...
De energietransitie is geen abstract klimaatverhaal meer. Ze is zichtbaar in straten en wijken, in transformatorhuisjes en bouwkranen, in raadsvoorstellen over warmtebedrijven. Tijdens het Nationaal Verkiezingsgesprek Energie, mede georganiseerd door de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), maandagavond 2 maart in het stadhuis van Eindhoven spreken vijf wethouders openhartig over hun rol in die transitie. Niet als campagnevoerders, maar als bestuurders die dagelijks knopen moeten doorhakken.
De vijf wethouders van Nijmegen, Delft, Oostzaan, Veenendaal en Eindhoven laten zien dat de wil er is. De vraag die boven de markt blijft hangen: krijgt die lokale regie ook de structurele rijkssteun die nodig is om tempo te maken richting 2050? De energietransitie wordt immers in wijken gemaakt, terwijl de randvoorwaarden nationaal worden bepaald.
Warmte als publieke infrastructuur
Het gesprek vindt plaats in een jaren 60-gebouw, waar nog niet zo lang geleden de wind als het ware doorheen blies, vertelt wethouder Rik Thijs (GroenLinks/PvdA). Dit karakteristieke bouwwerk is recent verduurzaamd, van energielabel G naar A++: gasloos, met zonnepanelen voor stroom en warmte, en een groen dak. ‘Besparen is de eerste stap die je moet zetten. Daarna moet je kijken hoe je de rest oplost.’ Aldus de wethouder die hiermee vooral wil laten zien dat ook bestaande bouw ingrijpend is aan te pakken en je als gemeente het voorbeeld kunt geven.
‘Pak bij de warmtetransitie je publieke rol om te zorgen dat die inclusief en betaalbaar blijft’
Een noodzakelijke vervolgstap is de toekomstige duurzame warmtevoorziening. Verschillende gemeenten hebben daarvoor een warmtebedrijf opgericht, of denken erover dat te doen. Eindhoven richtte al eerder een publiek energiebedrijf op, volledig in handen van de gemeente. ‘Die energietransitie is zo enorm,’ aldus Thijs, ‘dat je daar een publieke rol moet pakken om te zorgen dat die inclusief en betaalbaar blijft. Marktpartijen pakken vooral de projecten die renderen. Als overheid moet je voorkomen dat oude wijken straks niet worden opgepakt.’
De keuze voor publieke regie is geen ideologische reflex, maar een praktische afweging, benadrukt de Eindhovense wethouder: ‘Ik zie het ook als een voorinvestering. De energietransitie gaat geld kosten. De vraag is: waar leggen we de rekening neer?’ Eindhoven investeert vooruit, ook als het Rijk nog niet volledig over de brug is gekomen. ‘Waar het nog mist, stellen wij lokaal voor om bij te plussen. We hebben simpelweg de tijd niet om te wachten.’

Verduurzaming sociale woningen in Middelburg. Foto Veugerstock-iStock
Schaal als voorwaarde
In Nijmegen koos men eveneens voor een publiek warmtebedrijf. De ambitie: uiteindelijk 13.000 woningen aansluiten. Wethouder Tobias van Elferen (D66) benadrukt het belang van schaal: ‘Hoe groter je het maakt, hoe beter je bestand bent tegen tegenvallers. Als we het niet kunnen opschalen, blijven het kleine bedrijven met bijbehorende risico’s.’
‘Hoe groter je het maakt, hoe beter je bestand bent tegen tegenvallers’
Nijmegen maakt gebruik van restwarmte uit afvalverbranding, maar kijkt nadrukkelijk verder. ‘Het gaat niet alleen om onrendabele stukjes wijk aansluiten, maar ook om zicht houden op duurzame bronnen. Voor een privaat bedrijf is dat minder interessant. Wij doen het niet voor het geld, maar voor duurzaamheid.’
Veenendaal heeft in de gemeente een eigen warmtenet via het energiebedrijf DEVO (Duurzame Energie Veenendaal Oost). Dit bedrijf ontstond oorspronkelijk als een publiek-private samenwerking bij de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk, maar is nu 100 procent gemeentelijk eigendom. Wethouder Marco Verloop (SGP) vertelt dat de gemeente kijkt naar duurzame warmtebronnen als geothermie: ‘We zijn bezig met een proefboring op de grens tussen Ede en Veenendaal. Dat lijkt veelbelovend.’
Ook Delft zet in op geothermie. Recent stroomde de eerste warmte uit een nieuwe aardwarmtebron naar een blok woningen. ‘Het was toevallig een heel zonnige dag,’ glimlacht wethouder Maaike Zwart (Studenten Techniek in Politiek/STIP). De ambitie is groot in Delft: 15.000 huishoudens aansluiten. Geothermie heeft volgens haar een belangrijk voordeel: ‘Het is een hoge temperatuurbron, wat betekent dat je ook relatief slecht geïsoleerde woningen kunt aansluiten. In een stad met veel oudere gebouwen is dat echt een uitkomst.’
Over veiligheid en met name het risico van grondverzakkingen is in Delft uitgebreid gedebatteerd. ‘Dit is by far het best gemeten project in de wijde omgeving,’ durft Zwart te stellen. ‘Alles wat hier gebeurt, elk miniem trillinkje, dat meten we.’
Subsidie onontbeerlijk
Om collectieve warmte betaalbaar te houden is publieke zeggenschap een voorwaarde, zoals de komende Wet collectieve warmte (Wcw) dat regelt. De parallel met eerdere publieke infrastructuur dringt zich op. Wethouder Thijs trekt die expliciet: ‘We moeten naar warmte kijken zoals naar riolering. Niemand vraagt of een rioolbuis rendabel is. Dat betalen we collectief. Maar bij warmte rekenen we nog te veel individueel.’
Over de financiële randvoorwaarden zijn de wethouders het roerend eens. Zwart verwoordt het als volgt: ‘Zonder subsidie komen warmtenetten niet uit. Warmte wordt niet betaalbaar voor inwoners zonder rijkssteun.’ Haar conclusie is scherp: ‘De urgentie is hoog, maar er moet ook financieel geleverd worden.’
Waar grote steden inzetten op warmtenetten, ligt dat in een kleine gemeente als Oostzaan anders. De lintbebouwing maakt een collectief systeem vrijwel onhaalbaar. ‘Gezien de typologie van onze gemeente is een collectieve optie eigenlijk geen reële optie,’ zegt wethouder Stijn Nijssen. ‘Het zal altijd gaan over individuele elektrische oplossingen.’ Daarmee verschuift het accent in het gesprek naar warmtepompen en netcapaciteit – en dus naar netcongestie.
Netcongestie als grootste frustratie
Een van de grootste zorgen van gemeenten is netcongestie. Volgens Maaike Zwart is dat momenteel het grootste obstakel voor de energietransitie. ‘Het nieuws wordt alleen maar negatiever,’ zegt ze. ‘Ondernemers kunnen niet uitbreiden of elektrificeren, en straks moeten we misschien inwoners uitleggen dat ze op een wachtlijst komen voor een warmtepomp. Wat is dat voor boodschap?’ Ze vindt bovendien dat gemeenten te vaak het slechte nieuws moeten brengen over besluiten waar ze zelf weinig invloed op hebben. ‘We communiceren namens landelijke regels, terwijl die keuzes elders worden gemaakt. Dat is een verkeerde rolverdeling.’
‘Gemeenten moeten te vaak het slechte nieuws brengen over besluiten waar ze zelf weinig invloed op hebben’
In de regio van Veenendaal dreigt een aansluitstop van netbeheerder TenneT. ‘Als die aansluitstop doorgaat,’ zegt Verloop, ‘krijg je geen enkele nieuwe aansluiting meer. Punt.’ Klagen is geen optie, vindt hij. ‘Dan kun je jezelf beklagen. Of je kunt aan de slag gaan. Wij kiezen voor het laatste.’ Veenendaal onderzoekt welke projecten gevaar lopen en stimuleert slim gebruik van elektriciteit. ‘De netbelasting vindt plaats op piekmomenten. Een groot deel van de tijd is het net niet overbelast. Als je gebruik uitsmeert, kun je met hetzelfde net veel meer doen.’

Trafohuisjes in Ropta, Friesland. Foto VeugerStock-iStock.com
Optimalisatie en harde keuzes
Daarnaast probeert Veenendaal energieproductie en -gebruik dichter bij elkaar te brengen. Dat doet ze onder meer met de plaatselijke ondernemerskring, ‘een heel actieve club’, die we gericht proberen te ondersteunen bij de verduurzaming en slimme netoplossingen. Dat doet ze ook samen met andere gemeenten in het samenwerkingsverband Energieweb. ‘Het uitgangspunt is dat we de duurzame energie die in de regio wordt opgewekt ook in die regio gebruiken,’ zegt de wethouder. ‘Dus eigenlijk: local for local.’
Volgens Verloop helpt dat niet alleen bij het vergroten van duurzame opwek, maar ook bij het verminderen van netcongestie. Bovendien wordt er binnen het samenwerkingsverband gewerkt met een innovatiefonds om nieuwe oplossingen te stimuleren.
‘Een warmtepomp kan voor een individu de logische oplossing zijn, maar maatschappelijk gezien is het een hele dure’
Lokale optimalisatie kan helpen, maar de structurele oplossing ligt bij grootschalige investeringen in het hoogspanningsnet – en dus bij het Rijk en netbeheerders als Liander en TenneT. Wel moeten gemeenten vanuit hun warmtevisie duidelijk kiezen waar ze gaan voor een collectieve en waar voor individuele energievoorziening. Daar zit voortdurend spanning op, aldus de Eindhovense wethouder Thijs: ‘Een warmtepomp kan voor een individu de logische oplossing zijn,’ zegt Thijs, ‘maar maatschappelijk gezien wel een hele dure. Als iedereen dat doet, moeten we het elektriciteitsnet enorm verzwaren. Die kosten dragen we met z’n allen.’
Zijn Nijmeegse collega Van Elferen wijst op de gemeentelijke warmtevisies: ‘Die bepalen per wijk wat collectief wordt opgelost en wat individueel. Die duidelijkheid is nu cruciaal. Het beslismoment nadert – voor gemeenten én inwoners.’ Hij noemt de woningcorporaties cruciaal voor snelle opschaling. ‘Als het bij de corporaties stilvalt, houdt het snel op,’ zegt Van Elferen. ‘Dan ben je afhankelijk van elke individuele inwoner – en dat duurt vele malen langer. Maar corporaties zijn afhankelijk van rijksregelingen en subsidies. Valt die steun weg, dan stokt ook de warmtetransitie in de wijken.’
Begin bij de leefwereld van bewoners
De planning en inpassing van energieinfrastructuur is voor de gemeente een van de grote hoofdpijndossiers. Eindhovens wethouder Rik Thijs schetst de omvang van de uitbreiding van het elektriciteitsnet: ‘We moeten tien hoogspanningsstations uitbreiden, vijf nieuwe bouwen, 120 middenspanningsstations realiseren en vierduizend laagspanningsstations plaatsen.’ De fysieke impact op de leefomgeving is groot, en dat leidt regelmatig tot weerstand bij bewoners.
‘Nu brengen we energieproductie en transport veel meer in het zicht van mensen’
‘Onder het fossiele energiesysteem was alles onzichtbaar,’ vult Tobias van Elferen aan. ‘Gas zat in leidingen onder de grond. Nu brengen we energieproductie en transport veel meer in het zicht van mensen. Dat vraagt om een heel nieuwe manier van besturen en communiceren met bewoners.’ Hij vertelt over een bewonersavond over een warmtenet die hem een belangrijke les opleverde. ‘We hadden allerlei technische uitleg voorbereid over warmtepompen en leidingen,’ zegt hij. ‘Maar waar stonden de meeste mensen? Bij het standje waar ze uitleg kregen over hun nieuwe pannenset.’ Zijn conclusie: bewoners willen vooral weten wat de veranderingen concreet betekenen voor hun dagelijks leven. ‘Vertrek vanuit het perspectief van mensen,’ zegt hij.
En spreek de taal van de mensen, benadrukt Rik Thijs. ‘Een vrouw vertelde mij dat onze brief over aardgasvrij haar volledig verlamde,’ zegt hij. ‘De woorden die wij gebruiken sluiten soms totaal niet aan bij hoe mensen er zelf in zitten.’
Samenwerking tussen gemeenten is een belangrijke bron van kennis en inspiratie, geven de wethouders aan. Zo nam Oostzaan een initiatief uit Amsterdam over waarbij bewoners met een warmtescanner kunnen zien waar hun huis warmte verliest. ‘Fenomenaal,’ zegt Stijn Nijssen. ‘Mensen hebben geen idee waar de warmte weglekt. En na zo’n scan willen ze vaak meteen verder met verduurzamen.’
Volgens Van Elferen is kennisdeling tussen gemeenten opvallend sterk. ‘Op het gebied van duurzaamheid delen gemeenten ontzettend veel met elkaar,’ zegt hij. ‘Dat is iets waar we trots op mogen zijn.’
‘Als onze belangrijkste partner in de energietransitie geen extra middelen beschikbaar stelt, moeten we ons afvragen of het klimaatakkoord nog wel overeind staat.’
Oproep aan het Rijk
Aan het einde van het gesprek klinkt een duidelijke boodschap richting Den Haag. Gemeenten vinden dat ze een cruciale rol spelen, maar onvoldoende middelen krijgen. Volgens Rik Thijs is er een structureel tekort aan financiële ondersteuning.
‘Er liggen meerdere onafhankelijke adviezen die zeggen dat er honderden miljoenen extra nodig zijn voor gemeenten,’ zegt hij. ‘Maar er komt geen euro bij. Dan kun je wel opschrijven dat we klimaatdoelen halen, maar zonder middelen lukt dat niet.’ Zijn conclusie is scherp: ‘Als onze belangrijkste partner in de energietransitie geen extra middelen beschikbaar stelt, moeten we ons afvragen of het klimaatakkoord nog wel overeind staat.’ Een collega geeft de urgentie hiervan aan: ‘Als we niet oppassen, hebben we straks alle vergunningen rond – maar is het licht al uit.’
