreter is het, die zich vastbijt in de materie. Maar ook een politicus met compassie en die wars is van polarisatie. Tegen regionale omroep RTV Oost liet hij weten van het verbinden te zijn: ‘Ik hou er helemaal niet van om mijn ideologie of mijn visie op iemand te projecteren. Je hebt met elkaar een stip op de horizon gezet. De focus moet liggen op hoe je samen resultaten kan bereiken.’

Ik hou er helemaal niet van om mijn ideologie of mijn visie op iemand te projecteren. Je hebt met elkaar een stip op de horizon gezet. De focus moet liggen op hoe je samen resultaten kan bereiken.

Die kwaliteiten zal hij zeker nodig hebben bij de aanpak van de immense uitdagingen die er liggen voor de agrarische sector en in het landelijke gebied.

De ruimte om te manoeuvreren is kleiner dan het coalitieakkoord doet vermoeden.

Stikstoffonds terug

Het regeerakkoord van D66, VVD en CDA markeert een duidelijke koerswijziging in het stikstof- en natuurbeleid. Kabinet-Jetten kiest expliciet voor het doorbreken van het ‘stikstofslot’ via juridisch afdwingbare reductiedoelen, een herstel van rijksregie en een combinatie van generieke en gebiedsgerichte maatregelen.

Centraal staat het vastleggen van stikstofreductiedoelen per sector in de wet voor 2035, met een tussendoel in 2030. Voor de landbouw betekent dit een reductie van 42– 46 procent ammoniak vergeleken met 2019. Het kabinet koppelt hier expliciet handhavingsmechanismen aan: als doelen niet worden gehaald, volgen aanvullende maatregelen. Dier- en fosfaatrechten worden juridisch verstevigd en uitgebreid, met afroming bij bedrijfsoverdracht buiten de familie. Ook moet de overheid kunnen korten op die rechten mocht beleid niet tot het gewenste resultaat leiden.

Daarnaast wordt een grondgebondenheidsnorm, zeg maar een minimum aan grasland per dier, ingevoerd om tot een gesloten voer-mestkringloop te komen.

Net als het vorige kabinet wil deze coalitie de kritische depositiewaarde (KDW) als richtlijn voor het bepalen van wat de natuur kan dragen, vervangen door een juridisch houdbaar alternatief, gebaseerd op emissiereductie en de feitelijke staat van de natuur. 

Naast generieke reductie zet het kabinet zwaar in op een gebiedsgerichte stikstofaanpak rond kwetsbare Natura 2000-gebieden. Rond deze gebieden komt zonering, met oplopende reductie-eisen dichter bij de natuur. De inzet loopt via gebiedsgerichte programma’s, vrijwillige beëindigingsregelingen, innovatie en grondbeleid, met een centrale rol voor provincies. 

Voor de financiering van dit gebiedsgerichte beleid wordt het Stikstoffonds, waar het vorige kabinet een streep door haalde, hersteld en verlengd tot 2035. Hoeveel geld er in dit potje komt te zitten, is nog niet helemaal duidelijk, maar kabinet-Rutte IV had hier 20 miljard euro voor gereserveerd. Er is dus hoe dan ook serieus geld waarmee de nieuwe landbouwminister aan de slag kan om partijen bij elkaar te krijgen.

Smalle marges

Dat geld en zijn toegeschreven kwaliteiten als verbinder zal Van Essen hard nodig hebben om alle betrokken partijen, de boeren voorop, over de streep te trekken. Vrijwillige medewerking blijft het uitgangspunt. Het kabinet zet zwaar in op technologische ontwikkeling, van sensoren en robotisering tot groen gas en alternatieve eiwitten. Daar zal de minister de sector – van de veevoer- en zuivelindustrie tot de boeren zelf – aan zijn zijde vinden.

De grote vraag blijft of dat voldoende zal zijn voor feitelijk natuurherstel en de broodnodige ruimte zal opleveren om andere sectoren, zoals woningbouw en allerhande bedrijvigheid, van het stikstofslot te halen. Zoals de Engelsen al langer weten: the proof of the pudding is in the eating.

Wat niet verandert, is de internationale (lees: Europese) regelgeving – in het bijzonder de Habitatrichtlijn – en de consequent strenge houding van de Raad van State, die al menige truc van vorige bewindslieden naar het rijk der fabelen heeft verwezen. Eerdere ervaringen met innovatieve stalsystemen hebben geleerd dat theoretische reducties in de praktijk vaak tegenvallen. Dus: geen geitenpaadjes meer, gewoon concreet laten zien dat de natuur niet verder verslechtert en zelfs verbetert.

Geen geitenpaadjes meer, gewoon concreet laten zien dat de natuur niet verder verslechtert en zelfs verbetert.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kwam vorige week met een ontnuchterende conclusie: goed dat de coalitie weer een grote stap zet in de richting van het behalen van de stikstofdoelen, maar die zijn een stuk minder ambitieus dan die van kabinet-Rutte IV. Bovendien is het uiterst dubieus of kabinet-Jetten haar eigen doelen haalt.

Het PBL komt uit op een vermindering van de stikstofemissies in 2035 met 30 tot 42 procent. Voor de record: in de wet staat nog steeds dat de landelijke stikstofuitstoot in 2035 met minimaal 60 procent moet zijn gedaald. Daar zijn natuur en de biodiversiteit het meest bij gebaat.

De echte vraag

Voor de ruimtelijke ordening betekent dit akkoord een duidelijke verstrengeling van stikstofbeleid en gebiedsontwikkeling. Met wettelijk verankerde doelen, zonering rond natuurgebieden en rijksregie op grond en rechten, wordt het landelijk gebied nadrukkelijker een sturingsruimte van nationaal belang. Tegelijkertijd blijft de uitvoering sterk leunen op provincies en gebiedsprocessen, waarmee de spanning tussen nationale doelen en regionale afwegingen opnieuw scherp wordt gezet.

Zonder stikstofruimte blijven woningbouwprojecten, infrastructuur en energietransitie vertraagd of juridisch kwetsbaar. De bouwsector, provincies en gemeenten wachten op duidelijkheid.

De nieuwe Ontwerp-Nota Ruimte vraagt om integrale keuzes over water, bodem, natuur en landbouw. Maar zolang stikstofreductie niet concreet wordt ingevuld, blijft die ruimtelijke visie deels theoretisch. En daarmee blijft ook de ruimtelijke ontwikkeling van het land gegijzeld door een dossier dat al vijf jaar politiek ontbrandt, maar nog altijd geen definitieve ontknoping kent.

De vraag is niet of Jaimi van Essen de stikstofcrisis wíl oplossen. De vraag is of hij bereid is de juridische en ruimtelijke consequenties van die oplossing onder ogen te zien.

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord