
Volgens de minister blijft de woningnood onverminderd groot en zijn forse publieke investeringen nodig om de ambitie van ongeveer 100.000 woningen per jaar, waarvan twee derde betaalbaar, te realiseren. Gemeenten spelen daarin een sleutelrol, maar lopen steeds vaker tegen financiële tekorten aan bij gebiedsontwikkelingen. De Woningbouwimpuls en de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (WMRE) moeten juist die onrendabele toppen helpen overbruggen.
Achtste tranche: 13.000 woningen met steun uit Woningbouwimpuls
Voor de achtste tranche van de Woningbouwimpuls was € 95 miljoen beschikbaar. Gemeenten dienden 26 aanvragen in voor in totaal ongeveer € 109 miljoen, waarmee het beschikbare budget werd overvraagd. Uiteindelijk honoreerde de minister, op advies van de onafhankelijke Toetsingscommissie Woningbouwimpuls, 16 projecten. Samen ontvangen deze projecten € 77,7 miljoen aan rijksbijdragen en maken zij de bouw mogelijk van ruim 13.000 woningen, waarvan ongeveer 69 procent betaalbaar.
Vooral middelgrote gemeenten in landelijke gebieden melden zich voor de regeling
Opvallend is volgens de toetsingscommissie dat de aanvragen uit een bredere groep gemeenten komen dan in eerdere rondes. Vooral middelgrote gemeenten in landelijke gebieden weten de regeling inmiddels beter te vinden. In tien van de twaalf provincies werd een aanvraag ingediend, wat wijst op een steeds bredere geografische spreiding van woningbouwprojecten.
Tien aanvragen vielen buiten de boot. Volgens de commissie sluiten veel van deze projecten wel degelijk aan bij de doelstellingen van de regeling. Gemeenten worden daarom nadrukkelijk uitgenodigd hun plannen verder aan te scherpen en opnieuw in te dienen bij een volgende ronde.
Renovatie sociale woningen in Middelburg met nieuwbouw Veuger stock-iStock.com
Realisatiestimulans verandert positie van de Wbi
De minister maakt duidelijk dat de Woningbouwimpuls niet langer het primaire financiële instrument voor woningbouw is. Sinds de invoering van de Realisatiestimulans ontvangen gemeenten een vaste bijdrage per gerealiseerde betaalbare woning. Daardoor kunnen veel projecten hun financiële tekorten al opvangen zonder aanvullende steun uit de Wbi. Alleen projecten met bijzondere gebiedsgebonden beperkingen, hoge publieke kosten of aanvullende kwaliteitseisen komen nog in aanmerking voor extra ondersteuning.
Aandacht Woningbouwimpuls verschuift naar complexere projecten
Daarmee verschuift de Woningbouwimpuls nadrukkelijk naar complexe projecten die zonder extra rijkssteun niet of slechts met grote vertraging van de grond zouden komen. Die koerswijziging was al aangekondigd bij de invoering van de vernieuwde regeling en de Realisatiestimulans.
Voor 2026 is inmiddels € 122 miljoen beschikbaar voor de Woningbouwimpuls. Na deze achtste tranche resteert nog circa € 44 miljoen. Dat geld wordt later dit jaar opnieuw opengesteld via een negende tranche, waarvan het loket naar verwachting op 15 september opent.
Beethoven Wonen moet Brainportgroei mogelijk maken
Een opvallend onderdeel van de Kamerbrief is de voortgang van de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (WMRE). Deze regeling maakt deel uit van Beethoven Wonen, het woningbouwprogramma waarmee het Rijk, de Metropoolregio Eindhoven, ASML en de provincie Noord-Brabant de enorme economische groei van Brainport willen ondersteunen met extra woningbouw.
Binnen Beethoven Wonen worden twee financiële sporen ingezet. De WMRE richt zich op publieke tekorten in de grondexploitatie, bijvoorbeeld voor infrastructuur, openbare ruimte, bodemsanering of stikstofmaatregelen. Daarnaast bestaat de privaat gefinancierde VEX-regeling voor projecten met een onrendabele top in de vastgoedexploitatie. Die regeling moet voorkomen dat betaalbare woningbouwprojecten van corporaties en ontwikkelaars stilvallen.
Regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven sterk onderbenut
De achtergrond is de uitzonderlijke groeidruk in de Brainportregio. In het kader van Project Beethoven zijn afspraken gemaakt over duizenden extra woningen bovenop de bestaande woondeals, om voldoende woonruimte te creëren voor werknemers, studenten en andere doelgroepen die nodig zijn voor de verdere ontwikkeling van de regionale economie.
Waar de eerste tranche van de WMRE nog overtekend was, blijft de belangstelling in de tweede ronde achter bij het beschikbare budget. Voor deze tranche was € 37,8 miljoen beschikbaar, maar gemeenten vroegen gezamenlijk slechts € 5,2 miljoen aan. Van de vier ingediende aanvragen werden er drie gehonoreerd. Daarmee wordt ruim € 4 miljoen ingezet voor ongeveer 300 woningen, waarvan 70 procent betaalbaar.
Volgens de minister is dat aanleiding voor extra ondersteuning. De Metropoolregio Eindhoven en het ministerie zijn inmiddels met alle 21 gemeenten in gesprek om beter te begrijpen waarom het beschikbare budget onvoldoende wordt benut en hoe gemeenten geholpen kunnen worden bij het voorbereiden van aanvragen. Voor de periode tot en met 2029 is nog ongeveer € 95 miljoen beschikbaar.
De verwachting is dat die aanvullende begeleiding zal leiden tot meer aanvragen in de derde tranche, die eveneens op 15 september van start gaat.
Kamer wil meer focus op starters en betaalbare koop
In de Kamerbrief reageert de minister ook op verschillende moties uit de Tweede Kamer. Zo vroegen de Kamerleden Van Dijk en Flach om de extra middelen uit de Woningbouwimpuls nadrukkelijker in te zetten voor starterswoningen. Daarnaast verzocht Kamerlid Nobel om projecten te prioriteren waarin minimaal 25 procent betaalbare koopwoningen wordt gerealiseerd.
Bredere evaluatie van het volledige financiële woningbouwinstrumentarium
De minister verbindt die discussie aan een bredere evaluatie van het volledige financiële woningbouwinstrumentarium. Daarbij wordt gekeken naar de samenhang tussen de Realisatiestimulans, de Woningbouwimpuls, de WMRE en andere regelingen voor specifieke doelgroepen en grootschalige woningbouwgebieden. De uitkomsten kunnen leiden tot een gerichtere inzet van rijksmiddelen en mogelijk tot aanpassing van bestaande regelingen. De Kamer ontvangt daarover na de zomer meer informatie.
Nationale Woningbouwkaart moet inzicht vergroten
Tot slot kondigt de minister aan dat vanaf juni ook de projecten die rijkssteun ontvangen via onder meer de Woningbouwimpuls, WMRE, Startbouwimpuls en het Volkshuisvestingsfonds zichtbaar worden op de onlangs gelanceerde Nationale Woningbouwkaart. Daarmee ontstaat volgens het ministerie voor het eerst één landelijk overzicht van woningbouwplannen, voortgang, woningtypen en rijksbijdragen. De bestaande Woningbouwimpuls-app van RVO verdwijnt daardoor.
Per saldo laat de Kamerbrief zien hoe het Rijk zijn woningbouwinstrumentarium verder differentieert. De generieke stimulering verloopt steeds meer via de Realisatiestimulans, terwijl de Woningbouwimpuls en de Brainportregeling WMRE zich nadrukkelijker richten op projecten die zonder extra publieke steun niet van de grond komen. Juist in financieel complexe gebiedsontwikkelingen moeten deze regelingen het verschil maken tussen plannen op papier en woningen die daadwerkelijk worden gebouwd.



