In de inspirerende omgeving van de LocHal in Tilburg waar het dus ging over stedelijke transformatie klonk deze boodschap opnieuw. Wederzijdse negatieve beeldvorming tussen overheid en markt, overheden die elkaar dwarszitten en marktpartijen die elkaar vooral zien als concurrenten: het is niet terecht en belemmert de aanpak van urgente dossiers… stap er overheen! We hoorden het tijdens het introductiepraatje.
We weten het allemaal. Wie de voorbeelden hoort – van de Spoorzone in Tilburg tot de Antwerpse Ring – ziet dat succes zelden het gevolg is van één briljant plan. Het is het resultaat van lange adem, gedeelde doelen en vooral: elkaar vasthouden, in goede tijden en juist ook als het schuurt. Conflicten horen erbij, werd terecht opgemerkt. Ze hebben zelfs een functie. Mits er voldoende vertrouwen is om ze productief te maken.
En daar zit de kern. Vertrouwen is de smeerolie van gebiedstransformatie. Maar het is geen wondermiddel. Het ontstaat niet vanzelf en het blijft al helemaal niet vanzelf bestaan. Het vraagt om een duidelijke visie van de overheid, om consistentie in handelen en – niet onbelangrijk – om zoals de Amerikanen zo mooi zeggen skin in the game (huid in het spel, in goed Nederlands). Je moet er als overheid een direct belang bij hebben, bijvoorbeeld via grondposities. Dit vraagt om deskundigheid aan publieke zijde, om ervaring met langjarige programma’s en om voldoende financiële slagkracht. Van marktpartijen, maar ook van maatschappelijke organisaties en van betrokken burgers, vraagt het een open houding en realisme.
De praktijkvoorbeelden bevestigen dat beeld keer op keer. In Tilburg werd vroeg eigenaarschap genomen, snel geschakeld en tegelijkertijd de verbinding met de stad bewaakt. In Antwerpen bleek dat zelfs na jaren van conflict een doorbraak mogelijk is, mits alle partijen bereid zijn om opnieuw te beginnen en burgers als volwaardige partner te zien. En in Eindhoven wordt geprobeerd om sociale en fysieke opgaven vanaf het begin gelijkwaardig te behandelen, juist om latere frictie te voorkomen.
Je moet er als overheid een direct belang bij hebben
Steeds weer zie je dezelfde succesfactoren terugkomen: een gedeelde ambitie, duidelijke rollen, investeren in relaties op meerdere niveaus – bestuurlijk én op de werkvloer – en het besef dat dit trajecten zijn van tien, vijftien jaar of langer. Geen sprint, maar een estafette.
Wat opviel, en dat is niet de eerste keer, is de afwezigheid van de ‘andere kant’. De publieke sector was in de LocHal goed vertegenwoordigd, private partijen schitterden door afwezigheid. Een gemiste kans, want samenwerking begint niet bij een handtekening onder een anterieure overeenkomst. Het begint bij elkaar ontmoeten, elkaars taal leren spreken en elkaars belangen begrijpen. Juist in de fase waarin ideeën nog vloeibaar zijn en vertrouwen nog moet groeien.
Grenzeloos samenwerken gaat niet alleen over het slechten van inhoudelijke, institutionele of perceelsgrenzen, maar ook over iets heel basaals: aanwezig zijn, meedoen, aanschuiven. Want zonder dat, blijft samenwerking een mooi verhaal op een congres. En geen realiteit in de stad.


