Commentaar: Nimby 3.0 en een dralende overheid

| 29 april 2022

Geen megadatacentra en geen grote distributiebedrijven meer, grote CO2-uitstoters versneld sluiten of dwingen tot opschonen van hun activiteiten, geen nieuwe generatie reuzenwindmolens op land, Schiphol afknijpen en de opening van Lelystad Airport blokkeren, Tata Steel liefst sluiten, stikstofpiekbelasters zo snel mogelijk uitkopen, geen gaswinning meer uit onze ondergrond en al helemaal geen ondergrondse opslag van CO2. We leven in een samenleving die wel de lusten maar steeds minder de lasten wenst te dragen van onze economische ontwikkeling. Dat stelt de overheid voor een megadilemma.

Door Marcel Bayer, hoofdredacteur ROm. ROm is voor ambtenaren en bestuurders-politici in het fysieke domein. Meld u hier aan voor een thuisabonnement voor het maandelijkse papieren of digitale magazine

De lijst van economische activiteiten die hun langste tijd volgens velen hebben gehad, groeit zienderogen. We weten in dit land heel goed wat we niet willen. En kunnen goed verwoorden waarom en waar we naartoe willen als het gaat om gezond- en goed leven, schoon water en schone lucht dus, met een rijke natuur en behoud van ons mooie landschap.

Heel anders ligt dat met de vraag hoe we dat dan gaan realiseren. Twee voorbeelden. Hoe kunnen we de fossiele economie verduurzamen, terwijl deze moet blijven draaien in een wereld die aardig onvoorspelbaar is geworden; klimatologisch én politiek. En hoe kunnen we de voedselproductie hervormen, zodat we voedselzekerheid kunnen garanderen zonder de natuur en onze gezondheid er mee te belasten.

Strenge regels

We zijn in ruim vijf decennia tijd een samenleving geworden met uitgesproken mondige burgers en een teruggetreden overheid. De democratisering en liberalisering van de samenleving zijn processen die niet gelijk op zijn gegaan. De eerste dateert vanaf de jaren zestig, juist in een tijd dat een krachtige overheid ons door de crises (olieboycot, recessie) van toen moest loodsen. De tweede zette stevig in tijdens de overvloedige jaren negentig. In een wereldwijde beweging, mede gestimuleerd door het einde van de Koude Oorlog en ongekende economische groei in het Westen en het Oosten, kreeg het marktdenken de overhand. Ongekend vooruitgangsoptimisme maakte zich meester van overheid en burgers.

Ondertussen was er ter bescherming van onszelf, de flora en de fauna een robuust bouwwerk van milieuwetten en -regels opgetuigd. Dankzij de tomeloze energie en onverzettelijkheid van milieu- en natuurorganisaties, en door ijverige, goedbedoelende ambtenaren en verlichte bestuurders. Daar was alle reden toe. Tijdens de industrialisering en de naoorlogse wederopbouw had vrijwel niemand zich drukgemaakt om ons leefmilieu. Groeiende afvalbergen van de consumptiemaatschappij, vervuiling van water, bodem en lucht, met alarmerende berichten over zure regen en gifschandalen lieten zien dat het zo niet kon doorgaan.

Mondige burgers

Het maatschappelijk middenveld dat zich bezighoudt met de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving werd met die ontwikkeling een factor van betekenis, en een teken van kracht in een volwaardige democratie. Burgers zijn niet alleen mondiger, maar ook assertiever geworden. Ongetwijfeld zal het tanende vertrouwen in de overheid daar een rol bij spelen.

Daarnaast zijn burgers kundiger geworden; het resultaat van onze kennissamenleving én van de vergrijzing. Bij tal van ruimtelijke issues zie je hoogopgeleide senioren, veelal met een carrière bij de overheid, het bedrijfsleven of in de wetenschap achter de rug, in de frontlinie van het verzet tegen de aantasting van ons leefmilieu, en vooral het overtreden van de regels. Zij zitten aan tafel bij of procederen tegen provinciale en gemeentelijke plannen en vergunningverlening, sinds de vorige kabinetten het zwaartepunt van het ruimtelijk beleid naar die overheidsniveaus toe heeft geschoven. Maar die hebben er de menskracht en kennis van zaken onvoldoende voor. De omvang van de problemen is te groot geworden om over te laten aan provincies en gemeenten.

Cruciaal keerpunt

Hoe verhouden de megakwesties die om een oplossing vragen en de belangen die ermee zijn gemoeid zich met de weerstand bij maatschappelijke organisaties en betrokken burgers tegen vrijwel elke ingrijpend ruimtelijk initiatief?

De ruimtelijke implementatie van de regionale energiestrategieën is illustratief. Op een paar uitzonderingen na stagneert die volledig. Terwijl we wel met z’n allen duurzame energie willen.

Hetzelfde zien we bij de data- en distributiecentra. We bestellen massaal digitaal onze producten en gebruiken steeds meer apps om er ons dagelijkse leven gemakkelijker mee te maken. Maar we willen geen ‘dozen’ in ons blikveld, verafschuwen de wildgroei van bezorgdiensten en de energie slurpende megadatacenters. We verlangen van onze grote industrieën en energiecentrales bij wijze van spreken dat ze morgen schoon produceren, ook nog nu grondstoffen- en energiestromen moeten worden verlegd.  

Een kenniseconomie zonder negatieve omgevingseffecten is niet denkbaar. Of willen we alle vervuilende bedrijvigheid naar het buitenland verplaatsen? Afgezien van het feit dat dit erg elitair en asociaal overkomt, is het de vraag of dat ‘buitenland’ daar op zit te wachten. Ook daar zijn mondige burgers en zitten overheden in hetzelfde schuitje. Kortom, hoe we voorbij de lusten en de lasten-discussie komen, is een kernvraag bij de oplossing van veel economische en dus ook ruimtelijke kwesties.

Onder druk wordt alles vloeibaar. We zien het bij de Groningers, die gegeven de omstandigheden welwillend staan tegenover het tijdelijk opvoeren van de gaswinning. Is wat meer realisme en flexibiliteit ook niet nodig op al die ruimtelijke dossiers waar tegenstanders zich ingraven met verwijzing naar bestaande regels en afspraken.

Het is de taak van overheden om daarop te wijzen en te zorgen voor een evenwichtige verdeling van lusten en lasten.

Algemeen belang

De crisis kan daarbij gezien worden als kans. Zeker, maar er speelt nu zoveel tegelijkertijd dat we prioriteiten moeten stellen, met doorzettingsmacht waar dat nodig is in het algemeen belang. Dat laatste vanzelfsprekend gelegitimeerd door onze gekozen volksvertegenwoordigers. Het vraagt de nodige bestuurlijke stuurmanskunst om de noodzakelijke ontwikkelingen te realiseren zonder een volksopstand te creëren. Het vraagt vooral een overheid met kennis van zaken en een visie waar we naartoe gaan.

Met meer regie en geld alleen gaat het niet lukken. We staan als samenleving op een cruciaal keerpunt in de geschiedenis vanwege de klimaatverandering en geopolitieke verhoudingen. De klimaatverandering is in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) uitvoerig meegenomen, alhoewel het nog steeds wachten is op de uitvoeringsagenda. De abrupt veranderde geopolitieke verhoudingen in Europa na de Russische inval in Oekraïne vragen om nieuwe strategische economische en dus ook ruimtelijke keuzes. Dat heeft gevolgen voor onze leefomgeving, en niet alleen positieve. Daar moeten we dan misschien maar mee leren leven, in het belang van ons allemaal.