De decentrale kracht van Europa

Smart City Omgevingsvisie
Auteur Jan-Willem Wesselink

12 mei 2026 om 11:00, Leestijd ca. 4 minuten

Europa’s kracht zit niet in uniformiteit, maar in het vermogen om vanuit verschillen samen te werken. Zo doen we het al eeuwen en zo doen we het ook nu in het Affordable Housing Plan en de EDICs. In een veranderende wereld is precies die samenwerking in verschillen ons antwoord voor de toekomst.

De kracht van Europa zit in het verschil. We liepen door Sevilla. Het ligt aan de rand van Europa, je ziet de Moorse invloeden van een millennium geleden nog steeds in de paleizen, kerken en mensen. De stad is op zoveel manieren theatraal dat het voor altijd de culturele hoofdstad van Spanje is.

Niet eenmalig, na een uitverkiezing, maar omdat het zo bedoeld is. Je ziet het in de flamenco en het stierenvechten. In het straatbeeld, de tegeltableaus, het Plaza d’España. In de vele pompeus aangeklede kerken waarin de mislukte restauratie van een Mariabeeld leidt tot een lokaal relletje. Je ziet het aan de manier waarop mensen met elkaar praten. Het is theater. Niet voor niets spelen zoveel grote opera’s zich af in deze stad. Dit Spanje kenden we nog niet. Het is anders dan Madrid, Barcelona of Valencia.

Dit soort verschillen zie je door heel Europa. Lissabon is anders dan Porto. Berlijn lijkt niet op München. Edinburgh is geen kopie van Glasgow. Wat Europa bindt zijn de verschillen tussen landen, tussen steden en tussen bewoners. We zijn meervoudig kleinschalig en verschillend. Zo is het al eeuwen. Uit die verschillen ontstonden de prachtigste kunst en architectuur, maar ook de meest verschrikkelijke oorlogen en de ergste vormen van onderdrukking. En als reactie daar weer op ontstond de Europese Unie. Passend bij Europa werken we daarin samen vanuit verschillen.

Het eigenbelang werd het beste gediend door samen te werken. De Europese Unie is niet voor niets in de kern een bottom-up project van de lidstaten. Daar zit een nadeel aan, omdat bij gevoelige onderwerpen unanimiteit vereist is. Zeker op de terreinen waar Europa het hardst zou moet samenwerken - defensie, belastingen - werkt het unanimiteitsvereiste als rem. Maar op beleidsterreinen als woningbouw en energiebeleid, waar we in ROm over berichten, kan de Raad beslissen met een meerderheid. En dan leidt een bottom-up-benadering waarin wordt geluisterd naar de lidstaten, de regio’s en de steden tot flexibiliteit.

Anders dan de grootmachten met een sterke leider kunnen wij ons flexibeler aanpassen. Dat is op wereldschaal wellicht niet altijd even zichtbaar - we vallen geen landen binnen - maar daardoor niet minder krachtig. We hebben dan bijvoorbeeld geen big tech, maar houden van autonomie en experimenteren daarom met vormen van lokale, kleinschalige technologie. En laat daar nu de toekomst liggen. Op kleine schaal samenwerken gaat het winnen van groot en bombastisch.


Vanuit deze decentrale aanpak is ook het Affordable Housing Plan gemaakt, waarin we in de Europa-editie van ROmagazine aandacht besteden. De lidstaten constateerden dat betaalbaar wonen geen vanzelfsprekendheid meer is in de EU en vroegen aan de Commissie om een aanpak om dit op te lossen. Het plan is nadrukkelijk geen gecentraliseerde Europese woningbouwmachine. Het steunt op vier pijlers: het vergroten van het woningaanbod, het mobiliseren van investeringen, het mogelijk maken van directe steun én het beschermen van de meest kwetsbaren. Daarbij blijft de uitvoering uitdrukkelijk bij lidstaten, steden en regio's liggen. Europa faciliteert, de lidstaten beslissen. Tegelijkertijd is er wél een forse opschalingsambitie op investeringsniveau. De Europese Investeringsbank kondigt een actieplan aan met zo'n 10 miljard euro aan geplande investeringen in de komende twee jaar, als onderdeel van een pan-Europees investeringsplatform met nationale ontwikkelingsbanken. Hier laat het collectief de kracht zien. Grootschalige financiering, kleinschalige uitvoering. Het plan ging daarbij gepaard met een herziening van staatssteunregels voor betaalbaar wonen én een nieuwe Europese strategie voor woningbouw. Dat is de regelgevende ruimte creëren die lidstaten nodig hebben om zelf te kunnen handelen.

Een ander mooi voorbeeld dat in het mei-nummer van ROmagazine wordt behandeld, zijn de EDICs. Dit zijn juridische entiteiten opgericht door minimaal drie lidstaten, gericht op het ontwikkelen van gezamenlijke Europese digitale infrastructuren die innovaties structureel inbedden in primaire processen van lokale overheden. De deelnemende landen zijn eigenaar van de EDIC, niet Brussel, en investeren gezamenlijk om te realiseren wat individueel niet mogelijk is. Nederland speelt een leidende rol binnen de LDT CitiVERSE EDIC. Deze combineert geodata, kunstmatige intelligentie en extended reality om digitale tweelingen te ontwikkelen die ruimtelijke keuzes zoals woningbouw en klimaatadaptatie over grenzen heen kunnen doorrekenen. Daarvoor is innovatie nodig, maar vooral opschaling. Hier vult Europa het gat tussen relatief kleine nationale? innovaties en de grote buitenwereld waarin schaal nodig is om te overleven. De LDT CitiVERSE EDIC zorgt voor die schaal.


De wereld verandert. Wereldwijde samenwerking wordt minder vanzelfsprekend. Partners worden minder betrouwbaar. We zullen ons in Europa zelf moeten organiseren. Daarbij moeten we versterken wat we zijn: een samenwerking in verschillen en tegenstellingen. In de innovatieve vrijheid die dat model biedt zit onze kracht voor de toekomst, en het borgt tegelijkertijd de kracht uit onze geschiedenis. Europa en de Europese idealen zijn ontstaan uit de vrijheid die steden boden aan grote Europese denkers en kunstenaars. Als Europa iets moet beschermen aan de stad is het die culturele vrijplaats. Dat vormt de kern van wat we zijn. Europa is het theater dat Sevilla is, het niet lullen maar poetsen van Rotterdam en de mondaine chique van Nice. Europa is de verzameling van al die verschillen die ons sterk maken.

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord