Gemeente vreest stilvallende bouwtrein

Hardinxveld-Giessendam in de knel door provinciale regels

Gebiedsontwikkeling Omgevingswetgeving Woningbouw

Dronefoto van de plek waar 't Oog moet komen, met links de MerwedeLingelijn. Foto: Gemeente Hardinxveld-Giessendam
Auteur Marcel Bayer

04 juni 2026 om 17:35, Leestijd ca. 8 minuten


De woningbouwambities van Hardinxveld-Giessendam dreigen vast te lopen op het nieuwe ruimtelijke beleid van de provincie Zuid-Holland. Dat stellen wethouder Arjan Meerkerk en strategisch RO-adviseur Arnoud Spruijt. Terwijl de gemeente ruimte ziet voor 2.500 extra woningen en de eerste uitbreidingslocaties al bouwrijp worden gemaakt, dreigt volgens hen na de eerste fase van woningbouwlocatie Het Oog de ‘bouwtrein’ tot stilstand te komen. De kern van het conflict: een provinciale bescherming van het landschap die volgens de gemeente onvoldoende rekening houdt met de lokale werkelijkheid.

Dronefoto van de plek waar 't Oog moet komen, met links de MerwedeLingelijn. Foto: Gemeente Hardinxveld-Giessendam

De urgentie is volgens Meerkerk groot. In de regio bestaat behoefte aan ongeveer 16.000 woningen, terwijl er slechts 12.000 in de planning staan. Hardinxveld-Giessendam ziet zelf mogelijkheden om 2.500 woningen toe te voegen, zowel binnen- als buitenstedelijk.

‘Wij zijn ook in staat om dat te doen, omdat de bouwtrein nu loopt. Dus wij willen die bouwtrein ook graag een tandje versnellen en intensiveren,’ zegt wethouder Meerkerk. Volgens hem gaat het daarbij niet alleen om aantallen, maar ook om maatschappelijke en economische effecten.

‘We zien dat mensen hun leven uitstellen omdat ze geen eigen dak boven hun hoofd kunnen vinden. Met name bij jongeren zien we dat gebeuren.’ Tegelijkertijd vraagt de regionale economie om nieuwe werknemers, onder meer in de zorg, de maritieme sector en de maakindustrie.

'Wij willen die bouwtrein graag een tandje versnellen'

Spruijt wijst daarnaast op het bredere belang van woningbouw voor de gemeenschap. ‘Ook het sociale aspect speelt natuurlijk mee. De sociale samenhang, de brede welvaart waaraan we impuls willen geven.’

't Oog als breekpunt

De discussie concentreert zich rond ‘t Oog, een uitbreidingsgebied aan de rand van Hardinxveld-Giessendam, boven de MerwedeLingelijn. Voor de eerste fase van 170 woningen ligt de grond klaar en kan de bouw in 2027 beginnen. Uiteindelijk wil de gemeente hier 2.000 woningen realiseren. ‘Het zand ligt al gewoon op de plek waar de eerste 170 woningen komen’, aldus de wethouder. Op de vraag wat de provincie dan nog tegenhoudt, antwoordt hij veelzeggend: ‘De vraag stellen is hem beantwoorden.’

De provincie beschouwt het gebied als onderdeel van het te beschermen landschap

Volgens Meerkerk wringt het bij de provinciale omgevingsverordening, die deze week is aangenomen. De provincie beschouwt het gebied als onderdeel van het te beschermen landschap. Maar dat doet volgens de wethouder geen recht aan de feitelijke situatie.

Spruijt legt uit: ‘In Het Oog is feitelijk sprake van een hele versnipperde structuur met een bedrijventerrein in ontwikkeling, woningbouw in ontwikkeling, een naoorlogse wijk en de Betuweroute. Het heeft geen toekomstbestendige agrarische functie meer. Het probleem is de realiteit in ‘t Oog versus het beleid van de provincie.’

‘Geen straatje erbij’

De gemeente loopt dus vooral aan tegen de provinciale regels voor buitenstedelijke uitbreiding. Omdat Neder-Hardinxveld (het grootste deel van de gemeente, red.) door de provincie wordt aangemerkt als kern met meer dan 10.000 inwoners, kan de gemeente geen gebruik maken van de regeling ‘straatje erbij’, die juist bedoeld is om kleine uitbreidingen mogelijk te maken. ‘Dus voor ‘t Oog stopt na fase 1 de bouwtrein’, volgens wethouder Meerkerk.

Dat terwijl de gemeente juist stelt dat alle randvoorwaarden op orde zijn. Er ligt een door de gemeenteraad vastgestelde omgevingsvisie, de eerste ontwikkelkaders zijn uitgewerkt en er bestaat brede politieke en maatschappelijke steun. Meerkerk: ‘De hele gemeenteraad heeft met die plannen ingestemd. Wij willen en kunnen voldoen aan die randvoorwaarden. Maar in het voorliggende omgevingsbeleid komt het gewoon klem te zitten. Echt klem.’

Projectenkaart waarin duidelijk de verdere ontwikkeling van ’t Oog is weergegeven. Voor fase 1 Wonen geldt dat daar het zand er nu ligt. Beeld: Gemeente Hardinxveld-Giessendam

Maatwerk in plaats van kaartjes

Een terugkerend verwijt van meerdere Zuid-Hollandse gemeenten richting de provincie is dat deze gemeenten klem zet door rigide vast te houden aan planologische regels en niet in staat is om in gezamenlijk overleg maatwerkoplossingen te bedenken. 

Voor Hardinxveld-Giessendam geldt dat ook, zegt de wethouder. Hij is van mening dat de provincie te veel blijft uitgaan van abstracte beleidskaarten en huidig gebruik en te weinig rekening houdt met de feitelijke situatie op locatie, zoals met planologische bestemmingen die al onherroepelijk zijn, zoals fase 1 van ‘t Oog.

De provincie blijft te veel uitgaan van abstracte beleidskaarten en huidig gebruik en houdt te weinig rekening met de feitelijke situatie op locatie

‘Kijk, als we met dit plan nu het Groene Hart zouden aantasten, maar dat is niet het geval’, stelt Meerkerk. Spruijt wijst op de kaart en benadrukt dat de gemeente niet pleit voor ongebreidelde verstedelijking: ‘Het gebied wordt begrensd door bestaande infrastructuur, waaronder de Betuweroute. In de omgeving zijn al woningbouw en bedrijvigheid aanwezig. Het Oog is inmiddels een versnipperd gebied waarin agrarisch gebruik steeds minder toekomstperspectief heeft.’

De gemeente ziet ‘t Oog bovendien als meer dan alleen een woningbouwlocatie, benadrukt hij. ‘In de vastgestelde omgevingsvisie en de door de raad vastgestelde ontwikkelkaders is het gebied aangewezen als integrale uitbreidingslocatie voor wonen, bedrijvigheid en voorzieningen.’ De locatie is volgens de gemeente goed bereikbaar, sluit aan op bestaande infrastructuur en biedt kansen om nieuwe voorzieningen, zoals sportvelden en op termijn mogelijk een nieuw zwembad, op een logische plek onder te brengen. ‘Daarmee voorzien we in de voorzieningen die we als groeiende gemeente nodig hebben’, zegt de wethouder. Volgens hem laat de provincie in haar beoordeling te weinig meewegen dat hier al jarenlang planmatig wordt gewerkt aan een samenhangende gebiedsontwikkeling.

Regionale afstemming schiet tekort

Meerkerk wijst echter niet alleen naar de provincie. Ook de regionale samenwerking op de woningbouw houdt niet over. Volgens hem ontbreekt een scherp en gezamenlijk beeld van welke locaties daadwerkelijk snel realiseerbaar zijn en in welke volgorde deze ontwikkeld moeten worden. ‘Hebben wij nu voldoende regionaal afgestemd wat onze locaties zijn? Ik denk van niet.’ Volgens de wethouder zijn sommige gemeenten te veel met hun eigen projecten bezig. ‘Als we niet uitkijken, gaat ieder voor zich, terwijl intensieve samenwerking en afstemming nodig is voor het bereiken van resultaat.’

De regionale samenwerking op de woningbouwprogrammering houdt niet over

Op dat vlak ziet de wethouder juist een belangrijke taak voor de provincie. Niet alleen als bewaker van ruimtelijke kwaliteit, maar ook als regisseur van de regionale woningbouwprogrammering. ‘Daar mogen ze echt meer op sturen.’

Wat betreft het verschil van mening tussen provincie en gemeente over de woningbouwprogrammering lijkt de kou voor Hardinxveld-Giessendam uit de lucht. De sociale woningvoorraad is momenteel ongeveer 27 procent. De gemeente werkt met de nieuwe plannen toe naar 33 procent sociale huur, zodat de totale voorraad uiteindelijk boven de door de provincie gewenste 30 procent uitkomt.

Dreigend stilvallen van de bouw

De gemeente is nog steeds in gesprek met de provincie. Gedeputeerde Anne Koning bracht onlangs een bezoek aan Hardinxveld-Giessendam. Het gesprek verliep volgens Meerkerk constructief, maar dat lost het probleem niet op. ‘Zeker, dat was een prettig gesprek. Alleen in prettige gesprekken kun je niet wonen.’

Hoewel recente amendementen op de provinciale Omgevingsvisie volgens hem enige beweging laten zien, leveren die vooralsnog geen concrete ruimte op.

‘In prettige gesprekken kun je niet wonen’

Kernprobleem blijft het verschil van inzicht tussen provincie en gemeenten in Zuid-Holland over het buitenstedelijk bouwen. ‘We lopen bij de provincie vast op het ruimtelijk mogelijk maken van buitenstedelijk bouwen op plekken waar dat logisch is.’ Hij moet nog afwachten welk effect de amendementen hebben die door de Provinciale Staten zijn aangenomen en ruimte moeten geven aan bouwen in onbebouwde gebieden.

Wethouder Meerkerk zegt zich zorgen te maken over het bouwtempo.  ‘Als er niet op korte termijn iets verandert, komt de bouwtrein die nu nog rijdt tot stilstand. Dat zou niet alleen gevolgen hebben voor de lokale woningbouwproductie, maar ook voor de regionale opgave in de Drechtsteden en de bredere Zuid-Hollandse woningmarkt. En dat is voor ons als gemeente niet acceptabel.’

De gemeente overweegt daarom om woningbouwplannen verder uit te werken, ook als daarvoor nog geen provinciale planologische ruimte beschikbaar is. ‘Het is voor ons geen optie om die bouwtrein tot stilstand te laten komen. Dat is funest voor de productie.’

Casus met bredere betekenis

De discussie in Hardinxveld-Giessendam staat niet op zichzelf. Op meerdere plekken in Zuid-Holland worstelen gemeenten met de vraag hoe woningbouwversnelling zich verhoudt tot provinciale bescherming van landschap en open ruimte. De casus laat scherp zien waar de spanning zit: tussen generieke regels en lokaal maatwerk, tussen kaartbeelden en gebiedskennis, en tussen bestuurlijke zorgvuldigheid en de druk om snel woningen te realiseren.

In een brief aan Provinciale Staten, begin deze week, waarschuwde wethouder Arjan Meerkerk dat het voorgestelde provinciale omgevingsbeleid de verdere ontwikkeling van zowel ‘t Oog als Middenwetering blokkeert. Juist op locaties waar de gemeente al jarenlang op stuurt, grondposities heeft verworven en de eerste investeringen inmiddels zichtbaar zijn. Voor ‘t Oog ligt de voorbelasting al op zijn plaats en ook voor het naastgelegen bedrijventerrein zijn de voorbereidingen gestart.

Het debat kreeg deze week extra gewicht doordat minister Boekhout-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, zich in een brief ook rechtstreeks tot Provinciale Staten van Zuid-Holland richtte. Zij roept de provincie op om woningbouwlocaties die aantoonbaar bijdragen aan de nationale woningbouwopgave niet onnodig te blokkeren met provinciale regels. Daarbij maakte zij onderscheid tussen woningbouwprogrammering en het daadwerkelijk ruimtelijk mogelijk maken van nieuwe locaties.

Het provinciebestuur reageerde daarop door te benadrukken dat Zuid-Holland de woningbouwambities onderschrijft, dat de sociale woningbouwopgave in lijn wordt gebracht met nieuwe landelijke wetgeving en dat bescherming van landschap en open ruimte noodzakelijk blijft. Volgens Gedeputeerde Staten bieden de nieuwe regels bovendien voldoende ruimte voor maatwerk. Dat laatste wordt door Hardinxveld-Giessendam nog niet zo ervaren. De gemeente stelt dat de provincie in haar kaarten en regels te veel uitgaat van abstract beleid en te weinig van de feitelijke situatie ter plaatse.

Daarmee raakt deze Zuid-Hollandse casus aan een bredere vraag die momenteel in veel provincies speelt: hoe verhoudt de oproep van het Rijk om sneller en pragmatischer woningen te bouwen zich tot provinciale regels die zijn bedoeld om landschap, open ruimte en ruimtelijke kwaliteit te beschermen?

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord