Bescherming van leven en welzijn

| 2 september 2021

Er gaat tot zeven miljard euro naar het klimaat, blijkt uit de Prinsjeslek. Zijn leven en welzijn van de Nederlander daarmee voor nu en straks geborgd, vraagt Bas van Horn zich af.

Volgens het eerste Prinsjeslek gaat er zes tot zeven miljard extra naar klimaat. Moet van de Hoge Raad vanwege het Urgenda-vonnis. Vijfentwintig procent minder CO2 uitstoot in 2020 dan in 1990 het geval was. Dat is niet gehaald en dat moet alsnog. De Hoge Raad beroept zich – net als eerder de Haagse Rechtbank en het Haags Gerechtshof – op het VN Klimaatverdrag en ‘de rechtsplichten van de Staat tot bescherming van het leven en het welzijn van de burgers van Nederland’.

Een activistische klimaattraditie

Het geld gaat naar subsidies voor duurzame energieproductie (lees: wind en zon), isolatieprogramma’s, elektrisch rijden, een remake van de campagne voor Het Nieuwe Rijden en de aansporing om vooral de banden op spanning te houden. Vraag is natuurlijk: zijn leven en welzijn van de Nederlander daarmee voor nu en straks geborgd? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Ik kan me zo voorstellen dat bewoners van deze zomer door overstromingen geteisterde gebieden in Duitsland, België, ons eigen Limburg en in het bijzonder Valkenburg wel een betere besteding van de miljarden kunnen verzinnen om hun ‘leven en welzijn’ te beschermen. En dat geldt ook voor alle bebouwde beekdalen, buitendijkse woonwijken, slecht afgewaterde polders en ziekenhuizen met de noodaggregaat in de kelder die nu door pure mazzel gespaard zijn gebleven.

Dat we er zo niet tegenaan kijken heeft te maken met de activistische klimaattraditie. Bij de Conference of the Parties (COP) is het al dertig jaar vijf voor twaalf. Dat begon met de ‘Earth Summit’ in Rio de Janeiro in 1992. Sindsdien gaan we ervan uit dat de mens minstens medeschuldig is aan de opwarming van de aarde. Afspraken om daar iets aan te doen worden vastgelegd in protocollen (Kyoto) en verdragen (Parijs). Ieder jaar bekijkt de COP hoe het met de afspraken staat en welke nieuwe afspraken nodig zijn.

De klok stilgezet

Die afspraken zijn geen sinecure, want het moet effectief, evenredig en vooral eerlijk. De rijke landen hebben het met hun uitstoot verpest en moeten nu dan ook maar voor de belangrijkste kosten opdraaien. De vervuiler betaalt, de zwaarste lasten op de sterkste schouders enzovoorts. Mag dat betekenen dat de Chinezen en vervolgens de Afrikanen het klimaat nog een laatste zetje geven, omdat ze nog zoveel in te halen hebben?

En dat gaat alleen nog maar over wie er iets moet doen. Bovendien zijn het geen landen die broeikasgassen uitstoten maar industrieën, de landbouw, het verkeer en iedere sterveling die rijk is of uit de armoe gered en eindelijk ook eens lekker uitstoot.

Nog een wonder dat er concrete afspraken per land gemaakt zijn in het verdrag van Parijs uit 2015. Een set van afspraken die – mits nagekomen – in theorie de opwarming binnen de twee en het liefst anderhalve graad gaat houden.

Om er de moed in te houden is de klok dus al lang geleden stilgezet op vijf voor twaalf. Dat moest ervoor zorgen dat we haastig aan de slag zouden gaan en met de schrik vrij zouden komen. Als we gingen inzien dat onze economie van verspilling en consumentisme niet langer houdbaar is en we ons zouden bekeren tot een sobere levensstijl van minder vlees, recycling en upcycling, dan was er nog hoop.

Over de rand kijken

Inmiddels weten we allang dat daar het probleem noch de oplossing ligt. Het arme deel van de wereld groeit en wordt minder extreem arm, het rijke en het minder arme deel begint zich zorgen te maken over krimp van de bevolking. Netto blijft het wereldenergiegebruik voorlopig fors toenemen, net als het gebruik van fossiele brandstoffen en andere grondstoffen.

Het is kennelijk nog altijd geen reden om de klok van vijf voor naar vijf over twaalf te zetten. Geen reden om over de rand te kijken en een flink deel van de extra klimaatmiljarden te besteden aan klimaatadaptaties om kwetsbare mensen, gebieden en economieën te beschermen tegen de klimaatgevaren die nu acuut zijn in plaats van alles in te zetten op wereldomspannende transities die nauwelijks kunnen slagen of alleen met middelen die gelukkig nog bijna niemand hardop durft uit te spreken. Dat van die ‘rechtsplichten van de Staat tot bescherming van het leven en welzijn van de Nederlandse burger’, daar moeten we het nog eens over hebben.

Door Bas van Horn, publicist en adviseur voor de fysieke leefomgeving