Ze helpen mij bij het halen van klimaatdoelen, biodiversiteitsherstel, verbetering van de leefbaarheid en waterkwaliteit, maar lopen aan tegen blokkades in regelgeving en governance. Van gebiedscoöperaties, zoals Het Binnenveld, Buijtenland van Rhoon tot energiecoöperaties en talloze andere initiatieven.
Ik wil graag twee argumenten weerleggen die je vaak hoort:
- “Maatschappelijke en duurzame doelen kost te veel geld.” Dat is niet alleen moreel, maar ook economisch volstrekt onhoudbaar. Werken aan maatschappelijke en duurzame doelen is op lange termijn juist goedkoper. Oxford Economics toont aan dat in 2050 bij 2,2% opwarming van de aarde de economische output met 20% is verminderd. Bij nog meer opwarming kan de economie zelfs instorten. Omdat dan schade aan infrastructuur ontstaat, verlies aan landbouwopbrengsten, migratiestromen, gezondheidsschade. plaats vinden. Het rare is dat wanneer financiële middelen schaars lijken of bedrijven duurzame prestaties niet meer rendabel kunnen maken, we maatschappelijke en duurzame doelen gaan afzwakken zoals stikstof en klimaatdoelen. Terwijl dat juist meer kost op lange termijn.
- “We hebben nu eenmaal regelgeving, waardoor duurzame bewonersinitiatieven niet zomaar kunnen worden toegelaten”. In de praktijk zie je wat anders. Er worden jaarlijks honderden initiatieven door bewoners gestart en gerealiseerd met grote impact op de fysieke en sociale leefomgeving. Ja, zij lopen tegen regelgeving aan, maar zijn volhardend en krijgen uiteindelijk veel voor elkaar. Deze mythe is zeker vanuit de Omgevingswet onhoudbaar. Het denken en doen van deze wet is hierin helder en hoopvol: ruimte geven aan private initiatieven die bijdragen aan een duurzame en gezonde leefomgeving. Ruimte die kan worden geregeld via ‘Right to Challenge’ en ‘Right to Bid’ en al door tientallen bewonersinitiatieven is benut. Dat is geen bonus maar het basisdenken van deze wet.
Maatschappelijke doelen zijn niet van de overheid alleen en de overheid kan ze ook niet zonder anderen realiseren. Ze zijn van iedereen die hier woont, werkt en onderneemt. En daarvoor is het nodig om de krachten te bundelen.
Daarom pleit ik voor ‘follow the maatschappelijke doelen’ in plaats van ‘follow the money’ als we bestuurlijke en ruimtelijke keuzes maken.
Dat betekent een nieuw opdrachtgeverschap waarin burgers, bedrijven en decentrale overheden samen opdrachtgever zijn van duurzame gebiedsontwikkelingen. Zij bepalen gezamenlijk de kaders zodat: bedrijven en bewonersinitiatieven aan de voorkant de ruimte krijgen die de Omgevingswet bedoelt, maar ook gefaciliteerd worden om hun duurzame bijdrage te verwezenlijken en decentrale overheden sturen op duurzame doelen en partner zijn hoe om te gaan met soms onuitvoerbare regelgeving die op hun bord komt. Dit type denken en doen biedt handelingsperspectief bij bewoners, bedrijven en organisaties betrokken bij een gebied. En eigenaarschap om sneller klimaatdoelen, biodiversiteitsherstel, verbetering van de leefbaarheid, waterkwaliteit et cetera te halen.
Bewonersinitiatieven hebben geen ‘money’, maar ze besparen op lange termijn wèl ‘money’. Lukt het ons, ook de adviesbureaus, om ‘follow the money’ te transformeren naar ‘follow the maatschappelijke doelen’? Het is de enige route naar een betaalbare gezonde leefomgeving.


