Rli: Zonder ingrijpen komt de voorziening in gevaar

Drinkwater onder druk

Omgevingswetgeving Landelijk gebied Klimaatadaptatie

Oude watertoren in Hollands landschap. Foto Michael Nieman/iStock.com
Auteur Marcel Bayer

30 april 2026 om 23:11, Leestijd ca. 4 minuten


Nederland beschikt momenteel over een van de beste drinkwatervoorzieningen ter wereld. Schoon, betrouwbaar en relatief goedkoop water is voor vrijwel iedereen vanzelfsprekend. Maar dat beeld dreigt te kantelen. In het advies Zorg voor Water: de toekomst van ons drinkwater als gezamenlijke opgave waarschuwt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) dat het huidige systeem op de lange termijn tekortschiet. Zonder ingrijpende maatregelen komt de beschikbaarheid van voldoende, schoon en betaalbaar drinkwater richting het einde van deze eeuw serieus in gevaar.

Oude watertoren in Hollands landschap. Foto Michael Nieman/iStock.com

De centrale vraag van het advies is eenvoudig maar urgent: hoe zorgt Nederland ervoor dat ook in 2100 nog voor iedereen voldoende drinkwater beschikbaar is?

Volgens de Rli wordt die vraag steeds lastiger te beantwoorden door drie structurele ontwikkelingen. Allereerst is er klimaatverandering. Langere droge periodes en hogere temperaturen zorgen voor een grotere vraag naar water, terwijl de beschikbaarheid van zoetwater juist afneemt. In kustgebieden neemt bovendien de verzilting toe, terwijl rivieren steeds grilliger worden.

De Nederlandse drinkwatervoorziening is geen vanzelfsprekendheid meer

Daarnaast verslechtert de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Vervuiling door onder meer landbouw, industrie en medicijnresten maakt het steeds moeilijker en duurder om water geschikt te maken voor consumptie. De doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water lijken zonder extra maatregelen onhaalbaar.

Tot slot groeit de vraag naar drinkwater door bevolkingsgroei en economische ontwikkeling. Huishoudens gebruiken het meeste water, maar ook industrie en nieuwe economische activiteiten leggen extra druk op het systeem.

Knelpunten in de zoetwatervoorziening in Nederland in de 21ste eeuw en hun oorzaken. Bron STOWA 

Waar het nu al knelt

De problematiek is niet alleen toekomstmuziek: op meerdere plekken in Nederland zijn de eerste spanningen al zichtbaar.

In kustgebieden zoals Zeeland en Zuid-Holland dringt zout water steeds verder het land binnen. Door zeespiegelstijging en lage rivierafvoer raken zoetwaterbronnen verzilt, waardoor ze minder geschikt worden voor drinkwaterwinning.

Het IJsselmeer – de grootste zoetwaterbuffer van Nederland – staat eveneens onder druk. Dit gebied moet water leveren voor grote delen van het land, terwijl de vraag toeneemt en de aanvoer via rivieren onzekerder wordt. Tegelijk concurreren woningbouw, natuur en landbouw om dezelfde ruimte.

Op meerdere plekken in Nederland zijn de eerste spanningen al zichtbaar

Langs de Rijn en Maas zorgen extremere schommelingen in waterstanden voor problemen. In droge periodes is er minder water beschikbaar en neemt de concentratie vervuiling toe, wat de inname van drinkwater bemoeilijkt.

In het oosten en zuiden van het land, zoals Gelderland, Overijssel en Noord-Brabant, is al langer sprake van structurele droogte. Dalende grondwaterstanden zetten zowel natuur als drinkwatervoorziening onder druk.

Tegelijk groeit in de Randstad de vraag naar water snel, terwijl ruimte voor nieuwe winningen en infrastructuur schaars is. In provincies als Utrecht worden de grenzen van het systeem al zichtbaar.

Structurele knelpunten

De Raad constateert dat de huidige inrichting van de drinkwatervoorziening onvoldoende is voorbereid op deze ontwikkelingen. Er is bijvoorbeeld te weinig capaciteit om langdurige droogte op te vangen en regio’s kunnen onderling beperkt water uitwisselen.

Ook wordt drinkwaterbeleid nog te vaak los gezien van het bredere watersysteem. Daardoor ligt de nadruk sterk op technische oplossingen, terwijl bronbescherming onderbelicht blijft. Tegelijkertijd is er in de ruimtelijke ordening te weinig aandacht voor drinkwater, dat moet concurreren met woningbouw, landbouw en energie.

Drinkwaterbeleid nog te vaak los gezien van het bredere watersysteem

Bestuurlijk is het landschap versnipperd. Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven hebben allemaal een rol, maar samenwerking en regie schieten tekort. Daar komt bij dat financieringsregels investeringen bemoeilijken en dat innovatie nog onvoldoende wordt benut. Ondertussen stagneert waterbesparing, vooral bij huishoudens.

Zes noodzakelijke koerswijzigingen

Volgens de Rli is voortzetting van het huidige beleid geen optie. Er zijn fundamentele veranderingen nodig.

De belangrijkste is een verschuiving van denken: niet langer alleen focussen op zuivering, maar vooral op bescherming en herstel van het zoetwatersysteem zelf. Schoon bronwater is essentieel om drinkwater betaalbaar te houden.

Daarnaast moet drinkwater een veel prominentere plek krijgen in ruimtelijke keuzes. De ruimte voor winning, opslag en infrastructuur zal toenemen en moet concurreren met andere claims.

De uitdagingen overstijgen regionale grenzen en vragen om centrale regie, lange termijnplanning en grootschalige investeringen

De Raad pleit ook voor een nationale benadering. De uitdagingen overstijgen regionale grenzen en vragen om centrale regie, lange termijnplanning en grootschalige investeringen. Dat betekent ook betere samenwerking tussen overheden en drinkwaterbedrijven.

Verder moeten financieringsregels worden aangepast zodat tijdig kan worden geïnvesteerd, en moet het potentieel van innovatie – zoals hergebruik van water – beter in kaart worden gebracht.

Concrete aanbevelingen

Om deze koerswijzigingen te realiseren doet de Rli vijf hoofdaanbevelingen. Allereerst moet met spoed worden gewerkt aan een gezonder zoetwatersysteem. Dat betekent strengere aanpak van vervuiling, versnelling van Europese waterdoelen en maatregelen om water beter vast te houden. Daarnaast moet er een nationale strategie komen voor de drinkwatervoorziening, waarin expliciet wordt gekeken naar de lange termijn en de benodigde ruimte.

De Raad benadrukt dat het Rijk hierin de regie moet nemen. De minister van Infrastructuur en Waterstaat moet zorgen voor samenhang en doorzettingskracht in het huidige versnipperde bestuur.

Ook financieel zijn veranderingen nodig. Drinkwaterbedrijven moeten meer ruimte krijgen om te investeren, en het Rijk zou zelfs moeten deelnemen in deze bedrijven om de uitvoering te waarborgen.

Tot slot pleit de Rli voor sturing op waterverbruik. Dat kan via prijsprikkels – bijvoorbeeld hogere tarieven bij overmatig gebruik – maar ook via innovatie en gedragsverandering. Daarbij moet wel oog zijn voor sociale rechtvaardigheid.

De kernboodschap van het advies is helder: de Nederlandse drinkwatervoorziening is geen vanzelfsprekendheid meer. Zonder ingrijpen nemen de risico’s op tekorten, hogere kosten en kwaliteitsproblemen toe. De oplossing ligt niet in één maatregel, maar in een samenhangende aanpak waarin water centraal komt te staan in beleid, ruimtegebruik en economie. Dat vraagt om politieke keuzes, investeringen en een andere manier van omgaan met water. Wat nu nog vanzelfsprekend lijkt, zal in de toekomst actief beschermd moeten worden.

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord