Advertentie
Archief

Barneveld bouwt met slim gebruik wetgeving

Auteur ROmagazine.nl

20 november 2014 om 06:37, Leestijd ca. 7 minuten


Tegen de vierhonderd opgeleverde woningen vorig jaar, en ook voor volgend jaar weer zo’n zelfde aantal; de woningbouw in de Gelderse gemeente Barneveld gaat gestaag door. Zeker in deze tijd is dat opmerkelijk. Het geheim: vooroverleg met initiatiefnemers, het planatelier en slim inzetten van planologisch instrumentarium. Zo is Barneveld enthousiast over de gemeentelijke coördinatieregeling.

NUABafbeeldingApeldoorn Het motto van deze artikelenreeks is dat er met bestaande wet- en regelgeving al heel veel kan om gewenste ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Vaste onderwerpen zijn: vroegtijdig om de tafel met de initiatiefnemer, integraliteit bij de boordeling, snellere besluitvorming met behoud van rechtszekerheid. In Barneveld wordt met al deze aspecten duidelijk vooruitgang geboekt, getuige de voortvarende aanpak van plannen en initiatieven. Al nuanceert Jolmer de Goeij, senior jurist/planoloog bij de afdeling Leefomgeving, meteen de bouwprestaties. ‘Vorig jaar 376 , volgend jaar ongeveer 400 woningen. Die hoge aantallen halen we vooral in de uitleggebieden ten zuiden van de kernen Barneveld en Voorthuizen, waar we als gemeente als partner bij betrokken zijn. Toch zien we wel degelijk resultaat van ons beleid om particuliere initiatieven beter te begeleiden. Door met vooroverleg meer tijd te nemen in de fase van het vooronderzoek. Samen met de vergunningaanvrager bekijken we de haalbaarheid van de plannen. Eerst op ambtelijk niveau, later in ons planatelier.’ Planatelier In het planatelier van Barneveld zijn alle relevante disciplines voor de leefomgeving en ruimtelijke ordening binnen de gemeente vertegenwoordigd. Na een eerste toets van de vergunningaanvraag of het plan kijken de betrokken ambtenaren samen in één keer naar het plan. ‘Niet altijd allemaal, maar afhankelijk van de aanvragen of de plannen bekijken we wekelijks wie er bij moeten zitten’, legt De Goeij uit. ‘In toenemende mate vragen we de initiatiefnemer om meteen aan te schuiven. In het formulier bij het vooronderzoek geven we die optie al aan.’ Hij noemt het ‘pure winst’ als in aanwezigheid van de aanvrager meteen duidelijk kan worden gemaakt waarom iets kan of niet kan. Jolmer de Goeij: ‘Je merkt gewoon dat mensen het als prettiger ervaren als ze mondeling uitleg krijgen. Het biedt bovendien meteen kans om de alternatieve opties en volgende stappen te bespreken.’ Zoals in het geval van het plan om een voormalig bedrijventerrein aan de Lunterseweg met woningen te bebouwen. De initiatiefnemer wilde er aanvankelijk 40 bouwen. In het planatelier hebben de ambtenaren meteen aangegeven dat 25 woningen het absolute maximum is, dat het plan verder uitgewerkt moet worden, met onder meer veel meer groen. Ook is de initiatiefnemer verteld dat de bouw sowieso niet voor 2018 kan plaatsvinden. ‘We willen niet in één keer teveel woningen op de markt brengen’, legt De Goeij uit. ‘Er zit nog wat nieuwbouw in de planning, onder andere in een wijk er vlak tegenaan. Voor de initiatiefnemer valt dit wat tegen, maar hij accepteert het en weet nu tenminste wat er wel kan en wanneer.’ Coördinatieregeling De werkwijze van Barneveld is precies wat Rudi Minkhorst, advocaat bij Poelmann van den Broek, graag van de gemeentelijke overheid ziet. Hij adviseert doorgaans vooral de ontwikkelende partijen, maar is voor Gemeente Barneveld sparringpartner om de planologische procedures sneller en efficiënter te krijgen. Hij voegt er aan toe dat het op tijd betrekken van de omgeving aanzienlijk verschil kan maken. ‘Ga op tijd met de bewoners in de buurt om de tafel. Laat het niet aankomen op de publicatie. Als je toch bezwaren vanuit de buurt verwacht, dan wordt het toch interessant om de coördinatieregeling in te zetten. Je laat de procedures voor het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning dan gelijktijdig naast elkaar lopen.’ [caption id="attachment_7395" align="aligncenter" width="650"]Verbeelding van bestemmingsplan Apeldoornsestraat-Sportparkstraat. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een complex met 21 appartementen (voor senioren) en een commerciële ruimte (makelaarskantoor). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de beroepen tegen de gecoördineerde besluiten ongegrond verklaard op 15 oktober 2014. Beeld Gemeente Barneveld Verbeelding van bestemmingsplan Apeldoornsestraat-Sportparkstraat. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een complex met 21 appartementen (voor senioren) en een commerciële ruimte (makelaarskantoor). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de beroepen tegen de gecoördineerde besluiten ongegrond verklaard op 15 oktober 2014. Beeld Gemeente Barneveld[/caption] In Barneveld werd de coördinatieregeling, zoals in veel gemeenten, in eerste instantie ingezet om een gewenste ontwikkeling vlot te trekken. Dat gebeurde bijvoorbeeld in het geval van een appartementencomplex in de kern Voorthuizen, waar de plaatselijke woningstichting al langere tijd mee bezig was. ‘Er bestaat in de gemeente Barneveld een behoorlijke behoefte aan seniorenwoningen, dus daar wilden we wat vaart achter zetten’ aldus Jolmer de Goeij. Inmiddels is de toepassing van de coördinatieregeling in Barneveld zo langzamerhand vrij gebruikelijk als er op zeker een bestemmingsplanprocedure nodig is. ‘Om tijd de winnen’, verklaart De Goeij. ‘Het mes snijdt aan twee kanten. We hebben veel tijdswinst in de laatste fase van de procedure, oplopend tot zo’n 25 maanden, omdat we de procedures voor bestemmingsplan en omgevingsvergunning niet opeenvolgend maar gelijktijdig laten lopen. We merken bovendien dat we door intensievere samenwerking met initiatiefnemer in het planatelier ook aan de voorkant tijd winnen. Door onze beoordeling mondeling toe te lichten en uit te leggen zien we dat er vervolgens minder fouten in de ontwerpen en procedures worden gemaakt. Er hoeft dus minder werk over.’ Flexibiliteit De nieuwe regels voor vergunningvrij bouwen per 1 november gaan veel meer ruimte bieden en vooral flexibiliteit, verwacht Jolmer de Goeij. Bij de aanpak van de leegstand gaat de wijziging van het Besluit omgevingsrecht (Bor) verschil maken, denkt hij. Bij grotere ontwikkelingen blijft het een uitdaging om te laveren in het spanningsveld tussen de wens van meer flexibiliteit en de rechtsbescherming van burgers en ondernemers. De Goeij: ‘In z’n algemeenheid is iedereen het erover eens dat het beter is om het globaal en flexibel te regelen, zodat niet bij elk wissewasje een nieuwe planologische maatregel nodig is. Maar wordt het concreet en maak je een globaal bestemmingsplan naast een bestaande woonwijk, dan merk je dat de gemeenteraad terughoudend wordt. Dit jaar heeft de raad de kadernotitie voor flexibele bestemmingsplannen vastgesteld. De ervaringen zijn nog mondjesmaat. [caption id="attachment_7396" align="aligncenter" width="650"]Verbeelding van bestemmingsplan Apeldoornsestraat-Sportparkstraat. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een complex met 21 appartementen (voor senioren) en een commerciële ruimte (makelaarskantoor). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de beroepen tegen de gecoördineerde besluiten ongegrond verklaard op 15 oktober 2014. Beeld Gemeente Barneveld Verbeelding van bestemmingsplan Apeldoornsestraat-Sportparkstraat. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een complex met 21 appartementen (voor senioren) en een commerciële ruimte (makelaarskantoor). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de beroepen tegen de gecoördineerde besluiten ongegrond verklaard op 15 oktober 2014. Beeld Gemeente Barneveld[/caption] Wij zijn van plan om mei volgend jaar te evalueren en dan hopen we in beeld te hebben hoe het omgaan met globale bestemmingsplannen in de praktijk uitpakt.’ Onbekendheid met de mogelijkheden, maar vooral de angst om los te laten en terughoudendheid vanwege wat er allemaal moet worden onderzocht; ziehier de voornaamste redenen voor gemeenten om nog niet vaak met flexibele bestemmingsplannen te werken, signaleert Rudi Minkhorst. ‘Flexibiliteit kun je op verschillende manieren vormgeven. Direct een bestemming opnemen die veel ruimte laat, of werken met mogelijkheden voor uitwerkings of wijzigingsbepalingen. In de praktijk vind ik het niet zo veel uitmaken. Je moet altijd zorgen voor een goede onderbouwing, met name waar het gaat om het voldoen aan het criterium van goede ruimtelijke ordening. Dus goed nadenken over wat kan of niet kan in die omgeving.’ Marcel Bayer
Gerelateerde Artikelen
Link gekopieerd naar klembord