De bakker is dood, leve de bakker. Over corona en detailhandel

| 12 augustus 2021

De combinatie van winkel en website is het nieuwe ondernemersmodel. Dat vergt voor de winkel zelf een transformatie, analyseert Jos Gadet naar aanleiding van een bezoek aan de Belgische bakker.

Een paar dagen Tongeren eind juli en twee verschillen tussen Nederland en België vallen meteen op. Met de ruimtelijke ordening is het in België nog steeds bedroevend gesteld, maar wat betreft het opstellen en naleven van de coronamaatregelen vertonen onze zuiderburen een veel hogere beschavingsgraad dan wij Nederlanders. Toch belemmert dat laatste geenszins een mooie vakantie en deelname aan het publieke leven in Belgische Limburg. Terrassen, restaurants, winkels: mondkapjes en afstand, maar vriendelijke gezelligheid.

Maar ook hier versnelt corona processen die al langer gaande zijn. Bij aankomst in Tongeren snel op het internet kijken waar in ‘onze’ buurt een bakker op loopafstand is. Want Belgisch brood is een andere reden om met plezier de grens over te steken. We laten de Carrefour buiten beschouwing en wandelen de volgende ochtend in enkele minuten naar de Grote Markt waar er een rij voor de bakker staat.

Hoopvol zetten we onze mondkapjes op en wachten geduldig in de klantenfile op straat. Het brood valt verschrikkelijk tegen en na drie dagen ‘ontdekken’ we bij toeval een ambachtelijke bakkerij twee straten verderop waar we getrakteerd worden op overheerlijk brood en verrukkelijke fruitvlaaitjes. Maar er zijn amper nog klanten in deze winkel, en allen zo op het oog ouder dan 50. Teruglopend naar ons appartement lopen we langs de rij wachtenden voor de andere bakkerij, en schudden ons hoofd. Daar zo lekker, hier zo druk. Hoe kan dat?

De ambachtelijke bakker stond niet op internet! De bakker en zijn vrouw zijn bijna aan hun pensioengerechtigde leeftijd en ondernemen niet op internet. Uit de ‘coronagesprekken’ die we in Amsterdam gevoerd hebben over de nasleep van corona op de stedelijke ruimtelijke ordening blijkt dat een ondernemer er niet meer aan ontkomt naast een fysieke winkel een website te ontwikkelen waardoor zowel online boodschappen doen als offline shoppen mogelijk is. En dus ook om bekend te zijn en te blijven. Winkeliers kunnen niet meer zonder een digitaal platform, ook de ambachtelijke bakker in Tongeren niet.

‘Winkeliers kunnen niet meer zonder een digitaal platform, ook de ambachtelijke bakker in Tongeren niet’


De combinatie van winkel en website (offline & online) is het nieuwe ondernemersmodel. Dat vergt voor de winkel zelf een transformatie. De winkel van de zeer nabije toekomst is meer dan vóór de crisis een etalage, waar je op een prettige manier kunt winkelen in een uitnodigende omgeving. Weliswaar gaat het aantal m2-winkeloppervlak omlaag, maar de vrijkomende ruimtes worden opgevuld met co-workingspaces, fitness en horeca (blurring). Die combinaties maken dat funshoppen blijft, met name in een stedelijke setting. Dat vergt een creatieve vernieuwingsslag waarbij beleving en openbare ruimte centraal staan.

En daar schort het in België nog wel eens aan. Zeker, de historische centra van Tongeren, Sint-Truiden en Hasselt zijn uitnodigend, maar daarbuiten is het ‘geordende’ landschap soms een ramp. In Het Belang van Limburg stond een alarmerend bericht over de winkelleegstand in de Limburgse steden en dorpen. Met een noodkreet om de ‘baanwinkels’, de zeer grote detailhandel (wat wij weidewinkels noemen) op de steenwegen tussen de steden (de ‘etalages’ van de lelijke Belgische ruimtelijke ordening), te verbieden. 

Digitalisering zal in Tongeren de betreffende bakker de nek omdraaien, maar hopelijk niet de teloorgang van de traditionele fruitvlaaien inluiden. En, zo leerden we tijdens onze coronagesprekken, digitalisering in de detailhandel betekent wellicht ook het einde van de ‘boodschappenmachines’ buiten de binnensteden en grote regionale centra.

Nu is het momentum om daarop gericht in te spelen: voor ondernemers om nieuwe, hybride winkelconcepten met ook ambachtelijke producten te bedenken, voor overheden om aantrekkelijke, op ontmoeten en beleven gerichte multifunctionele, groene openbare ruimte te ontwikkelen.

Door Jos Gadet, hoofdplanoloog Gemeente Amsterdam