AI versterkt rol van renders

Gebiedsontwikkeling Data en digitalisering Omgevingsvisie

Herfstrender. Beeld: 't Zoet, Breda
Auteur Jesse Kiel

23 maart 2026 om 11:00, Leestijd ca. 6 minuten


Renders, visuele weergaves van ruimtelijke plannen, worden vaak ingezet om gebiedsontwikkelingen in een gunstig daglicht te stellen. Maar nieuwe software en AI bieden nu kansen om verder te gaan: van het toetsen van lichtplannen tot het betrekken van bewoners bij de meerwaarde van bijvoorbeeld wadi’s. Daarmee rijst de vraag: moet de render in ruimtelijke planning niet meer zijn dan een marketingtool, maar een volwaardig instrument voor beleidsvorming en participatie?

Herfstrender. Beeld: 't Zoet, Breda

‘We willen een blauwe lucht’, zegt Anouk Potters, visualisatiespecialist bij Sweco, over een wens die zij in de praktijk vaak terugziet. Zelf stelt ze dan juist de omgekeerde vraag: ‘Als we iets doen met klimaatadaptieve herinrichting, waarom dan geen regenachtige render?’ In haar ogen is dat geen somber alternatief, maar een manier om beter te laten zien wat een ontwerp doet.

Dat spanningsveld begint vaak bij het doel van de afbeelding. Potters zegt dat projectleiders geregeld aangeven dat een plan ‘vooral goed moet verkopen’ en dat er draagvlak van bewoners nodig is. Dan volgt al snel de bekende ingreep: ‘Zet er maar een mooie lucht boven en maak het gras fris en groen.’ De render wordt dan niet alleen een visuele voorstelling van het ontwerp, maar ook een middel om weerstand van de omgeving van het project te beperken.

Christian de Leeuw, die al jaren werkt met visualisaties en interactieve 3D-toepassingen, herkent dat beeld. Zeker bij projectontwikkelaars blijven renders volgens hem sterk verbonden met de verkoopfase.

‘Het is altijd mooi weer, altijd bloemetjes in de bloei en een mooi groen blad aan de bomen, mensen die blij zijn en kinderen buiten’, zegt hij. Volgens De Leeuw zegt dat vooral iets over de fase van het project: wie woningen verkoopt, kiest doorgaans niet vanzelf voor visualisaties van een regenachtige woonwijk.


Meer dan sfeer

Juist daar begint volgens beide gesprekspartners de discussie te schuiven. Potters wijst erop dat die klassieke sfeerimpressie bij opgaven in de openbare ruimte vaak maar een deel van het verhaal vertelt. ‘Je kunt ook hartstikke leuk een regenachtig plaatje laten zien om te showen hoe een wadi de openbare ruimte droog houdt’, zegt ze. Zo’n beeld laat niet alleen een prettige plek zien, maar ook waarom een ontwerpkeuze functioneel is.

Ze noemt ook een project waarvoor alleen dagbeelden waren gemaakt, terwijl juist de veiligheid in het donker daar als thema speelde. ‘Een render van een woonomgeving in het donker helpt testen welke verlichting nodig is voor een hoger veiligheidsgevoel’, zegt Potters. ‘Dat is daar niet gedaan. Hoewel een render of simulatie daar wel een geschikt vehikel voor is.’

'Ik heb er als vrouw meer baat bij als ik op een render zie dat een stuk openbare ruimte veilig is.'

Juist bij openbare ruimte, zegt ze, kan het helpen als een beeld laat zien hoe veilig een plek aanvoelt. ‘Ik heb er als vrouw meer baat bij als ik op een render zie dat een stuk openbare ruimte veilig is.’

De render krijgt daarmee een andere rol. Niet alleen een aantrekkelijk eindbeeld, maar ook een middel om te laten zien hoe een ontwerp presteert buiten het ideale moment. Potters vat die basisfunctie nuchter samen: ‘Het plaatje moet het verhaal van het ontwerp uitleggen.’ Als klimaatadaptatie, hittestress of sociale veiligheid deel van dat verhaal zijn, ligt het volgens haar voor de hand dat ook zichtbaar te maken.

Wel maakt ze daarbij onderscheid tussen doelgroepen. ‘Als je het puur voor een gemeente doet, voor stakeholders professioneel, dan is het makkelijker communiceren. Voor bewoners wil je zo min mogelijk weerstand. Voor de ene doelgroep is het anders dan voor de ander. Daar moet je mee spelen.’ De keuze voor een zonnige of juist meer realistische render is dus niet alleen technisch, maar ook strategisch.


Techniek schuift op

Volgens De Leeuw is een belangrijk deel van die omslag simpelweg technisch mogelijk geworden. Regen, sneeuw en donkerte overtuigend renderen was jarenlang lastiger en duurder. ‘Dat komt jaren geleden veel minder goed’, zegt hij over het zichtbaar maken van slecht weer. Hij wijst op betere hardware, geoptimaliseerde software en de verschuiving van renderen via de CPU naar de videokaart. Daardoor kunnen scènes groter en gedetailleerder worden opgebouwd.

AI versnelt dat proces verder. De Leeuw noemt het ‘echt waanzinnig’ dat één basisrender nu snel kan worden omgezet in meerdere seizoenen en weersomstandigheden. ‘Je hoeft in feite maar één render zelf te maken’ en kunt ai vervolgens vragen om varianten te maken met sneeuw, regen, voorjaar, zomer of herfst. Daarmee wordt het eenvoudiger om niet één ideaalbeeld, maar meerdere situaties naast elkaar te tonen.

Tegelijk ziet De Leeuw een verschuiving van statische visualisaties naar interactieve toepassingen. ‘Mensen kunnen inderdaad zelf virtueel door een huis, een openbare ruimte of een wijk lopen’, zegt hij. Zulke toepassingen zijn grafisch soms minder perfect dan een klassieke render, maar volgens hem zit de meerwaarde juist in het gebruik: ‘elk hoekje, elk dingetje, elk straatje, daar kun je zelf naartoe lopen.’

Gemeenten zijn bang dat zij afstand moeten nemen van bestaande processen

Dat maakt zulke modellen volgens hem interessant voor participatie en planuitleg. Gemeenten kunnen ontwerpen voor de openbare ruimte er begrijpelijker mee maken, zegt De Leeuw, juist omdat bewoners en andere betrokkenen zelf kunnen kijken wat een plan op straatniveau doet. Tegelijk merkt hij dat veel gemeenten nog ‘vrij traditioneel’ werken en sterk vasthouden aan bestaande software en processen.

Waarom die stap zo lastig blijft, weet hij zelf niet precies. De Leeuw spreekt voorzichtig over mogelijke oorzaken. Gemeenten zijn volgens hem soms bang dat zij afstand moeten nemen van bestaande processen, terwijl nieuwe toepassingen er ook naast kunnen bestaan.

Daarnaast spelen ‘beschikbare budgetten wellicht’ mee, zegt hij, of ontbreekt soms een duidelijk doel waarvoor zulke visualisaties worden ingezet. Daar voegt hij direct aan toe dat hij dat niet met zekerheid kan zeggen.


Van visualisatie naar simulatie

De grootste verschuiving zit misschien nog een stap verder, zegt De Leeuw, namelijk waar visualisatie overgaat in simulatie. In toepassingen die in een game-engine zijn gebouwd, kunnen volgens hem ook analyses worden losgelaten. Hij noemt voorbeelden waarbij extreme neerslag op een gebied wordt gesimuleerd, waarna zichtbaar wordt waar water naartoe stroomt en welke delen van een woonwijk onder water komen te staan.

Dat is niet alleen relevant voor bewoners, maar ook voor hulpdiensten. Als wegen door zware regen onbegaanbaar raken, heeft dat gevolgen voor politie, brandweer en ambulance, zegt De Leeuw.

Op dat punt is de render geen sfeerbeeld meer, maar onderdeel van een instrument waarmee vooruit kan worden gekeken naar het functioneren van een gebied. ‘Dan ga je echt simulaties uitvoeren met 3D data. Dus niet alleen visualiseren, maar ook echt simulaties uitvoeren.’

Iets vergelijkbaars geldt voor verlichting. Volgens De Leeuw kun je in zulke modellen een lichtbron invoeren met eigenschappen als kleur, lichtuitstraling en afbuiging. Daarmee kan ook zichtbaar worden ‘welke hoeken in de wijk mogelijk onveilig zijn’. De stap van render naar toetsinstrument ligt daarmee niet alleen bij esthetiek, maar ook bij gebruik, veiligheid en klimaatbestendigheid.

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord