
De kern van het probleem zit volgens raadslid Erik Verhoef niet in een gebrek aan bewustzijn, maar in de praktijk van ruimtelijke afwegingen. ‘We zijn er telkens te laat bij. Drinkwater wordt altijd erkend als belangrijk, maar in concrete plannen delft het vaak het onderspit,’ zegt hij. ‘Als je kijkt naar hoe weinig ruimte er expliciet wordt gereserveerd voor drinkwaterwinning en -infrastructuur, dan is dat opvallend bescheiden.’
Verhoef maakt een vergelijking met de energieinfrastructuur. ‘Daar wordt inmiddels tot op kaartniveau over nagedacht. Voor drinkwater gebeurt dat nauwelijks. Terwijl het net zo goed een vitale voorziening is.’
Het gevolg: drinkwater komt vaak pas in beeld als plannen al vergevorderd zijn.
‘Dan zijn gebieden al ingetekend voor woningbouw of andere functies, en blijkt achteraf dat er geen rekening is gehouden met drinkwater. Wij zeggen: dat moet eerder en structureler in beeld komen.’
Geen ‘waterplanologie’, maar integrale afweging
Betekent dit dat Nederland naar een aparte ‘waterplanologie’ moet? Niet volgens Verhoef. ‘Het risico daarvan is juist dat je het weer los trekt van de integrale afweging. Het gaat er niet om dat drinkwater alles domineert, maar dat het volwaardig en tijdig wordt meegenomen in die afweging.’
‘Te lang hebben we gedacht dat we problemen wel technisch kunnen oplossen’
Daarbij is volgens hem een systeemblik cruciaal: drinkwater kan niet los worden gezien van het bredere zoetwatersysteem. ‘Te lang hebben we gedacht dat we problemen wel technisch kunnen oplossen, door steeds verdergaande zuivering. Maar als je kijkt naar klimaatverandering, vervuiling en groeiende vraag, dan red je dat niet met alleen ‘end-of-pipe’-oplossingen. Je moet het systeem zelf op orde brengen.’
Ruimtelijke keuzes worden onvermijdelijk
Die systemische benadering heeft directe ruimtelijke consequenties. In sommige gebieden zullen keuzes moeten worden gemaakt. ‘Bepaalde functies zijn niet overal meer vanzelfsprekend,’ zegt Verhoef. ‘Of ze moeten anders worden ingericht.’ Hij wijst op de toenemende strijd om ruimte. ‘Je lost die niet op door één belang centraal te stellen. De drinkwatervoorziening moet sowieso zwaarder meewegen. Het betekent wel dat drinkwater zwaarder moet meewegen, wat consequenties kan hebben voor bijvoorbeeld landbouw of verstedelijking.’ Tegelijk ziet hij juist kansen voor combinaties. ‘Ruimte voor drinkwater en natuur laten zich vaak goed combineren. Daar moet je actief naar zoeken.’
Nationale regie is onmisbaar
Een belangrijke aanbeveling uit het advies is de oproep tot sterkere nationale regie. Volgens Verhoef is dat noodzakelijk omdat de opgave regio’s overstijgt. ‘Het gaat om een nationale strategie voor drinkwater in relatie tot het zoetwatersysteem. Zonder die regie gaat het simpelweg niet gebeuren.’
‘Zonder nationale regie gaat het simpelweg niet gebeuren’
De rol van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is daarin cruciaal, maar andere overheden hebben volgens hem eveneens een duidelijke verantwoordelijkheid. ‘Provincies en gemeenten hebben een zorgplicht. Die moeten ze serieuzer invullen. Tegelijk hebben ze ook een dubbele rol, bijvoorbeeld als aandeelhouder van drinkwaterbedrijven, waarbij vaak naar tarieven wordt gekeken. Die rollen kunnen wringen.’
Ook drinkwaterbedrijven zelf zullen volgens hem moeten veranderen.
‘Ze zullen meer over hun eigen grenzen heen moeten kijken en samenwerken. Schaarste stopt niet bij de regiogrens.’
Van lange termijn naar handelen nu
Hoewel het advies vooruitkijkt tot 2100, benadrukt raadslid Verhoef dat actie op korte termijn nodig is. ‘Het begint met het op orde brengen van het zoetwatersysteem. Alles wat je daar nu verbetert, betaalt zich later terug in betere beschikbaarheid en kwaliteit van drinkwater.’ Daarnaast ziet hij kansen aan de vraagkant. ‘We zijn in Nederland gewend geraakt aan goedkoop en onbeperkt water. Dat stimuleert geen zuinig gebruik.’
Volgens Verhoef kan het prijsinstrument daarbij helpen. ‘Als je het vaste deel van de drinkwaterrekening meer variabel maakt, geef je direct een prikkel om zuiniger om te gaan met water.’
‘Het prijsinstrument kan helpen als prikkel om zuiniger om te gaan met water’
Maar prijs alleen is niet genoeg. ‘Bewustwording is minstens zo belangrijk. Veel mensen hebben geen idee hoeveel water ze gebruiken en wat besparingsmaatregelen opleveren.’
Investeren vraagt andere spelregels
Een ander knelpunt zit in de financiering. Drinkwaterbedrijven hebben volgens Verhoef onvoldoende ruimte om te investeren. ‘De huidige regels zijn ontworpen voor een stabiele situatie. Maar de opgave die eraan komt, vraagt om grote investeringen. Daar zijn de huidige financiële kaders niet op ingericht.’
Daarom pleit de Rli voor aanpassing van die regels én voor een grotere rol van het Rijk. ‘Het is geen of-of-verhaal. Je moet zowel het prijsinstrument beter benutten als kijken naar publieke deelname. Uiteindelijk gaat het om het collectieve belang van drinkwater.’
Niet wachten op de crisis
De grootste valkuil is volgens Verhoef dat pas wordt ingegrepen als problemen zich daadwerkelijk voordoen. ‘Je ziet het vaker: pas bij een crisis komt er echt beweging. Maar tegen die tijd ben je eigenlijk te laat, of zijn oplossingen veel duurder.’ Juist daarom wil de Rli nu het debat aanjagen. ‘Het maakt mij niet uit of het dankzij ons advies gebeurt, als het maar gebeurt. Maar de kern is: we moeten nu handelen om te voorkomen dat drinkwater straks niet meer vanzelfsprekend is.’


