
Hoe houden we in de ruimtelijke ordening écht rekening met water en bodem?
Om die vraag te beantwoorden, werkte Hermen Smit (adviseur water en ruimte bij Rijnland) het afgelopen jaar samen met zijn collega’s Manouk Sloothaak en Jos van Rooden. In samenwerking met HAS Green Academy en Wageningen Universiteit zochten zij uit hoe die rekening met water en bodem kán worden gehouden, expliciet niet hoe het móét.
Primeur als gesprekstool
De verkenning moet functioneren als een visuele ontwerptool die de kloof tussen waterbeheerders en ruimtelijke planners overbrugt. Volgens Smit is die vertaalslag hard nodig om elkaar goed te begrijpen aan de overlegtafel: ‘Ik merk dat praten vanuit het landschap goed werkt voor partijen die met ruimtelijke vraagstukken bezig zijn. Als wij alleen praten in kuubs water, zegt dat een ander soms niet zoveel.’
Een nieuwe taal voor ruimtelijke ordening
De atlas vormt daarmee een belangrijke primeur voor het waterschap om buiten de traditionele, technische kaders te treden. Smit legt uit: ‘Dit is onze eerste poging om onze wateropgaven te vertalen naar het landschap. Op die manier begrijpt de ander veel beter wat de impact van klimaatverandering is op het watersysteem, en dus ook op het landschap.’

Hermen Smit: 'Dit is onze eerste poging om onze wateropgaven te vertalen naar het landschap.' Foto: Hoogheemraadschap van Rijnland
Het idee voor de atlas met waterrobuuste landschappen ontstond vanuit de vele gebiedsontwikkelingen en ruimtelijke plannen waar Rijnland bij betrokken is. Smit: ’We vroegen ons af wat wij als waterschap belangrijk vinden om mee te geven voor de lange termijn. Zodat goed waterbeheer ook in de toekomst mogelijk blijft. In de studie Toekomstgericht Waterbeheer Rijnland waren we hier al een tijd druk mee bezig, maar een concrete uitwerking naar gebied miste nog. Een veengebied is heel anders dan een duingebied, dus die lokale vertaalslag was belangrijk voor een goede inbreng. Dit zijn de waterrobuuste landschappen geworden.’
Creativiteit en samenwerking aanjagen
De Verkenning waterrobuuste landschappen brengt per specifiek gebied nauwkeurig in beeld welke impact klimaatverandering heeft op de diverse landschappen binnen het beheergebied van Rijnland. Het document schetst opties om extremen, zoals hevige neerslag en toenemende droogte, op te vangen. Toch is het nadrukkelijk geen dwingend beleidsstuk of een set harde wetten waaraan moet worden voldaan. Smit benadrukt de gekozen insteek van het document:
‘In deze atlas staat welke impact klimaatverandering heeft op de landschappen van Rijnland. Daarnaast hebben we onszelf voor verschillende gebieden de vraag gesteld: hoe kunnen we dit landschap zo inrichten dat het tegen een stootje kan? Zodat het landschap extremen, zoals hevige neerslag of toenemende droogte, goed kan opvangen. Een waterrobuust landschap dus.’
Geen dwingend beleid, wel een gesprekstool
Smit vult aan dat de atlas hiermee vooral de creativiteit en samenwerking in de regio moet aanjagen, in plaats van beperkingen op te leggen: ‘De gepresenteerde landschappen zijn nadrukkelijk geen beleid, maar een schets per gebied waarin we laten zien hoe het waterrobuust kán. Niet hoe het moet. De atlas is een tool om het gesprek aan te gaan.’

Nieuwbouw aan het water in Hillegom. Foto: Hoogheemraadschap van Rijnland
Twee toekomstbeelden voor 2100
'Om de atlas te maken verkenden we het gebied met landschapsteams van de Wageningen Universiteit en de HAS Green Academy en spraken we met inspirerende landgebruikers. Vervolgens hebben we werkplaatsbijeenkomsten georganiseerd om de hydrologische en ruimtelijke inzichten bij elkaar te brengen. Daar was steeds ook een mix van interne experts bij uitgenodigd. Op die manier konden we elk gebied vanuit alle opgaven van ons waterschap bekijken: waterveiligheid, waterkwaliteit, wateroverlast en zoetwatervoorziening', vertelt Smit. De landschapsteams hebben vervolgens ook al grof gekeken naar ruimtelijke opgaven van anderen en naar de kwaliteiten van elk landschap. ‘Met deze opbrengst zijn we gaan kijken: hoe kan het dan wél?’
Om de opgaven en kansen tastbaar te maken, zijn er per deelgebied twee contrasterende scenario's uitgewerkt en op kaart gezet. Scenario 1 is “Onveranderd doorgaan” en scenario 2 is “Waterrobuust”.
Smit licht toe wat we van het eerste, confronterende scenario kunnen leren: ‘Scenario 1 laat zien dat er grenzen zitten aan hoe we gebieden nu inrichten. In dit scenario brengen we concreet in beeld welke knelpunten we voorzien voor 2100 als het watersysteem en de inrichting van het landschap niet worden aangepast aan het veranderende klimaat.’
Voor de oplossingsrichting is juist ver vooruitgekeken om nu al de juiste ruimtelijke reserveringen te kunnen claimen. ‘Voor scenario 2 hebben we gekeken hoe een waterrobuust landschap eruit kan zien in 2050, waarbij we voor grotere ruimtelijke ingrepen al rekening houden met klimaatscenario's van 2100,’ aldus Smit.
Van abstract scenario naar de praktijk
Hoe deze scenario's concreet uitpakken, hangt sterk af van de specifieke ondergrond. De atlas laat bijvoorbeeld zien dat de transitie in het veenweidegebied een totaal ander karakter heeft dan in de kleiige gebieden, zoals de droogmakerijen en kleiruggen langs oude rivieren.
In het slappe en natte veenweidegebied dwingt scenario 1 tot het inzicht dat intensieve ontwatering onhoudbaar wordt vanwege voortdurende bodemdaling, funderingsschade en CO2-uitstoot. ‘Om te voorkomen dat de bodem hier nog sneller gaat dalen, kunnen we de waterpeilen hier niet steeds verder naar beneden bijstellen. Dit betekent dat deze gebieden in de toekomst een stuk natter worden’, geeft Smit aan.
Scenario 2 schetst hier een transformatie naar een drassiger landschap met een waterpeil dat meer sturend wordt voor het landgebruik. In de polders langs de Oude Rijn zien we bijvoorbeeld dat het op de kleiruggen langs de rivier goed mogelijk blijft om een groot deel van het jaar koeien in de wei te houden en met grote machines gras te maaien. Maar in de venige delen verder van de rivier af zal juist een grote verschuiving in landgebruik plaatsvinden van intensieve melkveehouderij naar extensievere vormen en natte teelten, zoals paludicultuur. Daarmee zullen ook de economische dragers onder het landschap veranderen. Als het waterpeil dichter onder het maaiveld komt te liggen komt het bedrijfsmodel van intensieve melkveehouderij eerder onder druk te staan. Tegelijkertijd liggen de baten van het tegengaan van bodemdaling bij veel meer partijen: particulieren en overheden met zakkende huizen, wegen en dijken, recreanten uit de stad, vogels en - via CO2 - de hele wereld profiteren mee.
Waar scenario 1 waarschuwt voor mislukte oogsten door extreme droogte en hoosbuien, zet scenario 2 in op de bodem als spons
Voor het realiseren van de benodigde omslag is het cruciaal om deze baten te waarderen en perspectief te bieden aan ondernemers/grondeigenaren die hun percelen zien vernatten. Daarbij is het ook de waardering van de rol van de boeren in het beheer van het open weidenlandschap van belang: de openheid van het veenweidelandschap is momenteel sterk verbonden met de huidige agrarische bedrijfsvoering. Nieuwe vormen van landbouw, zoals natte teelten (paludicultuur) of extensievere bedrijfsvoering, brengen andere gewasbeelden, verkavelingspatronen en beheerregimes met zich mee. Dit kan leiden tot een minder open, mogelijk meer gevarieerd of kleinschaliger landschap dan waar huidige ruimtelijke beleidskaders vaak nog van uitgaan. Waar nu het beeld wordt bepaald door open graslanden en akkerbouw met gewassen als aardappelen, uien en suikerbieten, zal het toekomstige landgebruik er mogelijk fundamenteel anders uitzien.

Nieuwbouw aan het water in Leiden. Foto: Hoogheemraadschap van Rijnland
Heruitvinding van de relatie tussen waterschappen en ruimtelijke ordenaars
Dit vraagt van zowel de ruimtelijke ordenaars als het waterschap om verder te gaan dan het faciliteren van functies, geeft Smit aan. 'Daarbij zullen de ruimtelijke ordenaars actief moeten sturen op de gewenste landschappelijke kwaliteit en identiteit in een situatie waarin zowel de ondergrond als het gebruik in beweging zijn door klimaatverandering. Wij als waterschap hebben de stoute schoenen aangetrokken door in beeld te brengen wat de transformatie naar waterrobuuste landschappen kan betekenen voor het ruimtegebruik. Dit moet leiden tot betere input voor het bestaande RO-instrumentarium, zoals omgevingsvisies en omgevingsplannen. Juist daar ontstaat ook een spanningsveld. Ruimtelijke plannen leggen keuzes en kwaliteiten voor de (middel)lange termijn vast, terwijl de transitie naar waterrobuuste systemen zich geleidelijk, adaptief en met onzekerheden voltrekt. De vraag is daarmee hoe je vandaag in omgevingsvisies en -plannen al ruimte kunt maken voor toekomstige, nog niet volledig uitgekristalliseerde vormen van landgebruik en landschap.'
Wij als waterschap hebben de stoute schoenen aangetrokken door in beeld te brengen wat de transformatie naar waterrobuuste landschappen kan betekenen voor het ruimtegebruik.
Werk in uitvoering
Met het maken van de atlas is de verkenning al vergevorderd, maar het project is nog niet volledig voltooid. Planners en gebiedspartners kunnen echter al met het leeuwendeel van het materiaal aan de slag om water en bodem sturend concreet te maken. Smit: ‘We hebben nu 70 procent van Rijnland gedaan. De laatste 30 procent is later dit jaar klaar.’
Dat werpt meteen al vruchten af, laat hij weten. ‘Recent werden we bijvoorbeeld benaderd door een collectief van veehouders in het Groene Hart die willen herverkavelen. Nu een aantal van hen gaat stoppen, zijn ze op zoek naar een herindeling van kavels. Zo kunnen verschillende boeren, met intensieve en extensieve veehouderij, hun verdienmodel verbeteren. Daarvoor vroegen ze ons hoe het waterbeheer zal veranderen door klimaatverandering. Aan de hand van de waterrobuuste landschappen lieten wij zien dat niet elke soort landbouw overal meer kan in de toekomst.’
Met deze atlas legt Rijnland een heldere basis om samen met gemeenten, agrariërs en ontwikkelaars te ontwerpen aan een landschap dat klaar is voor de toekomst, verwacht Smit: ‘Komende tijd gaat we in de praktijk met partners aan de slag met deze tool. Voor ons is het een levend document, waarbij we openstaan voor andere waterrobuuste oplossingen. Op basis van nieuwe inzichten en afspraken zullen we de kaarten periodiek aanpassen. Ik ben vooral heel benieuwd welke nieuwe ideeën er nog bij gaan komen en hoe we oplossingen samen verder vorm geven. Het grote werk gaat nu beginnen.’
Eerder dit jaar schreven we in ROmagazine over de strategie van Hoogheemraadschap van Rijnland om water- en bodemkennis vroegtijdig in te brengen bij partner-overheden: https://romagazine.nl/artikel/28723/water-als-ordenend-principe


