De aarde koel houden

| 18 november 2021

Overtuigingskracht is nodig als we kijken naar de noodzakelijke maatregelen voor de huidige klimaatopgave. Taal, beeld en tijd spelen hierbij een belangrijke rol. De komende eeuwen zal er wereldwijd land onder water verdwijnen. Op de recente wereldwijde klimaattop in Glasgow is voor het eerst benoemd dat fossiele brandstoffen (olie, gas en kolen) de belangrijkste oorzaak zijn voor het opwarmen van onze aarde en hiermee stijging van onze zeespiegel. Op het laatste moment is er voor het Klimaatakkoord, onder druk van China en India een switch gemaakt van het stoppen met fossiele brandstoffen naar het verminderen van het gebruik van steenkool. Terecht gaven sommige landen aan teleurgesteld te zijn met deze uitkomst. Toch waren er ook positieve geluiden te horen. Zo wordt in het gesloten akkoord aan landen gevraagd om eind volgend jaar met betere klimaatplannen te komen, iets wat officieel pas over vijf jaar zou hoeven.

Projecties van de zeespiegelstijging uit het IPCC-rapport over oceanen en de cryosfeer

Naast taal speelt beeld een belangrijke rol om de aanpak van de klimaataanpak in beweging te brengen. In bovenstaand kaartje zien we twee door het IPCC opgestelde scenario’s voor de mondiale zeespiegelstijging op basis van een lagere en hogere CO2 uitstoot. Hierbij komen wetenschappers voor 2100 uit op een gemiddelde stijging van het zeeniveau van 30 tot 60 centimeter en in een extreme variant op 60 tot 110 centimeter. Mochten de broeikasgassen in de atmosfeer fors toenemen schatten ze het wereldgemiddelde voor 2300 op 2,3 tot 5,4 meter! Als het lukt om deze eeuw de uitstoot naar nul te brengen kan de zeespiegelstijging beperkt blijven tot 1 meter in 2300.

In 2050 wordt voor de Nederlandse kust al een stijging tussen de 15 en 35 centimeter verwacht


De zeespiegelstijging is echter niet overal gelijk. In 2050 wordt voor de Nederlandse kust al een stijging tussen de 15 en 35 centimeter verwacht. In 2100 is de bandbreedte 35-85 centimeter. En voor 2300 gaat men uit van een stijging van 1 tot 2,5 meter. Wat betekent dit voor de ruimtelijke inrichting van ons land? Hoogleraar transitiekunde en duurzaamheid Jan Rotmans (Erasmus Universiteit Rotterdam) heeft hierover recent het boek Omarm de chaos gepubliceerd. Centraal daarin staat de vraag hoe we tot een klimaat, sociaal en technologische veilig land te komen. Gijs van den Boomen (Kuiper Compagnons) is gevraagd om deze maatschappelijke uitdagingen te verbeelden in een kaart. Hoe zou Nederland er in 2121 uit kunnen zien?

Het Blauwe Hart, vrij naar Jan Rotmans. Bron KuiperCompagnons, NRC.

De kaart brengt drastische maatregelen in beeld. Het speelt in op risico’s zoals droogte en stormen met zware windkracht. Wat betekent dit voor onze zeewering? Wat als de primaire waterkeringen breken? Waar en hoe Nederland dan onderstroomt is te zien op de site atlasleefomgeving. De kans dat Nederland er over een eeuw zo uitziet lijkt me klein, maar het maakt mensen wel bewust van de ruimtelijke impact van klimaatverandering. Het biedt inspiratie voor mogelijke oplossingsrichtingen maar schept ook onrust. Volgens Rotmans niet vreemd in onze huidige onrustige wereld.

Om de aarde koel te houden is af en toe een ‘frisse wind’ onvermijdelijk


Het is gelukkig, zou ik willen zeggen dat het niet de eerste kaart van Nederland is waarbij gekeken is naar mogelijke oplossingsrichtingen bij de klimaatverandering op de inrichting van ons land. Zo publiceerde de Universiteit van Wageningen in 2020 ook een toekomstbeeld, gebaseerd op uitkomsten van diverse ontwerp- en discussiesessies en wetenschappelijke kennis. Op deze kaart zien we meer bos, brede bekkens van rivieren met groenbuffers om hoogwaterpieken op te vangen en groen rond de steden. Dit om de biodiversiteit, verkoeling en recreatiemogelijkheden te vergroten.

Nederland in 2120. Bron Wageningen University & Research

Naast taal en beeld is tijd een belangrijke factor om mee te nemen in de aanpak van de klimaatopgave. Er zijn genoeg voorbeelden die laten zien dat drastische maatregelen tot onrust en protest leiden en veel tijd nodig hebben. De aanleg in de middeleeuwen van de 126 kilometer lange Westfriese Omringdijk nam bijna een eeuw in beslag. Recente waterprojecten zoals de Hedwige Polder in Zeeuws-Vlaanderen illustreren nog maar eens dat ingrijpende ingrepen tijd nodig hebben. Hier zien we een immer durend juridisch verzet voor het ontpolderen. En de politieke koers voor de ingrijpende transformatie van agrarische gebieden zal ook nog wel even duren.

Democratische besluitvorming is een traag proces. Laat dit voor de komende eeuw niet langzamer worden dan de effecten van klimaatverandering. Taal, verbeelding en tijdruimte zijn belangrijke middelen om burgers mee te nemen in mogelijke en noodzakelijke maatregelen voor een toekomstbestendig Nederland. Om de aarde koel te houden is af en toe een ‘frisse wind’ onvermijdelijk. Met als boodschap dat we staan voor keuzes met een groot ruimtelijke impact waar we ook op de (zeer) lange termijn de vruchten van kunnen plukken.

Door Agnes Franzen, strategisch adviseur bij de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling (SKG) en TU Delft

Inspiratie voor taal, beeld en ruimte is ook te vinden in het net verschenen boek van Riek Bakker: De ruimte van Riek – bouwend aan Nederland – Uitgever Boom