
De grondbank past in de bredere koers van het kabinet om meer centrale regie te voeren op de ruimtelijke ordening. In verschillende beleidsbrieven benadrukt het kabinet dat de beschikbare ruimte in Nederland steeds schaarser wordt en dat woningbouw, energievoorziening, natuur, landbouw, economie en defensie steeds vaker concurreren om dezelfde vierkante meters.
Volgens Boekholt-O'Sullivan kan een actieve grondpositie het verschil maken tussen jarenlang onderhandelen en daadwerkelijk realiseren. ‘Met deze grondbank kunnen we in Nederland sneller initiatieven realiseren zoals het bouwen van nieuwe huizen, kazernes en ruimte geven aan bedrijven en natuur. Door met deze nieuwe bank zelf grond te kopen, kunnen we sneller, slimmer en goedkoper de ruimte in ons land inzetten en benutten.’
Van versnipperd naar integraal
Het Rijk beschikt nu al over verschillende grondportefeuilles. Zo beheert het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de Nationale Grondbank voor landbouw- en natuurdoelen. Daarnaast beschikt het Rijksvastgoedbedrijf over een portefeuille van 2.000 tot 2.500 hectare ruilgrond die wordt ingezet voor urgente nationale opgaven.
De nieuwe grondbank moet uitgroeien tot een landelijk dekkende ruilgrondenportefeuille die verschillende rijksdoelen kan ondersteunen
Volgens het kabinet zijn deze bestaande grondvoorraden echter te beperkt van omvang en bovendien onvoldoende gespreid over het land. De nieuwe grondbank moet daarom uitgroeien tot een landelijk dekkende ruilgrondenportefeuille die verschillende rijksdoelen kan ondersteunen. Daarmee kiest het kabinet nadrukkelijk voor een integraler grondbeleid. Waar grondbanken traditioneel vaak zijn gekoppeld aan één sector, zoals landbouw, natuur of infrastructuur, moet de nieuwe voorziening juist inzetbaar worden voor meerdere ruimtelijke opgaven tegelijk.
Instrument voor de Nota Ruimte
De aankondiging komt op een moment waarop het kabinet werkt aan een nieuwe Nota Ruimte en de regie op de volkshuisvesting verder wil versterken. Het Rijk wil de woningbouwproductie opvoeren naar 100.000 woningen per jaar, nieuwe grootschalige woningbouwlocaties aanwijzen en tegelijkertijd ruimte reserveren voor andere nationale belangen.
Verdere verschuiving richting een actiever grondbeleid van het Rijk
In dat licht kan een grondbank een belangrijk uitvoeringsinstrument worden. Door gronden vroegtijdig te verwerven, kan het Rijk niet alleen speculatieve prijsstijgingen beperken, maar ook makkelijker gronden ruilen wanneer gebiedsontwikkelingen vastlopen op eigendomssituaties. Dat is bijvoorbeeld relevant bij grootschalige woningbouwlocaties, uitbreidingen van het elektriciteitsnet, water- en natuurprojecten of de zoektocht naar ruimte voor defensie.
Nog veel vragen open
Tegelijkertijd staat de grondbank nog nadrukkelijk in de ontwerpfase. Het kabinet moet de komende maanden uitwerken hoe de organisatie wordt ingericht, welke financiële middelen beschikbaar komen en onder welke voorwaarden gronden worden aangekocht en weer verkocht.
Ook de verhouding met bestaande provinciale en sectorale grondbanken vraagt nadere uitwerking. Verschillende provincies werken al jaren met eigen grondfondsen of ruilgrondconstructies voor natuurontwikkeling, landbouwtransitie en gebiedsontwikkeling. Het kabinet wil voorkomen dat de nieuwe rijksgrondbank daarmee gaat concurreren.
Actiever grondbeleid
De stap markeert een verdere verschuiving richting een actiever grondbeleid van het Rijk. Waar de nationale overheid zich decennialang vooral richtte op regelgeving en financiële stimulering, kiest het kabinet nu steeds nadrukkelijker voor instrumenten waarmee het ook daadwerkelijk invloed krijgt op de beschikbaarheid van grond.
Of de grondbank daadwerkelijk de door het kabinet gewenste versnelling gaat opleveren, zal afhangen van de omvang van de portefeuille en de bereidheid van grondeigenaren om mee te werken. Maar duidelijk is dat Den Haag de ruimtelijke ordening niet langer uitsluitend aan de markt en de medeoverheden wil overlaten. De grondbank moet een van de belangrijkste nieuwe instrumenten worden om nationale ruimtelijke ambities ook daadwerkelijk mogelijk te maken.
Binnenkort meer hierover


