Hoe politiek is ruimtelijke ordening?

'Wij maken de stad beter'

Gemeenteraadsverkiezingen 2026 Gebiedsontwikkeling Omgevingswetgeving

Auteur Jan-Willem Wesselink

09 maart 2026 om 15:00, Leestijd ca. 10 minuten


Ruimtelijke ordening is een politiek vak. Maar hoe links of rechts kan de stad eruitzien? In gesprek met klassiek linkse en rechtse bestuurders over de inrichting van hun stad. 'Je bouwt geen stad voor de komende vijf jaar. Je bouwt voor de toekomst.'

'Ik geef dit interview als VVD’er, niet als wethouder', zegt Carla Kranenborg-van Eerd aan het begin van het gesprek. 'Als Bredaas college spreken we met één mond, maar hier hebben we het juist over de verschillen tussen partijen. En als VVD’er heb ik een andere mening over de stad dan mijn medebestuurders van GroenLinks-PvdA of het CDA.'

En zo is het ook, we zoeken in dit artikel de verschillen tussen links en rechts in de ruimtelijke ordening. En die is er. 'Het is waar dat de politieke kleur van invloed is op de ruimtelijke ordening van de stad', beantwoordt Maarten Burggraaf (VVD-wethouder in Dordrecht) het interviewverzoek. Ook de linkerkant van het politieke spectrum wordt bevestigend geantwoord op de vraag of het uitmaakt wat je kiest. 'Het maakt uit wie je kiest. Als je op GroenLinks-PvdA stemt, mag je verwachten dat er voldoende sociaal gebouwd wordt, dat er ruimte wordt gemaakt voor groen en ontmoeten en fietsen en wandelen', stelt Sam Hoogenberg, Deventer’ PvdA-raadslid.

In Eindhoven is het niet anders. Rik Thijs, GroenLinks-wethouder in Eindhoven: 'Politieke kleur is overal zichtbaar in de stad. Het maakt uit wie er aan de knoppen zit. Wij kiezen voor een stad voor iedereen, niet alleen voor degenen die het zich kunnen permitteren.' Rosa van den Nieuwenhof, PvdA-raadslid in Eindhoven, is het met hem eens: 'Een VVD-wethouder zou misschien zeggen: "Auto’s horen er gewoon bij." Wij geloven dat je een stad kunt bouwen waar mensen centraal staan en waar openbaar vervoer, fietsen en lopen voorop staan.'

Het zijn de tegenstellingen in een notendop, want Carla Kranenborg-van Eerd is het eens met Van den Nieuwenhof: 'Breda is een stad waar we alle modaliteiten qua vervoer welkom heten en dus ook de auto. Dat zie je aan hoe bereikbaar we zijn en dat zie je ook in onze parkeertarieven.'

Verschil maak je in de visiefase

Maar de impact op de stad zit niet in lage parkeertarieven of ander groenbeheer, de echte keuzes worden gemaakt bij het opstellen van visies, zoals de omgevingsvisie. Volgens de wethouders en raadsleden wordt daar het verschil gemaakt. Voor de VVD’ers Kranenborg-van Eerd en Burggraaf is ruimte voor economie, bedrijventerreinen dus, bijvoorbeeld erg belangrijk. Kranenborg-van Eerd: 'Je bouwt geen stad voor de komende vijf jaar. Je bouwt voor de toekomst. In onze ruimtelijk-economische visie hebben we daarbij heel duidelijk vastgelegd dat er ruimte voor bedrijventerreinen moet zijn, waar die komen en hoe we die gaan ontwikkelen. Dat is een bewuste politieke keuze om economische groei te stimuleren.'

Burggraaf is het daarmee eens: ‘Wij maken dat ook heel concreet. Op dit moment herontwikkelen we bijvoorbeeld de Kalkhaven, die dichtbij de binnenstad ligt. Daar was het scheeps- en reparatiebedrijf Dolderman gevestigd en dat hebben we een nieuwe locatie aangeboden in de 2e Merwedehaven. We hebben samen met de provincie drie miljoen geïnvesteerd om de nieuwe plek weer een goede kade en bijbehorende faciliteiten te geven. Zo blijft de maritieme sector behouden voor Dordrecht.' Maar daar blijft het niet bij voor Burggraaf, want ook de Kalkhaven behoudt een maritiem karakter. ‘Het wordt geen haven met alleen maar woningen aan het water; er blijft ook ruimte voor bedrijvigheid, met ook het werkgeluid dat daarbij komt kijken voor de omwonenden. Dat hoort bij die plek en laat zien dat het in de stad ook gaat om werken.’

Thijs is het eens met de impact van keuzes in een vroeg stadium: 'Wat we nu vastleggen in onze omgevingsvisie werkt generaties lang door. Als je nu kiest voor groen, klimaat en sociale rechtvaardigheid, dan zie je dat terug in hoe de stad er over een generatie uitziet.' Dat wordt in Eindhoven concreet bij de keuze voor een tram- in plaats van een busverbinding. Van den Nieuwenhof: 'We hebben dat in ons verkiezingsprogramma staan. Dat heeft nu al allerlei ruimtelijke consequenties. Simpel voorbeeld: de hellingen moeten daar wel op beproefd zijn.'

Als we echt duurzamer willen zijn, moeten we daar vroegtijdig duidelijke keuzes in durven maken. 

Thijs vult haar aan: 'Als we echt duurzamer willen zijn, moeten we daar vroegtijdig duidelijke keuzes in durven maken. Dan kijk je niet alleen naar het type vervoer dat je nu hebt, maar doe je dat vanuit een visie. Dan denk je na over een vervoersbedrijf. En dan leg je een trambaan aan voor je een wijk ontwikkelt. Er zijn genoeg steden in Duitsland die ongeveer de grootte hebben van Eindhoven waar dat zo gebeurt.'

Hoogenberg denkt op dezelfde manier: 'In Deventer rijden er auto’s over de IJsselkade, de Welle. Volgens de deskundigen kan dat nu niet anders. Maar eigenlijk is het bizar. Je kunt je toch ook niet meer voorstellen dat er auto’s langs de Waalkade in Nijmegen rijden? Als jong raadslid krijg ik dan te horen dat het niet kan, dat het al is geprobeerd. Soms heb ik het idee dat het daarbij ontbreekt aan daadkracht. Dat zag je ook bij het autovrij maken van het Grote Kerkhof, midden in de stad. Dat was tot een jaar of tien geleden een parkeerplaats waar Deventenaren graag parkeerden. Dat kon volgens de deskundigen echt niet autoluw, want dan zou het een puinhoop worden in de stad. Maar het is nu autovrij en het probleem heeft zichzelf opgelost. Je moet het gewoon durven.'

En dat durven deed Thijs in Eindhoven: 'We richten De Demer nu opnieuw in, dat is onze hoofdwinkelstraat. In de eerste plannen stonden daar vier bomen ingetekend. Vier, terwijl wij het juist belangrijk vinden dat de stad groen wordt.' Volgens Thijs waren er nogal wat argumenten tegen vergroening: er was geen ruimte voor bezoekers, geen ruimte voor reclame, geen ruimte voor de hulpdiensten, geen ruimte voor de weekmarkt. 'We zijn met iedereen het gesprek aangegaan. En we zijn van vier naar vijftig bomen gegaan. Ik weet zeker dat dat niet was gebeurd als er een wethouder had gezeten die dacht: "mooi plan, we moeten vooral even niet te veel gedoe hebben." Maar dat was het waard, want de komende decennia staan die bomen er gewoon nog.'

Links stelt andere eisen

Zowel Dordrecht, Breda, Deventer als Eindhoven staan de komende jaren voor een stevige woningbouwopgave. Zo komen er bijvoorbeeld elfduizend nieuwe woningen bij in Deventer en veertigduizend in Eindhoven. Voor Dordrecht en Breda gelden vergelijkbare doelen. Hoe ze dat doen, verschilt van links tot rechts.

In Breda vindt de grote opgave plaats op ’t Zoet, een gebied zo groot als anderhalf keer de binnenstad van Breda. Volgens Kranenborg-van Eerd (VVD) zou ‘links’ daar een woonwijk van hebben gemaakt met veel ruimte voor sociale huur, terwijl er nu is gekozen voor een innovatief woon- en werkmilieu en stedelijke verdichting. ‘Ik hoop dat als ik daar over twintig jaar rondloop, ik het ecosysteem ervaar dat we er nu willen creëren. Dat er niet alleen mensen wonen, maar ook werken bij bijvoorbeeld gaming- of AI-bedrijven. Breda is de stad van toegepaste technologie en dat willen we daar laten zien. Het is mijn stellige overtuiging dat als de VVD niet in het college had gezeten, het aandeel wonen veel groter zou zijn en de culturele functie niet gekoppeld zou worden aan economische ontwikkeling.’

VVD’ers scheppen betere randvoorwaarden om gebiedsontwikkelingen met meer kwaliteit te krijgen dan linkse bestuurders

Burggraaf gaat nog een stap verder. VVD’ers scheppen betere randvoorwaarden om gebiedsontwikkelingen met meer kwaliteit te krijgen dan linkse bestuurders, is zijn overtuiging. Dat ziet hij terug in de ontwikkeling van het Maasterras, waar hij nauw bij betrokken is: 'Als er een linkse bestuurder had gezeten was het een opeenstapeling aan eisen geweest. Nog meer sociale huurwoningen, een waslijst aan natuurinclusieve eisen, enzovoort. Dat maakt de businesscase voor ontwikkelende partijen heel ingewikkeld en dan zou het Maasterras minder kwaliteit krijgen dan in de huidige plannen en dat is zonde voor zo’n mooie stad als Dordrecht.

Dat er als gevolg van die insteek minder ruimte is voor mensen die minder te besteden hebben, relativeert hij: 'Je kunt alleen wonen in huizen die ook ontwikkeld worden, niet in plannen die door stapeling van wensen vertragen of stranden.' En inderdaad, in het linkse Eindhoven worden andere keuzes gemaakt. 'Het gaat niet alleen over hoeveel woningen je bouwt. Maar ook voor wie bouw je de stad', aldus Van den Nieuwenhof.

'Wij willen de stad voor iedereen zijn. En als je dan alleen maar bouwt voor mensen met een dikke portemonnee, die zichzelf toch wel redden, dan vraag ik me af of de mbo'er, de docent, de politieagent, de wijkverpleegkundige, straks nog wel ook hun plekje in deze stad kunnen bemachtigen. Daar maak ik me zorgen over.'

En dat links niet gaat voor kwaliteit, Thijs is het er niet mee eens en vertelt over de Wielewaal, een oud-Philipslandgoed met een groot park dat in de handen leek te vallen van een vastgoedontwikkelaar. Eindhoven kocht het park en stelde het open voor bezoekers. 'Wij hebben gesprekken gevoerd met het bedrijfsleven en andere partners en vroegen hen of ze het samen met ons samen zouden willen kopen. Als cadeau aan de stad. Daar hadden ze geen oren naar en dus hebben wij als gemeente alleen gedaan. Als er dan in het openingsweekend meer dan dertigduizend bezoekers komen, maakt me dat wel trots.'

Allemaal politiek?

In de ruimtelijke ordening kan politiek dus letterlijk vorm krijgen. Zoals Burggraaf stelt: 'Ik vind het erg belangrijk dat er gewerkt wordt in de stad en dat dat ook zichtbaar is.' Maar niet alles is politiek gekleurd. Bijvoorbeeld omdat het nog niet politiek is, zoals de impact van AI. Kranenborg-van Eerd: 'Je moet niet aan de voorkant grote uitspraken doen als je nog niet precies weet wat de impact is van een nieuwe technologie.' Of omdat je als vrouw de stad anders beleeft dan een man, zoals Van den Nieuwenhof: 'Als je dagelijks merkt dat bepaalde plekken onveilig voelen, of dat de openbare ruimte niet voor iedereen even toegankelijk is, dan neem je dat automatisch mee in je afwegingen.' Omdat er geopolitieke consequenties zitten aan lokaal beleid. Thijs: 'In Brainport geven we op strategische plekken de grond in erfpacht uit. Zo blijven we eigenaar en kunnen we voorwaarden stellen aan wie zich vestigt en wat er gebeurt met zulke belangrijke technologie bij een overname door een buitenlandse partij.' Of omdat het over gemeentegrenzen heen gaat, zoals de derde IJsselbrug in Deventer. Hoogenberg: 'Daarin ben je afhankelijk van de provincies Overijssel en Gelderland, de gemeente Voorst en het Rijk. Hoeveel heb je dan als raadslid nog te zeggen?'

Casus – Betaald parkeren in Amersfoort
Amersfoort voert de komende jaren betaald parkeren in. D66-wethouder Tyas Bijlholt was de afgelopen vier jaar daarvoor de verantwoordelijk wethouder. Het ging niet zonder slag of stoot.

Waarom is betaald parkeren nodig in Amersfoort?
Bijlholt: 'De komende jaren worden er 14.000 huizen gebouwd in de bestaande stad. Dat is een stevige opgave. Als wij ons mobiliteitsbeleid daar niet op aanpassen, dan lukt niet. Wat dit betreft gaan we veel meer lijken op grote steden als Utrecht of Amsterdam.'

Hoe politiek is zo’n besluit?
'Heel politiek, want je zag grote verschillen tussen partijen in de raad. Als D66 gaan we zo’n beslissing niet uit de weg. We zijn een partij die vanuit een langetermijnvisie naar dit soort vraagstukken kijkt en we durven beslissingen te nemen ook als ze niet populair zijn.'

Dat ze niet populair zijn bleek. Op initiatief van inwoners kwam er een referendum waar driekwart van de Amersfoorters tegen het beleid stemde. U nam de input mee in de besluitvorming, maar zette de plannen wel door. Dat leidde zelfs tot fysieke bedreigingen.
'Het leidde inderdaad tot veel emoties, terwijl het maar om 30 euro per jaar gaat. Dat is wel vreemd en natuurlijk vraag je je dan wel eens af en toe wel af waar je aan bent begonnen. Aan de andere kant, ik zie ook een steeds groter bewustzijn over mobiliteit in de stad, dus dat hebben we bereikt. Het is voor mij ook geen reden om te stoppen.'

Waarom is deze transitie zo ingewikkeld?
'Dat weet ik niet zo goed. Elke automobilist die gaat fietsen, zorgt ervoor dat de andere automobilisten kunnen doorrijden. Dat vraagt dus soms een kleine opoffering, maar dat hoort erbij als je in met elkaar in één land leeft. Dat moet je met elkaar doen.'

De interviews met Sam Hoogenberg, met Tyas Bijlholt en het gesprek met Rik Thijs en Rosa van den Nieuwenhof zijn terug te luisteren in onze podcastserie Ruimte Zat.

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord