De cijferstrijd barst los

| 25 november 2021

Ik ben gek op cijfers. Cijfers geven inzicht en overzicht en het is heerlijk om ermee te stoeien. In mijn ogen leiden cijfers rondom de energietransitie de laatste tijd echter ook tot chaos en onduidelijkheid. Chaos door de verschillende manieren van rekenen en onduidelijkheid over de doelstellingen van het Klimaatakkoord en lokale overheden.

Mijn deels bèta-achtergrond verklaart mijn interesse in cijfers. Toch vroeg ik mij tijdens de wiskundelessen altijd af: wat betekenen deze cijfers en wat kunnen we ermee?

Cijfers hebben een gebruiker nodig om van waarde te zijn. En daar komen de belangen in beeld. Cijfers zijn vrijwel nooit neutraal te lezen. Ik zoom hieronder in op twee aspecten.

Het lijkt wel alsof diverse partijen binnen de energietransitie en specifiek de RES een heel andere rekenmachine hebben. De verschillen tussen het gebruik van bronnen, kengetallen en rekenregels zijn enorm. Daardoor komen er verschillende uitkomsten op tafel. Er zijn ook flinke verschillen tussen de RES-regio’s onderling.

Duurzame energiedoelstellingen Klimaatakkoord, afzonderlijke regio’s en de EU lopen niet synchroon


Momenteel werk ik vanuit VIVET aan het traject ‘Kader RES’ met als doelstelling om enige harmonisatie te bereiken. Met een paar stevige discussies en wederzijds begrip lijken we hiermee een stukje van de chaos weg te nemen voor de categorieën wind op land en zon op land. Dit is een concreet handvat dat regio’s bij het opstarten van de RES 2.0 kunnen gebruiken.

Een veel lastigere discussie is die van de doelstellingen. Al vanaf het eerste uur van een RES in Gelderland kreeg ik van bestuurders de vraag hoe de 35 TWh van het Klimaatakkoord voor hernieuwbaar op land zich verhoudt tot de 55 procent CO2-reductie in 2030 van het Gelders Energie Akkoord (en tegenwoordig van heel Europa). Om de doelstelling van Gelderland lokaal in te vullen is bijna twee keer zoveel elektriciteit nodig als een bijdrage aan de 35 TWh van de RES in een redelijke verhouding. Oftewel, het Klimaatakkoord is niet ingestoken op 55 procent CO2-reductie in 2030 in elke regio. Het verschil gaat niet over een paar zonnepanelen, maar over tientallen grote windturbines. Hoe zit dat?

Door onderhandelingen zijn de afspraken in het Klimaatakkoord afgezwakt. Oftewel de volledige elektrificatie van het energiesysteem en vooral die van de industrie is niet meegenomen. Die laatste is toch al snel zo’n 100 TWh in 2050 (zie topsector energie). Ik begrijp dat de onderhandelingen deze ruimte nodig hadden. Tegelijkertijd is nu het moment om realistisch te worden.

Het is een grote illusie dat elke gemeente of regio de gestelde doelen zelfstandig gaat bereiken


De echte discussie die naar mijn verwachting door de beschreven situatie in de RES 2.0 gaat ontstaan, is die van de lokale versus nationale doelstellingen. Elke gemeente en elke regio heeft wel ongeveer een doelstelling vastgesteld van energieneutraal in 2050 of 49-55 procent CO2-reductie in 2030. Het is een grote illusie dat elke gemeente of regio dat zelfstandig gaat bereiken. Tot nu toe is dat niet expliciet gemaakt, waardoor er veel onduidelijkheid is. Dit leidt tot twee centrale vragen die ik mee wil geven:

  1. Durven we de gewaardeerde opstart van de RES 1.0 op een nationaal schaalniveau te overzien en in de RES 2.0 het gesprek te openen over de verdeling van de opgave over het land?
  2. Gaan we structureel redeneren vanuit het energiesysteem en niet alleen vanuit de 35 TWh?

Als we de antwoorden op deze vragen nu expliciet maken, kunnen we verrassingen op een later moment voorkomen. Dan kunnen we de cijferstrijd snel verlaten en ons richten op de realisatie van de energietransitie.

Door Rijk van Voskuilen, adviseur bij Over Morgen