
‘Met dit beleid zetten we een belangrijke stap voor een betrouwbaar, schoon en toekomstbestendig energiesysteem’, zegt gedeputeerde Harold Hofstra. Volgens de provincie is sturing nodig, omdat grootschalige batterijsystemen sneller in opkomst zijn en een rol kunnen spelen bij netcongestie en transportschaarste.
De provincie wil met het nieuwe kader voorkomen dat batterijsystemen los in het landschap verschijnen en tegelijk sturen op locaties waar ze het elektriciteitsnet kunnen ondersteunen. Op verzoek van de netbeheerders komen er bijvoorbeeld meer plekken waar batterijen bij hoogspanningsstations mogelijk zijn.
Het beleid maakt onderscheid tussen vier typen energieopslagsystemen: systemen bij hoogspanningsstations, bij zonne- en windparken, bij energiehubs en buurtbatterijen, en stand-alone voorzieningen op bedrijventerreinen of erven. De provincie wil zulke installaties zoveel mogelijk bundelen bij bestaande energie-infrastructuur.
Ruimtelijke begrenzing
Bij hoogspanningsstations blijft de ruimtelijke begrenzing voorlopig strak. Marktpartijen en energiebedrijven vroegen ruimte tot 20 hectare, maar de provincie houdt voor nu vast aan 5 hectare bij onder meer Lelystad en Ens. Volgens Flevoland past dat beter bij de ruimtelijke opgave en de landschappelijke druk.
Ook moeten grote systemen aantoonbaar bijdragen aan het verminderen van druk op het elektriciteitsnet, of het net in elk geval niet extra belasten, en vergunningen voor energieopslag zijn in principe tijdelijk, meestal voor 20 tot 25 jaar. Na afloop moet de locatie worden hersteld.
Energieopslag is niet toegestaan in Natura 2000-gebieden en alleen onder strikte voorwaarden binnen het Natuurnetwerk Nederland. Ook verwacht de provincie, tegen de nadrukkelijke wens van de markt in dat initiatiefnemers serieus kijken naar financiële participatie voor omwonenden.
Provinciaal belang
Op enkele punten is het ontwerp versoepeld na inspraakreacties. Zo komt er meer ruimte voor batterijen bij windparken, ondanks mogelijke aantasting van het landschappelijk casco. In stedelijk gebied laat Flevoland de eis van een groene kraag los. De provincie past ook de algemene eisen voor landschappelijke inpassing aan. Die moeten voortaan minimaal 30 procent van het terrein beslaan.
De provincie botst met gemeenten over de regie. Urk, Noordoostpolder, Almere, Zeewolde, Lelystad en Dronten stelden dat ze binnen stedelijk gebied over inpassing gaan. Flevoland wijst dat af en beroept zich op provinciaal belang onder de Omgevingswet, omdat batterijprojecten bijdragen aan een robuuster regionaal energiesysteem.
Dat krijgt ook juridische gevolgen. Energieopslagsystemen met batterijen staan nu nog op het communicatieve deel van de lijst provinciale gevallen, maar worden na vaststelling ook opgenomen in het juridische deel. Daardoor wordt de provincie wettelijk adviseur bij BOPA-aanvragen en is provinciale instemming nodig.
Waterstofopslag
Daarbij scherpt de provincie ook de terminologie aan. Het gaat formeel niet om opslag van batterijen, maar om energieopslagsystemen met batterijen. Die bredere benadering sluit aan op de constatering dat energieopslag meer omvat dan alleen batterijen, zoals waterstofopslag.
Voor kleinere buurtbatterijen blijft de reikwijdte beperkt. Alleen installaties groter dan 1 MW vallen onder dit kader.
Het is nog afwachten of het beleid op deze manier gaat werken, zegt Hofstra. ‘Omdat we de eerste provincie zijn die zo’n kader vaststelt, blijven we goed volgen hoe het in de praktijk werkt, zodat we waar nodig kunnen bijsturen.’


