
‘Ik weet als geen ander wat het verschil tussen een huis en een thuis is’, zei Boekholt-O’Sullivan aan het begin van haar beantwoording. Zij vertelde hoe zij als kind met haar moeder en twee broers berooid in Nederland aankwam en in Culemborg een sociale huurwoning kreeg. Dat persoonlijke verhaal kleurde haar eerste optreden op dit dossier.
Die opening paste bij de bestuurlijke lijn die zij daarna koos in het commissiedebat over de Staat van de Volkshuisvesting. De minister zette wonen neer als een publieke opgave, maar wel een opgave die alleen vooruitkomt als overheid, corporaties en marktpartijen samen optrekken.
Zij noemde het volkshuisvestingsbeleid ‘van oudsher gebaseerd op de balans tussen regie voor de overheid en ruimte aan het particulier initiatief’.
In de beantwoording van vragen van Kamerleden zette Boekholt-O’Sullivan zwaar in op versnelling. Zij wil via versnellingstafels met overheden, corporaties en marktpartijen concrete doorbraken forceren, vooral waar gemeenten kampen met capaciteitsgebrek. Ook splitsen, optoppen en industriële bouw noemde zij als manieren om sneller woningen toe te voegen.
Wet betaalbare huur
Politiek draaide het debat om de vraag waar betaalbaarheid precies moet landen. GroenLinks-PvdA legde de nadruk op sociale woningbouw en op meer ingrijpen in de woningmarkt. In het debat trok Kamerlid Habtamu de Hoop daarbij vooral twee lijnen uit het nieuwe Woonmanifest van GroenLinks-PvdA naar voren: een leegstandsheffing en het volledig afschaffen van de winstbelasting voor woningcorporaties.
Terwijl het commissiedebat plaatsvond, lanceerde GroenLinks-PvdA een Woonmanifest. Die richt zich op hoge huren, starters die het afleggen tegen beleggers en corporaties die volgens de partij worden geremd door landelijke regels. De partij wil gemeenten meer regie geven op grond, nieuwbouw en handhaving.
Ook wil de partij 40 procent sociale woningen (nu staat 30 procent ingetekend in het wetsvoorstel regie op de volkshuisvesting), einde aan de winstbelasting voor woningcorporaties, het puntenstelsel uit de Wet betaalbare huur moet ook in de vrije sector gaan gelden, een leegstandsbelasting en de voortzetting van de opkoopbescherming. Ook zou er een woonfonds voor starters moeten komen.
Die lijn botste direct met de inzet van VVD-Kamerlid, oud-staatssecretaris en oud-wethouder van gemeente Haarlemmermeer Jurgen Nobel. Hij legde de nadruk op betaalbare koop, zoals de VVD al langer doet. Waarom, vroeg hij aan De Hoop, steeds die fixatie op sociale huur en niet op betaalbare koop?
De Hoop draaide dat verwijt om en stelde dat het kabinet dan ook echt iets moet doen aan de grondmarkt en aan de hypotheekrenteaftrek, een belangrijk punt voor coalitiepartij VVD.
De minister koos in haar beantwoording niet voor die ideologische tegenstelling. Zij bleef dicht bij uitvoering en kondigde aan in april, vooruitlopend op de evaluatie, die in 2027 gepland is, aan de Kamer te laten weten wat zij met de Wet betaalbare huur wil doen.
Tot vreugde van de VVD en BBB, die altijd hebben gepleit tegen deze wet en daarbij steeds wijzen op de uitpondgolf die op invoering van de wet volgde. GroenLinks-PvdA wilde, net als VNG, dat de minister wacht op de evaluatie.
Middenhuur en corporaties
Ook op middenhuur schoof Boekholt-O’Sullivan nog geen uitgewerkt pakket naar voren, maar wel een duidelijke toezegging. Voor de zomer ontvangt de Kamer haar inzet voor meer middenhuurwoningen, mede in relatie tot de nieuwe Europese staatssteunregels.
Voor corporaties bleef de lijn tweesporig. Aan de ene kant wil de minister een ‘aantrekkelijk investeringsklimaat voor corporaties en private investeerders’ en financiële middelen om de businesscase van woningbouw rond te krijgen. Aan de andere kant schoof GroenLinks-PvdA de vraag naar voren of corporaties niet veel meer ruimte verdienen, bijvoorbeeld via het schrappen van de winstbelasting.
Boekholt-O’Sullivan deed op dat punt vooral procesmatige toezeggingen. In april komt zij met een brief over de investeringsfaciliteit voor corporaties. Voor de zomer volgt bovendien een brief over de nationale prestatieafspraken, waarin zij ook ingaat op de aanpak van schimmelproblematiek door corporaties.
Ruimte voor bouwen
Op het ruimtelijke front liep het debat langs de bekende scheidslijn tussen binnenstedelijk en buitenstedelijk bouwen. PVV'er Mooiman vond steun bij De Hoop voor de gedachte dat Nederland niet alleen op binnenstedelijke locaties moet blijven leunen.
Buitenstedelijk bouwen kan volgens hem goedkoper en eenvoudiger zijn. Tegelijk verweet hij GroenLinks-bestuurders in provincies dat zij zulke uitbreidingen vaak blokkeren.
De Hoop kaatste terug dat die blokkades juist vaak bij BBB liggen, maar erkende tegelijk dat ook binnen zijn eigen partij wordt geworsteld met de vraag waar nieuwe bouwlocaties moeten komen. Hij wees bovendien op leegstand als extra reservoir. Volgens hem staan er 90.000 panden leeg en ligt daar dus ook een deel van de oplossing.
Mooiman wilde van de minister weten waar die tien nieuwe steden worden gebouwd, die haar partij D66 voor de verkiezingen had beloofd. Boekholt-O’Sullivan wees op de opdracht aan de nieuwe ministeriële taskforce, waar zij voorzitter van is. Die moet een plan maken voor de bouw van 100.000 woningen per jaar en negen nieuwe grootschalige woningbouwlocaties bovenop de 21 die nu al gepland zijn.
Ze moet nog wel wat huiswerk maken. Op de suggestie van PVV-Kamerlid Mooiman om ook te kijken naar de omstreden woningbouwlocatie Gnephoek in Alphen aan den Rijn, moest de kersverse minister bekennen dat ze daar nog nooit van heeft gehoord.
Verder koppelde zij versnelling nadrukkelijk aan deregulering. De overheid moet volgens haar weer regie nemen via de Wet regie volkshuisvesting, met waarborgen voor betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit, zei ze. Tegelijk wil zij regels vereenvoudigen en procedures versnellen.
Dat is ook de lijn achter STOER, het programma uit de koker van oud-minister Keijzer om te komen tot minder regels voor woningbouwers en gebiedsontwikkelaars. Dat gaat ze voortzetten, zei ze de commissie toe.
Concreet kon ze de commissie melden dat ze een handtekening heeft gezet onder een wetsaanpassing die de leegstandsheffing mogelijk maakt. Het parlement was al akkoord, maar het vorige kabinet had nog geen besluit genomen. Nu is getekend, gaat de wet volgende week in.
Toezeggingen minister
Hoe ze omgaat met de hete hangijzers in de Tweede Kamer volgt dus in een serie brieven. Het gaat om:
- In april: brief over wat zij wil doen met de Wet betaalbare huur, vooruitlopend op de evaluatie;
- Voor de zomer: brief over plannen om woningdelen en woningsplitsen eenvoudiger te maken;
- Voor de zomer: inzet voor realisatie van meer middenhuurwoningen;
- In april: brief over de investeringsfaciliteit voor corporaties;
- Voor de zomer: brief over de voortgang van de nationale prestatieafspraken, inclusief schimmelproblematiek;
- Voor de zomer: aanpak ouderenhuisvesting en doorstroming;
- Voor de zomer: voortgangsbrief over programma STOER en vereenvoudiging van regels.
Daarbij vroeg Kamerlid Grinwis, van de ChristenUnie, wel aandacht voor een ‘holistische blik’. De minister zei dat ze die zal bewaken in het kader van de net opgerichte taskforce.

