Ammoniakleiding vanaf Zeeland vraagt nieuwe ruimtelijke keuzes

Energietransitie Infrastructuur en mobiliteit

Haven van Vlissingen

De haven van Vlissingen. Foto: Joop Hoek / iStock.com
Auteur ROmagazine.nl

09 maart 2026 om 13:29, Leestijd ca. 3 minuten


Zeeland en North Sea Port onderzoeken opnieuw de aanleg van een ammoniakleiding van Vlissingen en Terneuzen naar België en verder richting Duitsland. Een eerste haalbaarheidsstudie lag er al, maar door nieuw beleid, aangepaste volumes en strengere veiligheidsinzichten was een tweede studie nodig. De pijpleiding is volgens de onderzoekers haalbaar en op langere termijn goedkoper dan transport via water of rails.

Aanleiding voor het onderzoek is volgens een brief van de Zeeuwse Gedeputeerde Staten de verwachting dat vanwege de energie- en grondstoffentransitie veel import van ammoniak in het Zeeuwse havengebied zal plaatsvinden. Meerdere bedrijven hebben plannen om ammoniak te importeren en op te slaan in Vlissingen en Terneuzen om het vervolgens te vervoeren naar het Duitse achterland, met name het Ruhrgebied, voor verwerking in de industrie.

De studie uit 2025 vergelijkt drie vervoersvormen: spoor, binnenvaart en pijpleiding. Volgens de onderzoekers van WSP is vervoer per spoor bij kleinere volumes het goedkoopst, terwijl binnenvaart bij middelgrote volumes vaak efficiënter is. Bij grotere volumes komt een pijpleiding op langere termijn als voordeligste optie uit de analyse. Voor spoorvervoer en vervoer via de binnenvaart zijn er obstakels op de route, aldus WSP, waardoor grote volumes ammoniak waarschijnlijk niet of slecht haalbaar zijn.

Voor zo'n nieuwe pijpleiding heeft het bureau meerdere routes onderzocht. Volgens de onderzoekers volgt de voorkeursroute vanuit Vlissingen de Structuurvisie Buisleidingen-corridor door Noord-Brabant en gaat daarna via de A12 naar het overdrachtspunt. Vanuit Terneuzen zijn twee opties beoordeeld: één via België en één via Zeeland, met daarna een verbinding richting Antwerpen en verder naar Duitsland.

De voorgestelde route via Zeeland kan lopen via Terneuzen, door Sluiskil en dan de grens over bij Zelzate, of langer door Nederland en dan de grens over bij het Verdronken Land van Saeftinghe. Een andere route loopt via Vlissingen via Ossendrecht naar Antwerpen. Volgens WSP gaat het bij de routes door Nederland om enkele woningen die in de weg liggen. Bij de route van Terneuzen via Zelzate en Gent naar Antwerpen gaat het om duizenden huizen.

Alle routes volgen de Structuurvisie Buisleidingen (SvB)-corridors en zijn gericht op aansluiting bij de veronderstelde toekomstige pijpleiding Antwerpen-Ruhr nabij de snelwegen A12/R2. 'De pijpleidinginfrastructuur voor ammoniak wordt beoordeeld als technisch haalbaar, zonder grote belemmeringen voor de aanleg van de NSP-Antwerpenpijpleiding met gangbare methoden zoals open ontgraving en horizontaal gestuurd
boringen', schrijven de onderzoekers.

In de brief aan Provinciale Staten dat er nog geen keus is gemaakt. Eerst moet een partij worden gevonden die bereid is te investeren in het bouwen en exploiteren van een dergelijke leiding. 'Daarnaast zal een ammoniakleiding ruimtelijk moeten worden ingepast.'

Alternatieve routes nodig

Het is niet het eerste onderzoek naar het vervoer van ammoniak naar Duitsland. Een uitgebreide studie vond al in 2024 plaats. Die was gericht op een ammoniakpijpleiding van Vlissingen naar Moerdijk als aansluiting op de Delta Rhine Corridor. In de studie uit 2025 staat dat de Nederlandse overheid in december 2024 besloot de eerste fase van die corridor te beperken tot waterstof- en koolstofdioxidenleidingen. Daardoor moesten alternatieve routes voor ammoniak opnieuw in beeld worden gebracht. 

De tweede studie bouwt volgens de samenvatting voort op het eerdere onderzoek, maar werkt met andere uitgangspunten. Waar de studie uit 2024 keek naar een verbinding richting Moerdijk, richt de nieuwe studie zich op transport van Vlissingen en Terneuzen naar Antwerpen, als mogelijke schakel naar Duitsland via België.

Ook de volumescenario’s zijn aangepast. In de vergelijking tussen beide studies staat dat in 2024 nog werd gerekend met scenario’s van 3, 6 en 9 miljoen ton per jaar in 2040. In 2025 zijn dat 1,5, 3, 4,5 en 6 miljoen ton per jaar. In de brief staat dat is uitgegaan van lagere door te voeren volumes, onder meer vanwege plannen voor een ammoniakkraker.

Daarnaast zijn strengere veiligheidseisen meegenomen. De brief noemt dat expliciet als een van de redenen waarom het vervolgonderzoek andere uitkomsten en aannames kent. In de samenvatting staat dat voor pijpleidingen nu het kratermodel is toegepast, dat volgens de tekst inmiddels sterk wordt aanbevolen door het RIVM en tot grotere risicocontouren leidt dan eerdere modellen.

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord