Diederik Samsom: bereid je voor op een exponentiële toekomst
De meest prikkelende bijdrage kwam van Diederik Samsom. Hij plaatste de huidige politieke discussie over klimaat in historisch perspectief. Volgens hem beweegt de maatschappelijke aandacht voor klimaatverandering zich al decennia in golven: van Kyoto naar An Inconvenient Truth van toenmalig vice-president Al Gore, via de financiële crisis naar Greta Thunberg, en nu opnieuw een periode waarin het onderwerp minder prominent op de politieke agenda staat.
Maar, waarschuwde hij: 'De aandacht voor klimaatverandering is cyclisch. De klimaatverandering zelf is dat niet.' Juist nu voltrekt zich volgens Samsom een technologische revolutie die sneller gaat dan vrijwel iedereen had voorzien. Zonne-energie groeit vele malen sneller dan twintig jaar geleden werd voorspeld. Batterijen behoren tot de snelst groeiende technologieën ooit en ook waterstof en elektrolyse kunnen volgens hem onverwacht snel doorbreken.
'Plannen moeten robuust genoeg zijn om mee te bewegen met ontwikkelingen die nauwelijks voorspelbaar zijn'
Dat maakt de opgave voor de ruimtelijke ordening fundamenteel anders. Plannen moeten robuust genoeg zijn om mee te bewegen met ontwikkelingen die nauwelijks voorspelbaar zijn. Energie wordt steeds meer een ordenend principe, maar niemand weet precies welk energiesysteem uiteindelijk dominant zal worden. De uitdaging is daarom niet één toekomst te ontwerpen, maar ruimte te maken voor meerdere mogelijke toekomsten.
'Ruimtelijke ordening gaat uiteindelijk ook over mensen'
Tegelijkertijd waarschuwde Samsom dat de energietransitie niet alleen een technische opgave is. Europa staat volgens hem aan het begin van een industriële revolutie die groter is dan de drie vorige samen. Dat biedt enorme kansen, maar alleen als ook wordt geïnvesteerd in mensen en regio's die dreigen achter te blijven. 'Ruimtelijke ordening gaat uiteindelijk ook over mensen.'
Van visie naar gebiedsproces
Die nadruk op uitvoerbaarheid kwam ook terug in de deelsessie over de nieuwe handreikingen voor groenblauwe dooradering en overgangsgebieden binnen het programma Mooi Nederland.
De boodschap was nadrukkelijk dat het Rijk geen blauwdruk wil opleggen. De handreikingen zijn bedoeld als hulpmiddel voor gebiedsprocessen die vaak al lopen. Ze moeten overheden helpen om water, natuur, landbouw, klimaatadaptatie en recreatie beter met elkaar te verbinden.
Nieuw in de Handreiking Groenblauwe Dooradering 2.0 is een praktisch stappenplan, aangevuld met een uitgebreide kennisbank en praktijkvoorbeelden.
Voor overgangsgebieden - actueel in verband met de stikstofplannen van kabinet-Jetten - is een vergelijkbare werkwijze ontwikkeld. Die begint met het bepalen van de projectscope en het aansluiten bij initiatieven uit het gebied zelf. Vervolgens wordt het gebied integraal in beeld gebracht met een waardenkaart, waarna opgaven worden geprioriteerd en vertaald naar mogelijke ontwikkelrichtingen en ruimtelijke inrichtingsconcepten. Uiteindelijk moet dat uitmonden in een gebiedsvisie met een uitvoeringsagenda.
De nadruk ligt daarmee niet op nieuwe beleidsstukken, maar op instrumenten die gebiedspartijen daadwerkelijk kunnen gebruiken.
De praktijk is weerbarstig
Juist tijdens de deelsessies bleek ook hoe ingewikkeld de uitvoering soms is. Een deelnemer uit Sint-Michielsgestel bracht de discussie over lelieteelt en gewasbeschermingsmiddelen in. Volgens haar voelen bewoners zich regelmatig tussen overheden heen en weer gestuurd, terwijl gemeenten verwijzen naar overleg tussen bewoners en boeren. Het voorbeeld onderstreepte dat ruimtelijke ordening uiteindelijk landt in concrete maatschappelijke conflicten waarin bewoners, agrariërs en overheden gezamenlijk tot oplossingen moeten komen.
'Ruimtelijke ordening gaat niet alleen over hectares'

De minister spreekt de zaal toe: 'Ik wil u kunnen aanspreken op de uitvoering. Wij (als Rijk, MB) bouwen geen woningen en leggen geen bedrijventerreinen aan.' Foto: Marcel Bayer
Minister: 'U mag mij afrekenen op keuzes'
Tijdens de plenaire afsluiting sloot minister Elanor Boekholt-O'Sullivan nadrukkelijk aan bij de oproep tot meer uitvoeringskracht. Ze verwees naar de eeuwenlange Nederlandse traditie om water tot in detail te organiseren. Diezelfde bestuurlijke daadkracht is volgens haar nu nodig voor de grote ruimtelijke opgaven.
'Ruimtelijke ordening gaat niet alleen over hectares,' stelde zij. 'Het gaat over waar mensen zich thuis voelen, waar kinderen veilig naar school kunnen fietsen, waar buren naar elkaar omzien en waar vrouwen zich ook buiten veilig voelen.'
'Beleid krijgt pas betekenis wanneer inwoners het dagelijks ervaren'
De minister benadrukte dat beleid pas betekenis krijgt wanneer inwoners het dagelijks ervaren. 'Beleid wordt niet duidelijk als de Nota Ruimte verschijnt, maar als een kind veilig naar school fietst.'
Volgens haar vraagt de huidige woningbouw-, natuur- en klimaatopgave om duidelijke keuzes. 'Bij urgentie, nood en crisis organiseer je geen eindeloze gesprekken. Dan bepaal je een koers.' Die bestuurlijke duidelijkheid koppelde zij ook aan haar eigen verantwoordelijkheid.
'U mag mij afrekenen op keuzes'
Tegelijkertijd legde zij de bal nadrukkelijk ook bij provincies, gemeenten en uitvoerende partijen. 'Ik wil u kunnen aanspreken op de uitvoering. Wij bouwen geen woningen en leggen geen bedrijventerreinen aan.'
In dat kader kondigde zij aan dat het Rijk naast de 21 bestaande grootschalige woningbouwlocaties nog tien nieuwe locaties aanwijst. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar gebieden waar relatief weinig belemmeringen bestaan op het gebied van water, stikstof en infrastructuur.
Consistentie als grootste opgave
Tijdens de afsluitende discussie vroeg dijkgraaf Mario Jacobs (Aa en Maas) hoe nieuw rijksbeleid straks voortdurend aan de praktijk wordt getoetst. Volgens Boekholt-O'Sullivan hoort zij overal dezelfde boodschap terug: zorg voor continuïteit. 'Ik hoor overal de roep om consistentie. Ga ervan uit dat afspraken ook worden nagekomen. Als de Nota Ruimte straks is vastgesteld, moeten we die ook daadwerkelijk als leidraad gebruiken.'
Daarmee eindigde de Dag van de Ruimtelijke Ordening met misschien wel de belangrijkste conclusie van de dag: de discussie gaat niet langer over óf ruimtelijke ordening terugkeert, maar over de vraag of overheden erin slagen de gemaakte keuzes jarenlang consequent vast te houden en daadwerkelijk uit te voeren.



