De mythe van huisje, boompje, beestje

Gebiedsontwikkeling
Auteur Jos Gadet

30 april 2026 om 09:00, Leestijd ca. 4 minuten

Amsterdam groeit nog steeds qua inwonertal, en niet gering. Het is voornamelijk de natuurlijke aanwas en buitenlandse migratie die daarvoor zorgt. De binnenlandse migratie is sinds enkele jaren weer negatief, en komt voornamelijk voor rekening van gezinshuishoudens. En dat is merkwaardig: de stad is populairder dan ooit, maar juist de huishoudens die haar sociale en economische fundament mede helpen dragen – gezinnen – vinden steeds moeilijker hun plek.

De wethouder ruimtelijke ordening maakte zich zorgen over deze kwestie en vroeg ons te verkennen waarom gezinnen vertrekken, of dat erg is en wat het stadsbestuur eraan zou kunnen doen.

Binnen het gemeentelijke discours was er een niet onbeduidende stroming die het probleem weg wuifde: het is van alle tijden dat gezinnen vertrekken, lees er het family life-cycle concept van de geograaf Berry uit de jaren ’70 er maar op na. Of: het is een vrije keuze. Of: we kunnen er toch niks aan doen.

Laat één misverstand meteen uit de weg worden geruimd: uit onze verkenning bleek dat gezinnen helemaal niet weg willen. Integendeel. Driekwart van de verhuisgeneigde gezinnen wil in de stad blijven. Dat is misschien wel de meest pregnante conclusie. De binding met Amsterdam – de vrijheid, de diversiteit, de nabijheid van alles wat het leven rijk maakt – is groot. De stad is geen probleem, maar een verlangen. Voor de gezinnen die toch de stad verlaten is er, in tegenstelling tot de ‘leegloop’ van de stad in de jaren ’70 en ’80 uit vrije wil, nu sprake van een vertrek uit noodzaak.

De verklaring is even klassiek als hardnekkig: de woningmarkt. Niet alleen zijn woningen schaars en duur, ze zijn ook structureel ongeschikt voor gezinnen. Te klein, te weinig kamers, te weinig buitenruimte. Gezinnen zijn best bereid compromissen te sluiten – kleiner wonen, geen tuin maar een balkon – zolang de stad en de buurt kwaliteit bieden. Maar ergens houdt het op. Wie met twee kinderen op 65 m² woont, botst onvermijdelijk tegen de grenzen van de stedelijke belofte.

Wat daarbij opvalt, is de dubbele beweging die ontstaat. Draagkrachtige gezinnen vertrekken – vaak met pijn in het hart – naar plekken waar ruimte wél betaalbaar of beschikbaar is, en voornamelijk een andere stad als Haarlem, Amersfoort, soms zelfs verder weg. Minder draagkrachtige gezinnen blijven noodgedwongen zitten waar ze zitten: in buurten waar woningkwaliteit, voorzieningen en kansen achterblijven. De stad sorteert daarmee niet alleen op inkomen, maar ook op toekomstperspectief. De beroemde ‘roltrap’ van de stad dreigt voor een deel van haar bewoners stil te vallen.

En dat is geen triviale kwestie. Gezinnen zijn geen bijvangst van stedelijk succes, ze zijn er een voorwaarde voor. Ze zorgen voor continuïteit in buurten, voor draagvlak onder voorzieningen, voor sociale cohesie. Wie alleen inzet op de stad als magneet voor jongeren en talent, vergeet dat diezelfde talenten op enig moment kinderen krijgen – of dat juist niet doen als de stad daar geen ruimte voor biedt.
 

Wat betekent dit voor beleid?

Verdichten kan prima, maar dan wel met woningen die ook daadwerkelijk geschikt zijn voor gezinnen. Dat betekent: meer vierkamerwoningen, slimmer ontworpen appartementen en een expliciet ‘gezinslabel’ in nieuwbouw.

Vervolgens: neem de woonomgeving serieus. Gezinnen kopen geen woning, ze kiezen een dagelijks leven. Veiligheid, speelruimte, scholen, bereikbare voorzieningen – vooral in de naoorlogse stad is hier een wereld te winnen. Ongelijk investeren voor gelijke kansen is hier geen slogan, maar noodzaak.

Niet onbelangrijk: organiseer doorstroming. De vastzittende woningmarkt is misschien wel het grootste probleem. Ouderen die willen verhuizen maar geen aantrekkelijk alternatief vinden, blokkeren onbedoeld de keten. Hier ligt een klassieke, maar vaak onderschatte beleidsopgave.

En ten slotte: durf te denken buiten het bestaande systeem. De voorbeelden uit Wenen en Zürich laten zien dat een andere ordening van eigendom, financiering en ontwikkeling wél degelijk verschil kan maken. Niet morgen, maar wel overmorgen.

De kern is simpel: Amsterdam hoeft niet gezinsvriendelijker te worden omdat gezinnen zielig zijn. De stad moet gezinsvriendelijker worden omdat ze anders iets van haar eigen wezen verliest. Een stad zonder gezinnen is geen stad meer, maar een fase in een levensloop à la Berry. En dat is, uiteindelijk, een verarming voor iedereen.

Dus collega’s, laat je niet te gemakkelijk voor het karretje van de weilandbouwers spannen. Het ideaal van een eengezinswoning met een tuin in het groen is een mythe. Misschien geldt dat voor een deel van de gezinnen, maar zeker niet voor de stedelijk georiënteerde gezinshuishoudens. Uit onze verkenning bleek dat gezinnen best in een appartement willen wonen (tot ongeveer 4-hoog), mits er aan een aantal eisen hierboven genoemd voldaan wordt. Aan de wensen van de eerste groep wordt voldaan in nederzettingen als Almere, de tweede groep wordt in de steek gelaten.

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord