De bijvangst van verdichten

| 29 april 2022

Vorige maand presenteerde het College van Rijksadviseurs maar liefst vier studies naar het verdichten van steden en dorpen. Nu heeft de organisatie altijd al veel aandacht besteed aan binnenstedelijke woningbouw. Maar na de presentatie in het Nieuwe Instituut in Rotterdam moest je wel bijna blind zijn om de kansen van inbreiding niet te zien.

Het college had allereerst Inbo op basis van CBS-buurtcijfers laten uitrekenen hoeveel nieuwe woningen er de afgelopen vijftien jaar in bestaande wijken bij waren gekomen. Dat bleken er bijna een kwart miljoen te zijn. De transformatie van bedrijfsterreinen was nog niet eens meegerekend. Verdichting bleek ook geen exclusief grootstedelijk verschijnsel maar op allerlei plekken in Nederland strategisch te worden ingezet. Van Amsterdam tot Sint-Oedenrode waren bestuurders en projectmanagers niet zozeer uit op het bouwen van nieuwe woningen, maar wilden ze in de eerste plaats de leefkwaliteit van wijken en buurten verbeteren. Dat het woningbestand daarbij groter en diverser werd en mensen naar een passende woning konden doorstromen, was een mooie bijvangst maar niet het belangrijkste doel.


Inbreiden maakt buurten diverser, completer, toekomstbestendiger


Ook het onderzoek van de Vereniging Deltametropool naar twintig recente verdichtingsprojecten en de drie casestudies van Studio Ninedots op het Utrechtse platteland lieten zien dat de leefomgeving er bij veel inbreidingen flink op vooruit gaat. De integrale projecten zullen door hun alledaagse verschijning niet snel in een Jaarboek Architectuur worden opgenomen. Maar ze maken een buurt wel diverser, completer en toekomstbestendiger. Hoe de plek er vroeger bij lag, is meestal snel vergeten waardoor men de kwaliteitsverbetering na enkele jaren al niet meer opmerkt.

Ruimte om nog verder te verdichten is er in Nederland ook genoeg, bleek uit de studie van KAW. Op basis van enkele verkennende studies in naoorlogse buurten zien de onderzoekers in deze wijken al een potentie van 482.000 tot 708.000 nieuwe woningen, afhankelijk van het gekozen scenario dat varieert van kleine chirurgische ingrepen tot grootschalige sloop/nieuwbouw. Dat is een toename van 25 procent van het naoorlogse woningbestand. Binnen het bezit van de woningcorporaties zouden er alleen al jaarlijks 60.000 nieuwe woningen in de naoorlogse buurten bij kunnen komen. Dat zijn niet alleen hoge blokken of torens in de plantsoenen maar ook nieuwe woningen die ontstaan door het uitbouwen of splitsen van bestaand bezit.


In Almere bedenken bewoners zelf een plan voor bebouwing van een ongebruikt stuk grond


Vallen er dan helemaal geen harde noten te kraken? Jawel. Niet iedereen blijkt namelijk gecharmeerd van nieuwbouw in zijn achtertuin. Het aantal bouwgerelateerde zaken bij de Raad van State stijgt de laatste jaren niet voor niets zo snel. Dagblad Trouw kwam na onderzoek uit op een groei van juridische RO-procedures van maar liefst 75 procent in de afgelopen drie jaar. Bewoners blijken niet alleen boos over het verlies van een speelweide of trapveldje in hun buurt, maar klagen ook over de manier waarop het project ‘door hun strot’ werd geduwd. De gemeente Almere is een stuk slimmer in het laten slagen van verdichtingsprojecten. In een experiment laat ze vijftien bewoners in de Kruidenwijk zelf een bouwplan voor een ongebruikt stuk grond in hun buurt bedenken en uitwerken. De initiatiefnemers moeten ook voor draagvlak voor het project zorgen om de nieuwbouw te kunnen realiseren. Na de zomer wordt duidelijk of ze hierin slagen en de bouwplannen kunnen doorgaan. De gemeente heeft nu al aangekondigd dat ze bij succes de methode gaan toepassen in andere wijken van de stad.

Door Jaco Boer, publicist

@jaco_boer